De wereld staat op zijn kop en dan is het de vraag natuurlijk hoe je alles geregeld hebt op financieel gebied. Nu de overheid steeds meer zelfredzaamheid van de burger verlangt op het gebied van hoge energielasten, pensioen, zorgkosten en loopbaanonderbreking, is zo’n financieel totaalplaatje meer dan ooit van belang.

Ver vooruit

Het probleem is dat de consument er veelal nog achter moet komen dat zo’n totaaladvies nodig is. Deels is dat toe te schrijven aan de menselijke aard, deels aan het feit dat advisering in het verleden vooral werd vertaald naar specifieke financiële producten. Uit de gedragswetenschap blijkt immers dat mensen van nature moeite hebben met ver vooruit plannen. In de praktijk betekent dit dat slechts één op de vijf Nederlanders (22%) op financieel gebied verder dan tien jaar vooruit kijkt en dat wij nog steeds pas op zoek gaan naar advies als er concreet aanleiding toe is. 
Bijvoorbeeld, wat zijn de gevolgen als je plotseling je baan zou verliezen en tijdelijk geen of minder inkomen hebt. Ander voorbeeld is dat er een kind op komst is, waardoor we ons gaan afvragen of we misschien een overlijdensrisicoverzekering moeten afsluiten of dat de bestaande dekking wellicht moeten herzien.

Verkenning in de breedte

Dit soort ‘life events’ zijn vaak de prikkel. Er zijn maar weinig consumenten die zomaar denken: ik ga eens een financieel plan laten opstellen. Maar een planner kan je ook adviseren over de hypotheek of overlijdensrisicoverzekering die het beste bij je past. De planner is een generalist, maar de meesten hebben zich ook verdiept in een bepaald onderwerp. Hij of zij kijkt niet alleen wat je maximaal kunt lenen en of je de rente en aflossing kunt opbrengen  maar informeert ook naar andere wensen, plannen en prioriteiten om zo de hypotheek goed af te kunnen stemmen op andere factoren: de wensen, risico’s en doelstellingen voor de lange termijn.

Bovenwettelijke kennis

Anders dan een verzekeringsagent, hypotheekadviseur of vermogensbeheerder is de planner geen productadviseur. De kennis van de gecertificeerde financieel planner reikt dan ook verder dan de door de Wet financieel toezicht (Wft) gestelde eisen. Die bovenwettelijke kennis wordt geborgd doordat gecertificeerde planners zich continu moeten laten bijscholen. Idealiter fungeert de financieel planner als een spin in het web. Je kunt het vergelijken met het bouwen van een huis. De financieel planner is de architect; daarna krijg je te maken met aannemers en onderaannemers, de productbemiddelaars en specialisten. De planner zorgt ervoor dat de juiste mensen aanschuiven om jou van het relevante specialistische advies te voorzien. En als de consument een “one-stop-shop” wil, kan de planner desgewenst ook de benodigde producten afsluiten. Maar daar blijft het niet bij. Financiële planning is niet de situatie van één moment, maar een continu proces. Een productadvies bekijkt de situatie als een foto, terwijl planning meer te vergelijken is met een film. Een film waarin enkele flashbacks zitten maar meer nog vooruit wordt gekeken. Zo stuurt de planner steeds bij, aan de hand van wat er aan jouw persoonlijke situatie verandert en aan veranderende regelgeving en omstandigheden in de markt.

Gedragswetenschap

Slechts één op de vijf Nederlanders kijkt dus op financieel gebied verder dan tien jaar vooruit. Toch zullen veel consumenten nog worden afgeschrikt door de kosten van een financieel planner, zeker als er geen directe prikkel is om advies in te winnen. En als een planner op deelgebieden ook nog het advies van specialisten inwint, lijkt het snel een heel dure exercitie. Je zou het ook kunnen omschrijven als een investering, in plaats van een kostenpost! Een financieel plan kan je behoeden voor kostbare fouten omdat alles in samenhang wordt bekeken. Een accountant alleen is niet genoeg want die kijkt vaak alleen achteruit, terwijl een planner vooruit kijkt. Wie nu investeert in een financieel plan, bespaart in de toekomst misschien wel hetzelfde per jaar. En mogelijk blijkt tevens dat er meteen al een financieel voordeel behaalt kan worden doordat er bijvoorbeeld jaren al niet meer naar de financiële situatie is gekeken en blijken bepaalde (dure) polissen eigenlijk helemaal niet meer nodig te zijn. Nu is het zo dat vier op de tien Nederlanders zegt soms wel eens wakker te liggen wegens zorgen om geld. Een goed financieel plan biedt de consument overzicht en inzicht, en dat geeft (financiële) rust.

Maatwerk

Plannen is maatwerk! Een totaalplaatje is niet te vangen in uitsluitend vragenlijstjes. Veel hangt af van persoonlijke voorkeuren en behoeftes. De onderdelen zijn wel kwantificeerbaar maar de
samenhang is sterk afhankelijk van de menselijke, emotionele factor. De meerwaarde van de planner is dat hij of zij doorvraagt, alle puzzelstukjes goed op elkaar afstemt en de ontwikkelingen blijft volgen. Was de planner vroeger veel tijd kwijt met het ordenen van de spreekwoordelijke schoenendoos, nu kan de consument redelijk makkelijk de benodigde gegevens met betrekking tot de diverse vermogensbestanddelen, belastingaangiftes en pensioenopbouw overleggen. Dat bespaart tijd en dus ook geld. Tevens kan tegenwoordig gebruik worden gemaakt van de nieuwste communicatievormen, zoals bijvoorbeeld Skype, waarmee je op afstand elkaar kunt spreken. Wel zo handig in dit soort tijden. De financieel planner kan tegenwoordig veel sneller overgaan tot zijn eigenlijke werk: het verschaffen van overzicht, inzicht en financiële rust. Interesse hierin? Neem dan contact op, om de mogelijkheden te bespreken.

Het jaar 2023 is begonnen met een aantal belangrijke veranderingen voor ondernemers. Dat geldt zowel voor ondernemers die een eenmanszaak hebben als voor ondernemers met een eigen BV.

Wat is er veranderd voor de eenmanszaak?
De overheid wil de fiscale voordelen van ondernemers aan banden leggen. Zo wordt bijvoorbeeld de zelfstandigenaftrek in stapjes verlaagd. De zelfstandigenaftrek betekent een aftrekpost voor de inkomstenbelasting als je aan een aantal voorwaarden voldoet. Je bent ondernemer voor de inkomstenbelasting, je werkt minimaal 1225 uur per jaar in je onderneming en je hebt op 1 januari van het betreffende jaar nog niet de AOW-leeftijd bereikt. Als je daaraan voldoet, mag je een bedrag aftrekken van je bruto winst. Over dat bedrag betaal je dan geen belasting. In 2022 was dat nog € 6.310, dit jaar is dat nog maar € 5.030. Dat scheelt dus al fors. Over een paar jaar wil de overheid toe naar een aftrek van € 900. Het wordt dus steeds minder interessant.

Er is nog iets dat is veranderd: de FOR. Eigenlijk is dat de aftrek voor de ‘Oudedagsreserve’, vroeger heette dat Fiscale Oudedagsreserve en vandaar dus de afkorting FOR. Je mocht een bepaald bedrag per jaar ‘doteren’ aan de FOR. Dat betekent niets anders dan over een bepaald bedrag in enig jaar geen belasting betalen en dat bedrag op de balans reserveren om er op een later tijdstip wél belasting over te betalen. Niet alle ondernemers hadden in de gaten dat het uitstellen van belasting was en sommigen dachten zelfs dat het een echte pensioenvoorziening was. Helaas, dat was niet zo. Doteren aan de FOR mag niet meer in 2023. Heb je als ondernemer nog een FOR op de balans staan, dan mag je die regulier afwikkelen. Dat betekent: vrij laten vallen als je stopt met je zaak en dan er dus belasting over betalen of (een deel van) het bedrag storten in een lijfrenteverzekering of op lijfrentebanksparen. Als je dat doet, reserveer je echt geld voor later en is het niet alleen maar een boekhoudkundige handeling waarmee je alleen maar belasting uitstelt.

En voor de ondernemer met een BV?
Het leek allemaal zo mooi, de vennootschapsbelasting werd steeds lager en lager. Vorig jaar betaalde je zelfs over de eerste € 395.000 winst slechts 15% vennootschapsbelasting in de BV. Dat is nu wel even anders. Dit jaar is het plafond voor het laagste tarief € 200.000. Tot dat bedrag betaal je ook nog eens meer: 19%. Een behoorlijke verslechtering.

En wat te denken van het salaris van de eigenaar van de BV, de directeur/grootaandeelhouder ofwel dga? Het ‘gebruikelijk loon’ zoals dat heet is verhoogd naar € 51.000. Een dga wordt geacht minimaal dat bedrag te verdienen. Tenzij een ander salaris gebruikelijk is in de branche, tenzij een medewerker meer verdient. Tot nu toe gold een ‘doelmatigheidspercentage’ van 75%, een prachtige benaming waarmee wordt bedoeld dat als je best verdienende medewerker bijvoorbeeld € 100.000 verdiende, je als dga jezelf tevreden mocht stellen met € 75.000, 75% hiervan. Dat doelmatigheidspercentage is nu 100%. Dat is ook een behoorlijke verslechtering.

Kortom, de overheid heeft het voor ondernemers in 2023 minder aantrekkelijk gemaakt. En, hoe je hier nu het optimum zoekt, en of je bijvoorbeeld beter een eenmanszaak of een BV kunt hebben, dat kan een gecertificeerd financieel planner met het CFP-keurmerk prima voor je uitrekenen.

Met ingang van 2023 verandert er nogal wat voor ondernemers en spaarders. Bepaalde fiscale voordelen verdwijnen en voor spaarders wordt het extra opletten. Wat is er sinds 1 januari veranderd?

Veranderingen voor de spaarder
Sinds de uitspraak van de Hoge Raad dat de Nederlandse overheid anders moet omgaan met inkomen uit sparen en beleggen, ligt box 3 van de inkomstenbelasting onder vuur. Zo is er nu een herstelwet ingetreden die voor de jaren 2023 tot en met 2025 moet zorgen voor een soepele overgang naar een nieuw systeem, waar belasting wordt geheven op basis van werkelijke rendementen.

Zo ver is het nu nog niet. Dit jaar, 2023, wordt belasting geheven op grond van aangenomen rendementen*, dus nog steeds niet de echte rendementen. Maar, hoe doe je dat nu zo eerlijk mogelijk? Daar heeft de belastingdienst wat op bedacht: werken met drie verschillende categorieën: banktegoeden, overige bezittingen en schulden. De hele commotie over box 3 is vooral ontstaan doordat er nauwelijks meer rente werd vergoed op spaarrekeningen en er desondanks wel behoorlijk wat belasting moest worden betaald. Dat verklaart waarom er een categorie ‘banktegoeden’ in het leven is geroepen, waarop heel weinig rendement wordt aangenomen.

Bij ‘overige bezittingen’ wordt gedacht aan effecten of vastgoed of andere vermogensbestanddelen die fors meer rendement kunnen opleveren dan een spaarrekening en daarom wordt het rendement hiervan op meer dan 5% gesteld voor 2023. Bij de categorie ‘banktegoeden’ ligt dat rendement net boven nul. Het is dus belastingtechnisch voordeliger om veel ‘banktegoeden’ te hebben en zo weinig mogelijk ‘overige bezittingen’. De peildatum is en blijft 1 januari en je zou als belastingplichtige kunnen bedenken om op 1 januari heel veel spaargeld te hebben en heel weinig effecten. Zo’n tijdelijk verschuiven tussen de categorieën gaat echter niet op.

Naast de twee ‘positieve’ categorieën, bezit, is er ook een negatieve categorie: schulden. De rente van schulden wordt ook nog niet berekend naar de werkelijke rente, ook hier doet de belastingdienst een aanname: 3,5%. En zo ontstaat er een mogelijke aftrekpost op schulden die maar deels een effect heeft. Want een overige bezitting van € 100.000 betekent meer dan 5% aan te nemen rendement en een schuld van € 100.000 betekent een aan te nemen rente van 3,5%, terwijl je misschien meer betaalt.

Let wel, het gaat hier niet om de hypotheek op je eigen woning, maar om andere schulden. Als je de ‘aangenomen’ opbrengsten van je bezit hebt opgeteld, trek je vervolgens de ‘aangenomen’ rente ervan af. Over dat saldo betaal je vervolgens de 32% inkomstenbelasting van box 3. En zo komt het stukje bij beetje dichter bij de werkelijke opbrengsten over het vermogen in deze overgangsfase.

Wat verandert er voor de ondernemer?
Voor de ondernemer verandert er ook het één en ander. Allereerst de zelfstandigenaftrek. Van de brutowinst mag de ondernemer die inkomstenbelasting betaalt (eenmanszaak of firmant in een vof) een bepaald bedrag aftrekken voordat hij belasting gaat betalen. In 2022 was dat nog € 6.310 waarover geen belasting betaald hoefde te worden. Nu, in 2023, is dat nog maar € 5.030 aan vrijgesteld bedrag. Ieder jaar wordt dat een beetje minder.
Nog een verandering voor de ondernemer: hij mag niet meer doteren aan de FOR, de Fiscale OudedagsReserve. Dit was een manier om nu wat belastingaftrek te krijgen en straks bij het staken van de onderneming die belasting in te halen. Dat inhalen kwam voor veel ondernemers vaak als een pijnlijke verrassing. Nu mag dat niet meer: je mag geen belastingaftrek meer krijgen om zo’n ‘schuld’ op te bouwen. Wil je wel nog wat extra belastingaftrek, dan kun je laten uitrekenen of het verstandig is om iets in de sfeer van een lijfrente te doen. Daarmee bouw je een eigen toekomstvoorziening op, een soort oudedagspensioen, en dat is nou juist wel weer handig.

Wat betekent dit nu allemaal?
De nieuwe belastingregels voor sparen en beleggen zijn best lastig. En als ondernemer betaal je straks meer belasting of je pakt je pensioenvoorziening slim aan! In alles geldt, raadpleeg een gecertificeerd financieel planner. Die helpt je met raad en daad door de belastingwirwar naar een zonniger toekomst.

*LET OP: In 2023 worden fictieve rendements- en schuldenpercentages gebruikt voor box 3 die dicht bij de werkelijkheid liggen.
Begin 2024 worden de definitief te hanteren percentages voor 2023 vastgesteld door de belastingdienst.

 

Het oude jaar is bijna voorbij, een jaar vol verrassingen. Hadden wij een oorlog in Oekraïne verwacht met zijn allen? Hadden we zo’n hoge inflatie in het vizier? Hadden we gedacht dat er zo’n tekort aan personeel en aan grondstoffen zou zijn? En oh ja, er was ook nog zoiets als de uitloper van de coronacrisis. Je zou het bijna vergeten. En dan dient zich nu een nieuw jaar aan, wat mogen wij van 2023 verwachten? En wat kunnen we vervolgens met die verwachtingen?

Geldproblemen voorkomen

De kosten van energie zijn het afgelopen jaar de pan uit gevlogen. Menigeen heeft zijn energierekening zien verdubbelen. En dan de dagelijkse boodschappen. Alles is fors duurder geworden. Het Nibud schat dat er zo’n 1.500.000 huishoudens in de financiële problemen zitten. Als je financiële problemen wilt voorkomen, dan is dit je eerste goede voornemen: houd een huishoudboekje bij. Houd bij hoeveel je uitgeeft en maak handige categorieën, zodat je kunt zien waar je geld naar toe gaat. Bijvoorbeeld ‘wonen’. Hier vermeld je je huur of maandbedrag voor de hypotheek. Een kopje ‘energie’ misstaat ook niet. En zo kun je je uitgaven goed in kaart brengen en beheersen. Inzicht in waar je geld aan uitgeeft, maakt al vaak dat je meer met je geld kunt doen, want je gaat bewuster uitgeven.

Verduurzamen van je huis

We weten het allemaal, zonnepanelen, een warmtepomp, het kan allemaal bijdragen tot het besparen op de energierekening. Als je een eigen huis hebt, kun je door je woning te verduurzamen een aantal effecten bereiken. Als het goed is neemt je energie rekening af, je afhankelijkheid van de prijzen van energie ook. En verder zal het een positief effect kunnen hebben op de waarde van je woning en de verkoopbaarheid van de woning kunnen bevorderen. Nog afgezien van het wooncomfort. Nu heeft niet iedereen geld klaar liggen om zonnepanelen aan te schaffen of een warmtepomp, maar er zijn ook mogelijkheden om de hypotheek op te hogen speciaal voor dit doel. Een gecertificeerd financial planner kan voor je uitrekenen wat je mogelijkheden zijn en wat je zou kunnen besparen. Goed voornemen nummer twee: Onderzoek of je je huis kunt verduurzamen.

Subsidies benutten

Subsidies om te verduurzamen zijn meer dan welkom. Alleen, subsidies veranderen nog wel eens. Bovendien kan een regeling heel kort aangevraagd worden omdat bijvoorbeeld de pot al snel leeg is. Op de website van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland kun je bijvoorbeeld vinden welke regeling er open staat om je woning te verduurzamen. Via een online stappenplan kun je bekijken wat de mogelijkheden zijn. En je kunt op deze site ook kijken naar andere mogelijke subsidies. Goed voornemen nummer drie: Bekijk of je subsidie kunt krijgen voor je woning.

En de financieel planner dan?

Het is heel goed als je zelf al wat voorwerk hebt verricht, zoals het invullen van dat huishoudboekje, of al hebt gekeken naar de mogelijkheden van subsidie. Maar als je het ECHT wilt weten, raadpleeg dan de gecertificeerd financial planner. Dan kun je je vragen stellen en gerichte antwoorden krijgen, die passen bij jouw situatie. En dat is eigenlijk nog het beste goede voornemen van de drie eerder genoemde, want daar zit alles in! Een mooi begin van een nieuw jaar!

Uiteindelijk kan jouw vermogen op twee manieren worden overgedragen door middel van vererving of door schenking. Het verschil tussen beide is dat schenken plaatsvindt bij in leven zijn en vererving pas na overlijden.

De belastingregels rond schenken en erven kennen een progressieve tariefstructuur en lopen van minimaal 10 tot maximaal 40%. Het verschil is dat bij overlijden in één keer een bedrag vererft en dat bij schenking sprake kan zijn van jaarlijks kleinere bedragen. Simpel gesteld betekent dit, dat hoe hoger het bedrag dat vererft na jouw overlijden, of het bedrag dat je schenkt bij in leven zijn, hoe hoger de belastingdruk bij de ontvanger.

Hoe werkt dat, vererven?
Heb je geen testament, dan vererft jouw vermogen volgens het wettelijk erfrecht. Dit betekent dat jouw erfgenamen, jouw partner en kinderen zijn. De kinderen moeten wachten op hun deel van de erfenis totdat de langstlevende ouder is overleden. Deze zogeheten ‘wettelijke verdeling’ volstaat voor de meeste Nederlanders omdat het vermogen per erfgenaam binnen de vrijstelling blijft. Deze vrijstelling is in 2022 voor partners vastgesteld op maximaal € 680.645 en voor (klein)kinderen op € 21.559.

Waarom een testament?
Wil je afwijken van deze wettelijke verdeling en wil je jouw vermogen anders verdelen, dan kun je hiervoor bij de notaris een testament laten opstellen. De belangrijkste redenen voor het opstellen van een testament staan hieronder:

  1. Je bent samenwonend.
  2. Je bent alleenstaand en je wilt niet dat jouw gehele nalatenschap toekomt aan je ouders en/of broers en zussen.
  3. Je wilt je echtgenoot/geregistreerd partner en/of kinderen onterven.
  4. Je wilt dat jouw vermogen niet in één keer naar je kinderen gaat bij jouw overlijden, je wilt een voogd en/of bewindvoerder aanwijzen.
  5. Je wilt geld of goederen nalaten aan een goed doel.

Schenken
Maar waarom zou je wachten tot je er niet meer bent? Een belangrijk voordeel van schenken, is dat jij ziet hoe de ontvanger geniet van het ontvangen geldbedrag. Het is fijn om kinderen, kleinkinderen of mogelijk zelfs achterkleinkinderen alvast een bedrag te schenken waarmee ze een bijzondere aankoop kunnen doen. Kleine bedragen kunnen in een lange periode tot een mooi bedrag aangroeien.

Belastingtechnisch is schenken bij leven ook aantrekkelijk. Door over een lange periode te schenken kan belastingvoordeel worden behaald. Veel mensen schenken tot het bedrag van de vrijsteling. Fiscaal kan het soms handiger zijn een hoger bedrag te schenken. Dit hogere bedrag is namelijk vaak lager belast dan bij overlijden. Een financieel planner kan je hier altijd bij helpen, mocht je zelf niet helemaal weten hoe de regels in elkaar steken.

Liever schenken aan goede doelen? Dat kan zeker!
Vooral mensen die geen directe nabestaanden hebben, kunnen schenken/nalaten aan goede doelen overwegen in plaats van ‘gewoon’ hun geld laten vererven aan neven en nichten. Om het schenken aan goede doelen te stimuleren biedt de overheid een aantal fiscale voordelen. Een schenking is in veel gevallen aftrekbaar voor de inkomstenbelasting. Dan moet het wel gaan om schenkingen aan zogeheten algemeen nut beogende instellingen (ANBI’s). Dit zijn door de belastingdienst erkende goede doelen.

Heb je behoefte aan een schenkingsplan of wil je meer weten over erven neem dan contact op met een gecertificeerd financieel planner. Hij of zij kan jouw vragen beantwoorden en helpt je graag verder met al jouw financiële vraagstukken.

De ‘jubelton’ wordt afgeschaft. Wat kun je als ouder nu nog doen om je kind te helpen bij de financiering van een eigen woning op een belastingvriendelijke manier? Tot eind 2022 heb je nog een aantal mogelijkheden.

Wat is de jubelton ook alweer?
De jubelton is de eenmalige schenkingsvrijstelling voor de eigen woning. Dat betekent dat je een kind (in de leeftijd van 18 tot 40 jaar) maximaal € 106.671 belastingvrij mag schenken voor een eigen woning. Je kind betaalt dus over dat bedrag geen schenkbelasting. Dat is het bedrag dat in 2022 nog geldt. Je moet dan wel aan een aantal voorwaarden voldoen. Het geld moet worden besteed aan de koop of de verbouw van de eigen woning. Je mag het ook gebruiken om de hypotheek (deels) mee af te lossen of erfpacht af te kopen. Die vrijstelling is best hoog, als je bedenkt dat je normaliter bij kinderen 10% schenkbelasting betaalt over een bedrag tot € 128.750 en daarboven zelfs 20%. Je bespaart dus maximaal 10% van € 106.671, dus zo’n € 10.000. Dat is mooi meegenomen. Als je dat nog in 2022 doet, kun je hier nog maximaal van profiteren.

Wat gaat er veranderen?
Zoals gezegd, de jubelton wordt afgeschaft. Vanaf 2023 wordt de maximaal toegestane belastingvrije schenking € 28.947. Dat scheelt nogal. Bovendien is het nu nog zo, dat je de schenking over drie jaar mag spreiden. Dat verandert ook: vanaf volgend jaar mag dat nog maar over twee jaar. Vanaf 2024 is de jubelton dan helemaal verdwenen.

Wat kan ik nog doen?
Het hoge maximum van € 106.671 geldt nog in 2022, de maximale spreidingstermijn van drie jaar geldt ook nog dit jaar. Stel, je schenkt dit jaar een symbolisch bedrag van € 100 als onderdeel van de jubelton, dan heb je € 106.571 over om belastingvrij te schenken in 2023 maar kan het nog wel als laatste mogelijkheid in 2024 besteed worden, want je bent dan immers al in 2022 begonnen.

Wat is de beste strategie?
Hoe je vervolgens de schenking daadwerkelijk vormgeeft, ervoor zorgt dat je keurig volgens de spelregels je mogelijkheden benut, daarvoor raadpleeg je een gecertificeerd financieel planner. Hij of zij bepaalt samen met jou wat de beste strategie is. Wacht niet te lang, want 2023 staat al aan de deur te rammelen.

Iedereen wil graag het leven leiden zoals hij of zij graag wil. Het is prettig om zelf je keuzes te maken en het is heel vervelend als er keuzes voor jou worden gemaakt waar je niet achterstaat. Dat klinkt misschien gek, maar daar kun je zelf wat aan doen.

Ze zeggen wel eens dat geld niet gelukkig maakt, maar dat is niet een gegeven. Te veel geld kan misschien wel eens ongelukkig maken, maar te weinig geld doet dat veel eerder. Hoeveel problemen ontstaan er wel niet door gebrek aan geld?

Geld is een bijzonder handig instrument om je eigen leven in te delen en je keuzes te kunnen maken. Hoe doe je dat dan?

Met financiële planning kijk je naar wat je nu uitgeeft en wat je nu binnenkrijgt. En of dit wel of niet voldoende is om je leven te leiden zoals je dat wilt. Financiële planning is ook kijken naar de toekomst. Wat is er nou fijner dan nu goed te kunnen leven, maar straks ook, én dat je je geen zorgen hoeft te maken over of je straks nog met vakantie kunt, of, nog erger, je boodschappen wel kunt betalen? Niet voor niets wordt er jaarlijks een hele week besteed aan ‘pensioen’.

Pensioen, Suf?
Hoe suf is dat, kun je bedenken. Nou, wat denk je van 1 week ‘suf’ en 51 weken ‘sprankelend’? Want die ‘suffe’ kennis kon wel eens een enorme impact hebben op je wel of niet sprankelende toekomst. Is pensioen moeilijk? Nee, in de basis is pensioen zo makkelijk als wat. Als je van elke euro die je verdient 30 cent opzij legt en je doet dit dertig jaar lang en je belegt dit ook nog eens goed, dan zou dit wel eens heel goed voor je kunnen uitpakken. In pensioenland komen we allerlei verschillende termen tegen: middelloon, beschikbare premie, lifecyclebeleggen, eigen bijdrage.

Denk aan de kern: geld opzij zetten voor later.

Lifecycle beleggen, wat is dat?
Geld dat je opzij zet voor pensioen, of je dit nu doet via een pensioenpremie, via je salarisstrook of door geld in een lijfrentecontract te storten, het wordt allemaal belegd. Alles gaat in aandelen, obligaties, vastgoed, alternatieve beleggingen zoals grondstoffen of goud. De verzekeringsmaatschappij, vermogensbeheerder of bank bepaalt op hun beurt hoe het wordt belegd en doet dat door niet alle eieren in één mandje te leggen.

Gemiddeld kan zo’n pensioenfonds hiermee wel tussen de 5 en 10% per jaar verdienen. Soms is het (veel) meer, soms is het (veel) minder. Dat golft mee op de economie. Naarmate je dichter komt bij het moment dat je je pensioen wilt laten uitkeren, kun je je minder goed enorme schommelingen veroorloven. Als jouw pensioenpotje van € 500.000,- ineens door een beursdaling € 400.000,- waard is en je hebt geld nodig voor je pensioen, dan kun je op dat moment niet rustig afwachten totdat alles weer stijgt.

Met lifecycle beleggen wordt de beweeglijkheid van jouw potje minder naarmate je dichter bij pensioen komt.
Als je dit nu weet, en je weet dat je met verantwoord beleggen dit soort principes kunt toepassen, dan kun je ook met een geruster hart beleggen binnen je pensioenpotje en dus verantwoord opbouwen. Want misschien heb je dan van die 1 euro geen 30 cent inleg nodig maar 25 cent. Het is dus altijd de balans zoeken tussen nu goed leven en straks goed leven. Dit is maar één voorbeeld. Er speelt natuurlijk meer mee met pensioen, maar om dat allemaal uit te rekenen en je de voor jou optimale mogelijkheden door te rekenen, heb je je eigen gecertificeerd financieel planner.

Maak je leven sprankelend nu en in de toekomst. En bepaal je straks zelf of je blijft werken of niet: het is aan jou.

Een verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering (AOV) voor ondernemers. Daar wordt al jaren over gesproken op het nieuws en in de politiek. Maar hoe zit het nu precies? Alle zelfstandigen (ondernemers, zzp’ers, beroepsbeoefenaars, directeuren, grootaandeelhouders of meewerkende echtgenoten) zijn straks wettelijk verplicht om zich te verzekeren tegen arbeidsongeschiktheid. Hierna treft u een update aan van wat er nu bekend is.

De verplichte AOV gaat gelden voor álle ondernemers, niet alleen voor zzp’ers
Dat blijkt uit de ‘Kamerbrief over Hoofdlijnen Arbeidsmarkt’ die minister Van Gennip van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) op 5 juli 2022 naar de Tweede Kamer stuurde. Eerder werd vooral gesproken over de zelfstandigen zonder personeel (zzp’ers) als doelgroep. Het kabinet breidt de kring nu uit met ondernemers mét personeel, dga’s en vrije beroepsbeoefenaren. De agrarische sector werd tot nu toe in de plannen uitgesloten van de verzekeringsplicht. Of dat zo blijft, is nog niet duidelijk.

Het voorstel van de Stichting van de Arbeid is nog steeds de basis
De Stichting van de Arbeid kwam in 2020, op verzoek van de minister van SWZ, met een adviesrapport voor een verplichte AOV voor zelfstandigen. Vergeleken met dat voorstel zien we nu 2 wijzigingen:

– De genoemde uitbreiding naar alle ondernemers.
– Een vaste wachttijd (eigenrisicoperiode) in plaats van de keuze uit 3 mogelijkheden.

Hiermee vergroot het kabinet de uitvoerbaarheid van de regeling. We verwachten de wetgeving in 2026. Die zal dus niet eerder ingaan dan 2027. Het advies van de Stichting van de Arbeid inclusief wijzigingen:

  • Een uitkering van maximaal € 1.650,- bruto per maand (huidige minimumloon).
  • De premie is maximaal € 220,- bruto per maand en is aftrekbaar.
  • De Belastingdienst int de premie en UWV is verantwoordelijk voor de uitvoering.
  • Het arbeidsongeschiktheidscriterium is gangbare arbeid. Dit betekent dat bij het bepalen van de mate van arbeidsongeschiktheid er rekening wordt gehouden met alle werkzaamheden die de ondernemer nog zou kunnen uitvoeren. Met beroep, opleiding en werkervaring wordt dus geen rekening gehouden.
  • Een vaste, nog te bepalen, wachttijd (eigenrisicoperiode). Denk aan een periode van 1 jaar waarin de ondernemer nog geen uitkering krijgt.
  • Ondernemers die al een verzekering hebben of die zich liever zelf verzekeren, krijgen vrijstelling.

Zorg tot die tijd dat u een financieel vangnet heeft
Bent u ziek of heeft u een ongeval gehad, waardoor u niet meer kan werken? Dan heeft u vaak een andere bron van inkomen nodig. Zeker als ondernemer of zzp’er is het daarom belangrijk om op tijd na te denken over het opvangen van de financiële risico’s van arbeidsongeschiktheid. Zodat u zich helemaal kunt focussen op uw herstel. De AOV die u nu afsluit, mag u aanpassen of opzeggen zodra de nieuwe regels ingaan.

Contact met een deskundige
De precieze regels en het moment waarop de verplichte AOV in werking treedt is niet bekend. In de tussentijd kan u wel iets overkomen waardoor u niet kunt werken. Bedenk daarom hoe u uw  financiën regelt wanneer u (tijdelijk) arbeidsongeschikt raakt. Wilt u weten wat dit voor u persoonlijk betekent, neem dan contact op met een gecertificeerd financieel planner. Die kan samen met u kijken wat de gevolgen zijn voor uw financiële situatie.

Regelmatig wordt de vraag gesteld of obligaties nog een interessante categorie is om in te beleggen. De bovenstaande uitspraak van een bekende Nederlandse voetballer geeft wat perspectief over de actuele staat van de obligatiemarkten. Juist na de horrorperiode voor deze beleggingscategorie in dit jaar.

Het nadeel

Vrijwel nooit in de historie zijn obligaties in de breedte zo afgestraft. Alleen in 1721, 1865 en 1920 waren er grotere koersverliezen op obligaties. Dalingen van 20% en meer liggen achter ons. Als voorbeeld kunnen we de Nederlandse staatsobligatie met een looptijd van 10 jaar nemen. Deze had een effectief rendement van ongeveer 0% bij de start van het jaar en dat bedraagt nu ongeveer 2,5%. Deze rentesprong is een aardverschuiving in obligatieland en had dit jaar een koersdaling tot gevolg van ongeveer 20%.

Een dergelijke daling voor zo’n veilige belegging …..? Het geeft in ieder geval aan dat in beleggingsland op korte termijn niets in beton gegoten is. Een als defensief beschouwde categorie kwam onder grote druk te staan. Nu was het startpunt van deze obligatiecrash met een rente van nul of lager een ‘accident waiting to happen’ maar de snelheid van de rentestijging en de daarmee samenhangende daling van koersen, is dan wel opzienbarend. Als vermogensbeheerder kun je waarde toevoegen in een dergelijk moeilijk scenario, door minder in obligaties te beleggen, de looptijd van de obligatiebeleggingen te verkorten en ook inflatie-linked obligaties toe te voegen die (deels) meegroeien met de inflatieverwachtingen. Dat heeft vermogensbeheerder OAKK toegepast en daarmee de schade stevig kunnen beperken, al beseffen wij goed dat deze voor defensieve profielen nog steeds hoog is.

Het voordeel

Wij weten niet of de rentestijgingen over zijn en daarmee de koersdalingen van de obligaties. Wel weten we dat de effectieve rendementen op obligatieportefeuilles weer op een dusdanig niveau zijn, dat die op de lange termijn sterker positief gaan bijdragen aan het portefeuillerendement. Dat betekent in de essentie dat de categorie weer interessanter is geworden voor beleggers. Indien de renteverhogingen de inflatie temmen en de economie afkoelen, zal de categorie zelfs koersstijgingen kunnen opleveren.

Kortom; in tegenstelling tot slechts 9 maanden geleden is de categorie obligaties weer een stuk interessanter geworden voor beleggers. Dat zie je ook terug in de rendementsprognoses van de OAKK-profielportefeuilles, waarbij die van defensieve profielen vooral zijn toegenomen. Hiermee willen wij geen advies geven over een bepaald risicoprofiel maar vooral aangeven dat de afgelopen periode ook een goede keerzijde kent.

Mocht u hierover nog vragen hebben of meer willen weten of dat dit voor u passend zou kunnen zijn, neem dan eens contact op met een gecertificeerd Financieel Planner.