Waar moet je aan denken voordat je met vakantie gaat? En wat is belangrijk tijdens je vakantie? Denk eens aan de korte en de lange termijn.

Laten we maar beginnen met de korte termijn. Als je met vakantie gaat, is er voorpret. Je wilt een aantal dingen doen of juist niet doen. Wordt het een actieve of een luie vakantie? Sportief of cultureel? Of beide? In ieder geval zul je een lijstje maken van wat je allemaal mee wilt nemen of mee moet nemen. Wat is belangrijk om niet te vergeten? Denk dan even voor dit moment aan de nare dingen die kunnen gebeuren. Maak je risicolijstje, dan gaan we straks je wensenlijstje maken.

Eerst de risico’s

Je wilt gaan vliegen, maar er komt iets tussen waardoor je onmogelijk weg kunt op de dag van vertrek. Heb je een annuleringsverzekering? Ander risico: je gaat vliegen en bij aankomst blijkt dat je bagage er niet is. Erg vervelend, maar niet onoverkomelijk. Misschien komt het met een volgende vlucht mee, misschien moet je voor een dag andere spullen kopen, misschien ook voor langer. Check je reisverzekering: wat dekt deze? En check de voorwaarden van je reisorganisator of maatschappij waarmee je vliegt. Dan de vervelendere dingen: je wordt ziek of krijgt een ongeluk. Wat dekt je ziektekostenverzekering? Hangt af van je verzekeringsvorm maar ook van in welk land je zit. En wat dekt je reisverzekering? Lees vooraf of check bij je verzekeringsadviseur of maatschappij of je wel voldoende gedekt bent bij bijvoorbeeld ziekenhuisopname. Dat kan namelijk aardig in de papieren lopen.

En dan het meest ingrijpende: overlijden

Jij of degene met wie je reist komt te overlijden. Wat is er dan geregeld? Gaat het goed met repatriëring? Je ziektekostenverzekering en reisverzekering hanteren hierin elk hun eigen voorwaarden. Let ook speciaal op het land waar je naar toe gaat. Wat verder nog speelt bij overlijden is of je wel of niet een testament hebt. Wat gebeurt er als jij en je partner gelijktijdig omkomen bij een ongeluk of een dag na elkaar? Dat leidt nogal eens tot onverwachte gevolgen bij erfenissen. Gevolgen die je anders had kunnen inrichten in een testament. Als je met de hele familie in het vliegtuig stapt, denk hier dan over na. Maak een testament of pas je testament aan, als er een mogelijke erfenis in het spel is.

Dus, wat past op je risicolijstje? Check annuleringsverzekering, check ziektekostenverzekering, check reiskostenverzekering en check testament. Allemaal in het licht van met wie je gaat en waarheen. Een gecertificeerd financieel planner kan je helpen met die checklist en wat je het beste wel en niet doet.

En dan de lange termijn: het wensenlijstje

Als je op je vakantiebestemming bent aangekomen en je hebt wat rustige momenten, is het dan niet heerlijk om te dromen over de toekomst? Bedenk eens in alle rust wat jij de komende jaren zou willen doen en bereiken. Maak een wensenlijstje en durf te dromen. En wat doe je dan met dat wensenlijstje na terugkomst? Dat bespreek je met je financieel planner. Dan heeft de vakantie je rust en ruimte gebracht voor de toekomst en kun je samen werken om die toekomst vorm te geven.

Bespreek je risicolijstje vooraf met een gecertificeerd financieel planner en je wensenlijstje na terugkomst. Zo kan de vakantie wel eens de start van je verdere leven betekenen.

Welke financiële gevolgen heeft een eventuele werkloosheid voor jou? Hierbij maakt het nogal wat uit of je een werknemer bent die wordt ontslagen of dat je een ondernemer bent, die werkloos wordt omdat je te weinig klanten en dus weinig of geen omzet hebt.

Werknemer en werkloosheid

Op een zekere dag hoor je van je werkgever dat hij geen werk meer voor jou heeft. De vaste lasten lopen gewoon door en een nieuwe baan is niet altijd zomaar weer gevonden. Waar heb jij nu recht op? Ervan uitgaande dat je niet zelf ontslag hebt genomen, heb je in eerste instantie mogelijk recht op een transitievergoeding. De hoogte van de transitievergoeding die jouw werkgever betaalt bij ontslag wordt bepaald op basis van twee onderdelen: jouw salaris en de duur van het dienstverband. De vergoeding is maximaal € 84.000 bruto. Of, als jouw jaarsalaris hoger is dan € 84.000, maximaal één bruto jaarsalaris.

Stel je wordt ontslagen, je bent elf jaar in dienst geweest en jouw salaris bedraagt € 4.000 bruto per maand, exclusief 8% vakantiegeld. Je hebt dan recht op 1/3 x bruto maandsalaris x volledig gewerkte jaren is 1/3 x € 4.320 x 11 jaar is € 15.840 (let op: het betreft hier een indicatie, op basis van bijzondere omstandigheden kan jouw transitievergoeding hoger of lager uitvallen).

Werkloosheidsuitkering (WW)

Verder heb je waarschijnlijk recht op een werkloosheidsuitkering. Afhankelijk van jouw arbeidsverleden duurt deze uitkering minimaal drie maanden en in beginsel maximaal 24 maanden. Sociale partners, werkgevers en werknemers mogen echter de duur van de WW aanvullen tot maximaal 38 maanden. Sla jouw collectieve arbeidsovereenkomst (cao) er dan ook even op na om te kijken of jij recht hebt op een verlenging van de WW-uitkering.

De hoogte van de werkloosheidsuitkering bedraagt gedurende de eerste twee maanden van werkloosheid 75% van jouw laatstverdiende salaris. De resterende maanden is dat 70% van jouw laatstverdiende salaris. Hierbij moet wel worden opgemerkt dat wanneer je voor jouw ontslag meer dan € 58.000 bruto per jaar verdiende, je over het meerdere geen uitkering krijgt. De maximale uitkering uit de werkloosheidswet bedraagt zodoende de eerste twee maanden ongeveer € 43.500 en voor de maanden erna maximaal zo’n € 40.600 bruto per jaar.

Langer werkloos

Wat nu als je langere tijd werkloos bent? Je valt dan terug naar een uitkering op het sociale minimum. Afhankelijk van jouw leeftijd – ouder of jonger dan zestig jaar – heb je recht op een bijstandsuitkering op basis van de Participatiewet of de Wet Inkomensvoorziening oudere werknemers (IOW). Ervan uitgaande dat je jonger bent dan zestig jaar, ontvang je een bijstandsuitkering. Voordat je een uitkering ontvangt, wordt er gekeken of je een partner hebt die inkomen genereert, naar het (gezamenlijke) vermogen en eventueel naar de overwaarde op de eigen woning. Werkt jouw partner, heb je samen meer dan € 12.590 eigen geld of bedraagt de overwaarde op jullie woning meer dan € 53.100? Dan ontvang je geen uitkering.

Ondernemer en werkloosheid

Ja, ook als ondernemer kun je werkloos worden. Bedenk maar eens wat de situatie is als je vanaf morgen geen inkomsten meer genereert binnen je onderneming en als hierin geen verandering komt. Als je als zelfstandige werkloos wordt, dan heb je alleen recht op een WW-uitkering als je voldoet aan de volgende twee voorwaarden:

  • Wanneer je voordat je ondernemer werd een WW-uitkering genoot en besluit om volledig te stoppen als ondernemer, dan kun je soms je oude WW-uitkering weer doen herleven.
  • Als je naast zelfstandige ook nog werkt in loondienst en je jouw baan verliest, dan heb je mogelijk recht op een WW-uitkering voor de uren die je werkloos wordt.

IOAZ

De kans is groot dat je niet voldoet aan de hiervoor genoemde voorwaarden en zodoende geen recht hebt op een WW-uitkering. Mogelijk kom je dan wel in aanmerking voor een IOAZ-uitkering. De afkorting IOAZ staat voor Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen. Een van de voorwaarden is dat je dan wel minimaal 55 jaar oud bent en nog geen AOW ontvangt. Het voordeel van een IOAZ-uitkering boven een bijstandsuitkering is dat je niet eerst al je vermogen hoeft aan te spreken alvorens je recht hebt op deze uitkering.

Besluit bijstandverlening zelfstandigen

Wil je toch jouw onderneming voortzetten, ondanks dat je bijna geen inkomen meer genereert? Dan kun je via het Besluit bijstandverlening zelfstandigen (Bbz) misschien het inkomen van jezelf en jouw eventuele partner tot jouw pensioenleeftijd aanvullen tot bijstandsniveau. Vanwege de coronacrisis is er momenteel een extra Bbz-ondersteuning voor zelfstandig ondernemers die in de financiële moeilijkheden terecht zijn gekomen. Deze regeling heet de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo).

Vrijwillige verzekering bij het UWV

Via het UWV kun je je als zelfstandige vrijwillig verzekeren voor het risico van kort- of langdurig ziek worden en/of de WW. Je kunt bij het UWV de volgende vrijwillige verzekeringen afsluiten: ziektewet-verzekering; WIA- of WAO-verzekering en een WW-verzekering. Wel moet bekeken worden of het verstandig is om dit via het UWV te verzekeren of op een andere manier.

De vraag is of bovenstaande uitkeringen, plus het eventuele inkomen van jouw partner en mogelijk spaargeld, voldoende zijn om langere tijd de vaste lasten te kunnen blijven betalen en in het huis te kunnen blijven wonen. Voor velen zal dit niet het geval zijn. Verder is het goed om te beseffen dat werkloosheid niet alleen inhoudt dat je geld inlevert, maar dat het meer vervelende financiële kanten kent. Neem het inleveren van een leaseauto en het stoppen van de pensioenopbouw.

Maak jij je zorgen over de financiële gevolgen van eventuele werkloosheid? Neem dan contact op met een gecertificeerd financieel planner!

Veel directeur-grootaandeelhouders (dga’s) hebben een lening en/of rekeningcourantpositie bij de eigen bv. De hoogte van de schuld aan de bv kan verschillen van enkele duizenden tot vele miljoenen euro’s. Het voordeel van lenen van de bv is dat op deze manier de box 2-heffing van 26,9% kan worden uitgesteld.

Verder kan het lenen van de eigen bv een belastingbesparing in box 3 opleveren. Dit omdat de schuld aan de bv kan worden afgetrokken van de aanwezige box 3-bezittingen. Dit alles zorgt ervoor dat minder box 3-belasting is verschuldigd.

Wat is excessief lenen?

Vanaf 1 januari 2023 treedt de Wet excessief lenen in werking waardoor het hebben van een lening bij de eigen bv van meer dan € 500.000 fiscaal wordt gestraft. Uitgezonderd zijn de eigenwoningleningen. De eerste peildatum is op 31 december 2023. Dit klinkt nog ver weg, maar de tijd vliegt voorbij en zeker voor die dga’s die een lening hebben bij de eigen bv van boven de € 500.000 – niet zijnde een eigenwoninglening – is werk aan de winkel.

Het is niet relevant of de schuld is aangegaan door jou als dga of door je partner. Ook is het niet van belang of op basis van jullie huwelijkse voorwaarden de schuld behoort tot jouw vermogen of dat van je partner. Het maximumbedrag van € 500.000 geldt voor jullie beiden gezamenlijk.

Een dergelijke lening van meer dan € 500.000 wordt vanaf 2023 door de fiscus als bovenmatig beschouwd. Uiteraard is dit bedrag arbitrair, aangezien voor de ene dga een lening van € 5.000.000 niet bovenmatig hoeft te zijn, waar voor een andere dga geldt dat een lening van € 50.000 al bovenmatig is gelet op zijn financiële positie. De fiscus wil met de nieuwe wet voorkomen dat belastingclaims onbeperkt vooruit worden geschoven, alsook dat leningen uiteindelijk niet meer terugbetaald kunnen worden.

Fictief regulier voordeel

De lening boven het maximumbedrag van € 500.000 wordt het fictief regulier voordeel genoemd. Hierover is vanaf 2023 in box 2 belasting verschuldigd. Het fictief regulier voordeel geldt voor alle rechtsvormen waarin een aanmerkelijk belang kan worden gehouden. Voor alle duidelijkheid: van een aanmerkelijk belang is sprake als je als aandeelhouder, eventueel samen met je fiscale partner, in privé minimaal 5% van het geplaatste kapitaal in een vennootschap bezit. De meest voorkomende vennootschap is de bv.

Stel je hebt op 31 december 2023 een schuld aan je bv – niet zijnde een eigenwoningschuld – van € 1.000.000. Het fictief regulier voordeel komt dan uit op € 500.000. Hierover moet direct 26,9%  box 2-heffing worden voldaan, ofwel € 134.500.

Hoe werkt dit in de jaren die volgen?
Het maximumbedrag van € 500.000 wordt jaarlijks verhoogd met de eventuele eerdere fictieve reguliere voordelen waarover inkomstenbelasting is betaald. Hiermee wordt voorkomen dat jaarlijks vanwege hetzelfde bovenmatig gedeelte van de schulden een fictief regulier voordeel in de belastingheffing wordt betrokken.

Even een voorbeeld om dit te verduidelijken. Stel je bezit een jaar later (31 december 2024) nog steeds alle aandelen in de bv en je hebt ook nog steeds een schuld van € 1.000.000 aan je bv. Het maximumbedrag wordt dan met € 500.000 verhoogd naar € 1.000.000. Het fictief regulier voordeel bedraagt dan € 0, ultimo 2024.

Leningen/schulden

Onder leningen/schulden aan je eigen bv worden verstaan: alle schulden met uitzondering van eigenwoningschulden. Eigenwoningschulden zijn leningen die zijn aangegaan bij de eigen bv en die zijn gebruikt voor de aankoop, verbetering of onderhoud van je eigen woning. Verder moeten deze leningen voldoen aan de fiscale spelregels voor wat betreft rente en aflossing.

Wordt de lening aangegaan na 31 december 2022 dan moet aanvullend verplicht een recht van hypotheek worden verstrekt aan de bv. Het is niet noodzakelijk dat het hier een eerste recht van hypotheek betreft. Verder is een aandachtspunt dat de uitzondering voor eigenwoningschulden vervalt als na 30 jaar de lening naar box 3 verhuist of als de box 1-lening al eerder is omgezet naar een box 3-lening.

Goed te weten is verder dat eventuele vorderingen die je hebt op je eigen bv niet mogen worden afgetrokken van de schuld/lening aan je bv.

Verbonden persoon

Het fictief regulier voordeel is ook van toepassing op leningen die zijn aangegaan bij de bv van aan jou of je partner verbonden personen. Een verbonden persoon is de bloed- of aanverwant in de rechte lijn. Denk hierbij aan ouders, kinderen en kleinkinderen. Een broer of zus behoort niet tot de verbonden personen. Het bedrag boven het maximumbedrag van € 500.000 van de schulden van een verbonden persoon wordt toegerekend aan de aanmerkelijkbelanghouder. De toerekening geldt alleen als het een schuld van een verbonden persoon betreft aan de vennootschap waarin de aanmerkelijkbelanghouder een aanmerkelijk belang heeft, maar de verbonden persoon niet.

Stel jij bezit alle aandelen in een bv. Je hebt per 31 december 2023 een schuld – niet zijnde een eigenwoningschuld – van € 450.000 bij je bv. Jouw zoon (geen aandeelhouder, geen aanmerkelijkbelanghouder) heeft per 31 december 2023 een bedrag van € 650.000 geleend bij jouw bv (geen eigenwoninglening). Jouw zoon heeft daarmee, gelet op het maximumbedrag, een bovenmatige schuld van € 150.000. Omdat jouw zoon een verbonden persoon is wordt de bovenmatige schuld aan jou toegerekend. Dit betekent dat jij ultimo 2023 een fictief regulier voordeel hebt van € 100.000 (€ 450.000 + € 150.000 = € 600.000 minus € 500.000 = € 100.000). Jouw maximumbedrag wordt met € 100.000 verhoogd naar € 600.000.

Voorkomen dubbele heffing

Om dubbele belastingheffing te voorkomen is bepaald dat het fictief regulier voordeel ook negatief kan zijn. Wanneer de totale som van de schulden minder bedraagt dan het maximumbedrag, is in beginsel sprake van een negatief fictief regulier voordeel. Er kan echter slechts sprake zijn van een negatief fictief regulier voordeel voor ten hoogste het bedrag dat eerder bij de aanmerkelijkbelanghouder als positief fictief regulier voordeel in aanmerking is genomen. Het negatief fictief regulier voordeel verlaagt het maximumbedrag.

Door ook constructies als ‘van de vennootschap via een derde lenen’ onder de regeling te plaatsen worden veel ontwijkroutes dichtgetimmerd.

Tijdig maatregelen treffen

Mocht je over een excessieve schuld beschikken dan heb je nog ruim twee jaar om dit op te lossen. Dit kan bijvoorbeeld door dividend uit te keren en hiermee de schuld terug te brengen. Dit betekent dat er wel middelen moeten zijn om de box 2-heffing te betalen over het uitgekeerde dividend. Om bijvoorbeeld € 200.000 aan schuld weg te werken zal een dividend nodig zijn van € 273.597 (box 2-heffing € 73.597).

Wil je meer weten over de gevolgen van de Wet excessief lenen en hoe je hier in jouw situatie het beste mee om kunt gaan? Neem dan contact op met een gecertificeerd financieel planner.

Dit fenomeen, oplopende prijzen van consumentengoederen, is lange tijd weggeweest. Jarenlang was er juist angst voor deflatie maar nu we langzaamaan corona achter ons laten, zien we druk op alles en beginnen de prijzen op te lopen. Vooral in de VS zien we de inflatie toenemen; de laatste cijfers gaven aan dat de consumentenprijzen daar met maar liefst 5% zijn gestegen ten opzichte van een jaar geleden.

Is dit tijdelijk of structureel?

Volgens een recente studie van Bank of America ziet tweederde van de Amerikaanse fondsmanagers inflatie als iets tijdelijks. De topman van JP Morgan Chase, Jamie Dimon, denkt daar toch anders over en houdt extra geld aan op de balans van de bank, mocht de rente gaan stijgen. De Duitse centrale bankier Karl Otto Pöhl omschreef inflatie als tandpasta: eenmaal uit de tube, krijg je die er moeilijk terug in. De obligatiemarkten zien het vooralsnog als iets tijdelijks, de rente in de VS en ook in Europa is de laatste weken alweer aan het dalen. Hoe dan ook, zelfs als de inflatie stabiel blijft, is de reële rente – de nominale rente minus de inflatie – sterk negatief. In de VS is de tienjaarsrente in veertig jaar zelfs in reële termen niet zo negatief geweest. Dat heeft grote invloed op het al dan niet halen van de financiële doelen! Spaarders, obligatiehouders en gepensioneerden met een niet geïndexeerde pensioenregeling (wie heeft dat nog?) betalen namelijk de prijs van een sterk negatieve reële rente. Deze sluipmoordenaar zorgt op termijn voor een langzame dood van de pensioenen en spaaroverschotten. Met hyperinflatie (zoals in de jaren ’20 in de Weimarrepubliek, maar ook begin deze eeuw in Argentinië of twee jaar geleden in Venezuela) is geld van spaarders in korte tijd niks meer waard, zodat de briefjes beter op andere manieren kunnen worden gebruikt. Het effect van de huidige inflatie op de lange termijn is dezelfde: de koopkracht holt achteruit en daarmee wordt nominaal geld minder waard.

Wat te doen?
Er is geen ‘easy fix’ dus is het goed om eerst te bekijken wat je nu niét moet doen om rendement te behalen voor de financiële doelen, namelijk geld of lijfrente vastzetten op rente. Het klinkt veilig maar dat is nu een illusie. Cash aanhouden is heel fijn en belangrijk uit veel overwegingen. Het geeft je vrijheid om te doen wat je wilt doen, flexibiliteit om te beleggen op hogere rente of lagere koersen en het daalt niet in nominale termen. Maar uit rendementsoverwegingen is het aanhouden van cash en obligaties geen alternatief. Het is desastreus voor je koopkracht op langere termijn. Wat dan wel? De rode draad is dat je beseft dat een positief reëel rendement alleen haalbaar is door meer beweeglijkheid te accepteren. Er zijn meerdere wegen naar Rome om het geld te laten renderen, of dat bijvoorbeeld onroerend goed, een aflossing van een hypotheek (bedenk wel dat een lening nooit zo goedkoop is geweest), een gespreide beleggingsportefeuille of een deelneming in een bedrijf is. Het belangrijkste advies is: maak het bespreekbaar en kijk wat geschikt is voor jou, qua risico en horizon, om rendement te behalen! Je wordt doorgaans op langere termijn wel beloond voor het lopen van ‘schokrisico’ (zoals bij beleggen) maar niet voor het ‘sluiprisico’ van de negatieve reële rente.

Wat kan er gedaan worden in het vermogensbeheer met betrekking tot inflatie?

Vermogensbeheerder OAKK Beheerd Beleggen heeft in het beheer voor de lijfrente- en beleggingsrekeningen met BlackRock, Vanguard en Northern Trust (‘BVN’) begin dit jaar in de defensieve profielen de looptijden verkort op de obligaties en het belang in inflation-linked bonds opgehoogd. Dit is onlangs ook voor de andere profielen doorgevoerd. Op dit moment is het belang in inflation-linked bonds ca. 10% van het vastrentende deel in de portefeuille. De looptijden zijn met enkele jaren verkort om zo minder gevoelig te zijn voor een rentestijging. Als de inflatie een tijdelijk fenomeen blijkt te zijn, kan besloten worden om de looptijd weer wat te verlengen conform de benchmark. Deze switches hebben goed uitgepakt qua rendement en belangrijker, ze geven de klanten meer rust in de huidige omgeving van oplopende inflatie.

Wij hopen je hiermee meer houvast te hebben gegeven en om je verder op weg te helpen naar jouw financiële vrijheid! Wil je meer weten of heb je vragen, laat het ons weten. We kunnen samen bekijken wat het beste aansluit bij jouw wensen en doelen!

De coronacrisis heeft de wereld op zijn kop gezet. Onderzoek van bureau MarketResponse komt met opmerkelijke resultaten. Wat heeft deze pandemie ons gebracht? In ieder geval zijn Nederlanders meer gaan nadenken over hun financiële toekomst. En ruim een kwart gelooft dat met het maken van een financieel plan de gewenste toekomst behaald kan worden.

Toekomstplannen

De coronatijd is vooral gebruikt om op te ruimen, zo blijkt uit het onderzoek dat recent is gepubliceerd. Ongeveer een kwart van de mensen is het huis gaan verbouwen, aan een nieuwe hobby begonnen of is de financiële administratie gaan bijwerken. En dan komen er natuurlijk zaken aan het licht.

De helft van de Nederlanders is meer gaan nadenken over de toekomst en daar hoort het aanhouden van een financiële buffer bij. Schokkend is het om te moeten constateren, dat een vijfde van alle ondervraagden vermoedt dat zij hun financiële toekomstdoel niet halen, tenzij ze de loterij winnen.

De kracht van een financieel plan

Het is niet de loterij die mensen structureel dichter bij hun financiële doel kan brengen, het is een financieel plan. Het in kaart brengen van je financiële situatie is zo waardevol. Doordat je weet wat je uitgeeft (en waaraan) en wat er maandelijks binnenkomt, weet je precies of je overhoudt of tekort komt. En ook hoeveel.

Als je tekort komt, is het zinvol om te weten waaraan je geld uitgeeft. En kun je uitzoeken of je je uitgaven anders kunt inrichten, waardoor je wél geld overhoudt. Op het moment dat je geld overhoudt, is het belangrijk om te berekenen hoeveel je maandelijks opzij moet zetten om je financiële doel te halen.

De juiste navigatie

Als je weet waar je staat en waar je naar toe wilt, dan heb je een prima uitgangspositie om je financiële doelen te bereiken. Als je dit niet weet, hoe kun je dan ooit ergens komen waar je graag wilt zijn?

Een financieel plan is niet alleen je startpunt, maar is meer dan dat. Het is ook een gids om je te begeleiden in de mogelijke wegen naar je doel. Daarbij maakt het financieel plan gebruik van de elementen ‘geld’ en ‘tijd’.

Als je maandelijks € 100 opzij legt en je financiële doel moet over twee jaar worden bereikt, dan is het logisch, dat dit op basis van die inleg niet veel meer zal zijn dan 24 maanden van € 100, dus € 2.400. Wie nog veertig jaar van zijn doel afzit en maandelijks € 100 inlegt, legt in totaal € 48.000 opzij. Dan heb je nog geen rendement gerekend en ook geen inflatie.

Het achtste wereldwonder

Einstein had het over het achtste wereldwonder, toen hij het over ‘rente over rente’ had, ook wel compounding genoemd. Als je rendement gaat maken over je rendement exploderen de getallen. Wie € 1.000 belegt tegen een rendement van 5% per jaar, heeft na een jaar € 50 aan resultaat. In het tweede jaar maakt hij dat rendement niet over € 1.000, maar over € 1.050. Doe je dit 10 jaar, dan stijgt dit bedrag naar € 1.629 aan rendement. Doe je dit veertig jaar, dan zit je aan € 7.040. Dat is de kracht van compounding. Wie veertig jaar maandelijks € 100 inlegt tegen een jaarrendement van 5% maakt dus gebruik van dit fenomeen.

Nu heeft de werkelijkheid twee belangrijke hick-ups: het rendement zal nooit ieder jaar gelijk zijn, omdat beleggingen nu eenmaal de neiging hebben wisselende rendementen te hebben, en er is ook nog zoiets als inflatie. De € 7.040 die hierboven is genoemd zal dus waarschijnlijk een lagere koopkracht hebben dan nu. Anders gezegd: met € 7.040 kun je nu meer kopen dan met hetzelfde bedrag over 40 jaar, zo nemen we aan.

Wat is wijsheid?

In het financiële plan bepaal je samen met een gecertificeerd financieel planner, hoe jouw financiële doel er uit ziet. Wanneer dat geld bij elkaar moet zijn gespaard of belegd. Wat je maandelijks kunt missen om geld opzij te zetten om dat doel te bereiken. En welke beleggingen geschikt en passend zijn om in te zetten als vermogensbouwer. Dan hoef je niet meer te hopen op een prijs in de loterij, maar kun je zelf structureel aan je toekomst werken.

Je hebt geld beschikbaar en vraagt je af hoe je dit zo slim mogelijk kunt investeren. Want vermogensopbouw is zo gemakkelijk nog niet. Wat moet je kiezen? Er zijn zoveel opties. Op het moment dat er een aanzienlijk bedrag op een spaarrekening staat, levert dat op dit moment geen geld op. In sommige gevallen kost het zelfs geld vanwege een negatieve rente!  Dat is natuurlijk zonde want je geld wordt op termijn ook nog eens minder waard door inflatie.

Er zijn een aantal mogelijkheden om wel vermogen op te bouwen met datzelfde geld.

Je kunt bijvoorbeeld meer rendement maken, dan ga je niet sparen, maar dan ga je beleggen. Dat neemt wel enig risico met zich mee. Je zou ook kunnen overwegen om je schulden af te lossen waardoor de lasten lager worden en waardoor je per maand meer overhoudt om zo weer te reserveren, zodat je vermogen ook weer groeit.

Een andere mogelijkheid is om je inkomen te vergroten en dat zou je bijvoorbeeld kunnen doen door onroerend goed aan te kopen, wat je vervolgens verhuurt en die huurinkomsten zijn dan weer extra vermogen, waardoor je weer onderaan de streep per maand meer overhoudt om te reserveren. En zo zijn er nog meer mogelijkheden om je vermogen beter te laten renderen.

Om deze mogelijkheden tot een goed einde te brengen, hebben wij drie tips:

  • Allereerst is het belangrijk dat je goed helder hebt wat je wensen en doelstellingen zijn. Op het moment dat je bijvoorbeeld weet wat jouw inkomen is om jouw ideale leven te leiden, kun je heel makkelijk toewerken naar een datum om eerder te stoppen met werken.
  • Als tweede is het heel belangrijk dat je weet wat het doel is van de vermogensopbouw, want hoe langer de horizon, hoe meer risico je kunt nemen ten aanzien van de investering.
  • En als laatste is het van belang, dat je kiest voor de mogelijkheid die het beste bij je past. Rendement is heel erg belangrijk, maar het belangrijkste is, past die optie bij mij en slaap ik er nog steeds goed door.

Je weet nu meer over de verschillende mogelijkheden van vermogensopbouw. Wil je meer weten en wil je hulp bij het kiezen van de beste mogelijkheid, neem dan eens contact op met een gecertificeerd financieel planner. Op deze manier wordt jouw financiële situatie inzichtelijk gemaakt en wordt je geholpen met een passend vermogensplan.

Is het beter om het vermogen in privé of in een BV te sparen en/of te beleggen? Om deze vraag te beantwoorden is het allereerst belangrijk te weten of het vermogen in de BV is verdiend of in privé. Ook is het van belang te weten welk beleggingsrisico je maximaal wilt en kunt lopen. Wanneer dit bekend is, kan berekend worden of sparen en/of beleggen in privé voordeliger is dan in de BV, of andersom.

Beleggen in de BV of in box 3?

Als je vermogen verdiend is in de BV, dan is het meest voor de hand liggend om dit te beleggen binnen de BV.

Een alternatief is om het vermogen als dividend uit te keren en in box 3 te gaan sparen en/of beleggen. Als je kiest voor box 3 dan betekent dit dat over de dividenduitkering 26,9% aan box 2-heffing verschuldigd is. Ofwel als je € 1 miljoen in de BV hebt en dit wilt uitkeren aan privé, dan houd je na de afdracht van belasting in privé nog € 731.000 over. Dit is voor velen geen aantrekkelijk vooruitzicht, gevoelsmatig ben je bijna drie ton armer geworden.

Door het vermogen in de BV te houden, kan de belastingclaim naar de toekomst worden geschoven. Maar bedenk, van uitstel komt waarschijnlijk geen afstel. Toch is het vaak voordelig om de belastingheffing vooruit te schuiven. De BV kan dan immers rendement maken op de uitgestelde heffing van in dit voorbeeld € 269.000. Dit rendement is zelf ook weer belast met vennootschapsbelasting en toekomstige box 2-heffing, maar per saldo kan het uitstellen een voordeel opleveren.

Omslagpunten

Vaak wordt gezegd dat bij lage verwachte rendementen, zoals op spaargelden, het beste in de BV kan worden belegd en bij hoog verwachte rendementen box 3 vaak een beter alternatief is. Maar bij welke verwachte rendementen liggen de omslagpunten? Het omslagpunt voor wat betreft rendement van waaraf beleggen in box 3 na dividend voordelig wordt, is afhankelijk van het box 3-tarief en het tarief aan vennootschapsbelasting.

Door het tarief aan vennootschapsbelasting te delen door de box 3-heffing kan het omslagpunt worden berekend of beleggen in BV of privé fiscaal voordeliger is. In box 3 geldt een vrijstelling van € 50.000 per persoon, ofwel € 100.000 voor fiscale partners. Bezit je meer vermogen dan de vrijstelling dan zal je in principe elk jaar box 3-belasting moeten betalen. Hoe hoger het vermogen, hoe meer belasting verschuldigd is.

Voor vermogens tot € 50.000 (€ 100.000 fiscale partners) boven de vrijstelling is uitgaande van het laagste vennootschapsbelastingtarief van 15% het omslagpunt 3,93% (0,59% box 3-heffing : 15% vennootschapsbelasting). Ofwel verwacht je een hoger rendement dan 3,93%, dan is beleggen in box 3 gunstiger.

Voor het meerdere tot € 950.000 (€ 1,9 miljoen fiscale partners) bedraagt het omslagpunt 9,33% (1,4% box 3-heffing : 15% vennootschapsbelasting). En voor vermogens daarboven geldt zelfs een omslagpunt van 11,73% (1,76% box 3-heffing : 15% vennootschapsbelasting).

BV vaak beste plek

Voorgaande omslagpunten geven een goede indicatie. Om het exacte omslagpunt te berekenen wordt gerekend met het marginale box 3-tarief. Immers deze stijgt telkens iets naarmate het vermogen toeneemt en kent dus voor elk bedrag een ander tarief. Uitgaande van een box 3-vermogen van € 731.000 is de exacte box 3-belastingdruk 1,09%, zodoende komt het omslagpunt uit op 7,27%. Hierbij geldt de formule: marginale box 3-heffing gedeeld door tarief vennootschapsbelasting (hier 1,09% : 15%).

Al met al liggen de omslagpunten voor hogere vermogens op een zeer hoog niveau, kijkend naar de verwachte rendementen op spaargeld alsook de verschillende beleggingscategorieën: aandelen, obligaties en overige alternatieve beleggingen. De conclusie is dan ook al snel dat sparen, maar ook beleggen veelal fiscaal voordeliger is in de BV dan in privé.

Geld in box 3

Stel nu dat het geld in privé is verdiend en niet in de BV, hoe zit het dan met de omslagpunten? In dit geval zit het vermogen in box 3 en zal je, wanneer het vermogen uitkomt boven de vrijstelling, jaarlijks worden aangeslagen voor box 3-belasting. Het is mogelijk om het box 3-vermogen over te dragen naar box 2, naar bijvoorbeeld een BV. Of dit fiscaal aantrekkelijk is hangt af van de omvang van het vermogen en het verwachte rendement. Ook hier kunnen we de omslagpunten berekenen of het vanuit fiscaal oogpunt verstandig is om het vermogen in box 3 te houden of over te dragen naar box 2.

Het omslagpunt kan worden verkregen door de belastingdruk in box 3 te delen door de totale belastingdruk in de BV (vennootschapsbelasting + box 2-belasting). Deze ‘cumulatieve’ belastingdruk bedraagt bij een rendement winst tot € 245.000 37,87% (100 – 15 : 100 x 26,9 + 15) en 45,18% (100 – 25 : 100 x 26,9 + 25) over het meerdere boven de € 245.000. De omslagpunten tot welk rendement een overgang naar box 2 fiscaal voordelig is kan als volgt worden berekend.

Voor kleinere vermogens tot € 50.000 (€ 100.000 fiscale partners) boven de vrijstelling is, uitgaande van het laagste vennootschapsbelastingtarief van 15%, het omslagpunt 1,56% (0,59% box 3-heffing : 37,87% cumulatieve heffing vennootschapsbelasting + box 2-heffing).

Voor het meerdere tot € 950.000 (€ 1,9 miljoen fiscale partners) bedraagt het omslagpunt 3,7% (1,4% box 3-heffing : 37,87% cumulatieve heffing vennootschapsbelasting + box 2-heffing). En voor vermogens daarboven geldt een omslagpunt van 4,65% (1,76% box 3-heffing : 37,87% cumulatieve heffing vennootschapsbelasting + box 2-heffing).

Bij lagere verwachte rendementen is het fiscaal voordeliger om het vermogen naar box 2 over te hevelen.

Voorbeeld

Stel je hebt samen met je fiscale partner een box 3-vermogen van € 1 miljoen. Je verwacht hierover een rendement van gemiddeld 2% per jaar, ofwel € 20.000. In box 3 is over dit vermogen € 11.750 aan box 3-belasting verschuldigd. Van het verwachte rendement resteert zodoende € 8.250. Als je het vermogen in een BV stort, dan betaalt de BV over het rendement van € 20.000, 15%, ofwel € 3.000 vennootschapsbelasting. Keert de BV het nettorendement van € 17.000 als dividend vervolgens uit aan privé, dan is hierover € 4.573 box 2-heffing verschuldigd. Al met al resteert een nettorendement van € 12.427. Dit is € 4.177 meer dan wanneer het vermogen in box 3 aangehouden zou worden. Wel moeten de kosten voor het oprichten en in de lucht houden van een BV  van dit rendement nog worden afgetrokken.

Stel nu dat het verwachte rendement geen 2 maar 4% bedraagt, dan blijft in privé € 28.250 netto over. In de BV is dit € 24.854.

Wil jij weten hoe je jouw vermogen het beste kunt structureren? Neem dan contact op met een gecertificeerd financieel planner.

Bijna iedereen wil wel miljonair worden. Een loterij winnen zou dan handig zijn. Dan kun je in één klap miljonair worden. Het is alleen voor weinigen weggelegd. Het bijzondere is: wat veel mensen met loterijen doen, doen ze niet met echte vermogensvormers zoals beleggen.

Wat doen ze dan wel met loterijen? Je ziet dat veel mensen een abonnement hebben op een loterij, bijvoorbeeld op de Staatsloterij of de Postcodeloterij. Bij deze mensen wordt er doorgaans maandelijks automatisch geld van de rekening afgeschreven. Je wilt natuurlijk niet het risicolopen dat je net niet dat lot hebt gekocht met het winnende nummer. Of nog erger, dat het winnende lot in jouw straat valt.

Zie je veel mensen die een abonnement op een belegging hebben? Nee, die zie je niet. Hooguit wat pensioenspaarders, want als je pensioen opbouwt is dat meestal wel een bijdrage vanuit een maandsalaris.

Wat levert het meeste op?

Hier zien we twee interessante aanvliegroutes om met vermogensvorming om te gaan. De ene is elke maand geld storten bij een loterij, de andere elke maand vanaf salaris geld storten in een pensioenpotje. Welke actie levert nu het meeste aan vermogensvorming op? Het antwoord is niet moeilijk. Natuurlijk, het geld dat in het pensioenpotje wordt gestort, want daarmee wordt belegd. Onder andere in aandelen, in obligaties, in vastgoed, in goud, in allerlei goederen, in niet beursgenoteerde bedrijven, in allerlei projecten, kortom: in de echte economie. Bij de loterij gaat het naar een goed doel en een deel wordt ‘verloot’ onder een aantal winnaars. Meedoen aan een loterij heeft dus een sociale kant en je zou er miljonair mee kunnen worden. Alleen, dat zijn er maar een paar op heel veel deelnemers. De kans is dus heel klein.

Wat is jouw tactiek?

Wat is een slimme strategie om vermogen bij elkaar te vergaren en misschien wel miljonair te worden? Wat moet je daarvoor doen? Het is in ieder geval belangrijk om deel te nemen in de echte economie, daar waar geld wordt verdiend. Alleen dan kun je zelf ook geld verdienen, door het mogelijk te maken dat bedrijven en organisaties met jouw geld ondernemen. Je kunt dan kiezen uit hele risicovolle beleggingen of juist risicomijdende.

Obligaties

Traditioneel worden obligaties (wanneer je geld uitleent aan de overheid, aan bedrijven en organisaties) als risicomijdend gezien. Degene die geld van jou leent, zal het op een gegeven moment terugbetalen en betaalt verder nog rente. Als zo’n organisatie solide is, krijg je keurig de rente betaald en ook aan het eind van de looptijd je geld terug. Dat is natuurlijk niet altijd het geval, dus hier zit een risico.

Aandelen

Aan de andere kant van het spectrum zitten traditioneel aandelen van bedrijven. Je wordt een stukje mede-eigenaar. Als het goed gaat krijg je dividend en stijgt de waarde van je aandeel, maar bedrijven kunnen ook failliet gaan en dan krijg je niets meer terug. Tegenwoordig zijn er ook nog risicovollere beleggingen. Je kunt in buitenlandse valuta’s handelen (Forex) of in cryptocurrencies. Er zijn er genoeg die bijvoorbeeld in de Bitcoin investeren en hiermee rendement willen behalen.

Overige manier voor vermogensopbouw

Voor beleggers zijn er veel instrumenten beschikbaar. Niet alleen de genoemde vormen, maar ook allerlei beleggingsfondsen. Sommige met één of meer fondsbeheerders die de markt proberen te verslaan (dat heet dan ‘actief’), sommige die een index kopiëren (‘passief’). Om daarin een goede keuze te maken en aan structurele vermogensgroei te werken is niet eenvoudig. De waan van de dag regeert in veel gevallen.

Wat doet een gecertificeerd financieel planner?

Hij kijkt eerst naar wat je als persoon wilt bereiken, wat je doelen zijn en wat deze doelen kosten. En, wanneer ze betaald moeten worden. Als er over vijftien jaar € 250.000 nodig is voor een bepaalde besteding, misschien een tweede huis, dan is dat een gegeven waarmee gewerkt wordt. De financieel planner zal dan met je afstemmen wat voor belegger je bent. Wat kun je financieel hebben en hoe wordt je nachtrust of dagactiviteit beïnvloed door je beleggingen. Vervolgens zal de planner een beeld hebben van welke weg voor jou geschikt is om te bewandelen. Meer risico, minder risico, actief of passief, wel cryptocurrencies of juist niet, dat soort zaken.

Pas dan komt de selectie van de echte beleggingen, vaak ofwel in overleg ofwel via een vermogensbeheerder. Voor veel mensen is er niet direct een groot startkapitaal, maar wel een maandelijks inkomen waarvan gespaard kan worden. De gecertificeerd financieel planner zal dan uitleggen en uitrekenen wat het maandelijkse bedrag zal zijn bij een bepaald doel en bij de gekozen strategie. En dan kan de belegging zijn werk doen. Zal dit altijd uitkomen? Nee. Is dat dan een moment om even met je financieel planner te sparren? Ja! Samen kun je zo gestructureerd werken aan je vermogensgroei. Misschien iets meer bijstorten iedere maand, misschien iets risico terugnemen, soms is een beetje bijsturen genoeg. Met een deskundige die jouw situatie kent en de beleggingswereld begrijpt.

Elk jaar raken vele duizenden mensen in Nederland arbeidsongeschikt. Dit leidt meestal tot een forse daling van het inkomen. Voor werknemers is er een vangnet. Voor zelfstandig ondernemers is de situatie heel anders en ontbreekt elk vangnet. Desondanks blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) dat het merendeel van de zelfstandigen hiervoor niets geregeld heeft.

Binnen de financiële planning maken wij onderscheid tussen verwachte en onverwachte levensgebeurtenissen. De kans is groot – en zodoende verwacht – dat je heel oud wordt, dat je in jouw leven een aantal maal verhuist en dat jouw kinderen gaan studeren. De kans is echter kleiner – en daarmee onverwacht – dat je werkloos of arbeidsongeschikt wordt. Aangezien je in beide situaties wilt blijven voorzien in een bepaald inkomen om de vaste lasten te kunnen betalen, is het belangrijk om ook stil te staan bij de financiële gevolgen van onverwachte gebeurtenissen. Dit laatste geldt zeker voor zelfstandigen/zzp’ers. En deze laatste groep neemt sterk toe.

Vaak onvoldoende buffer

Jaarlijks raakt één op de tien zelfstandig ondernemers tijdelijk of langdurig arbeidsongeschikt. De cijfers van het CBS laten zien dat dit vaak afhankelijk is van de branche waarin de zelfstandige werkzaam is. In de ene branche komt ziekte en arbeidsongeschiktheid vaker voor dan in de andere. Als zelfstandige kun je niet rekenen op de overheid als je (deels) arbeidsongeschikt wordt.

Mogelijk beschik je zelf over een buffer. Bijvoorbeeld in de vorm van vermogen of het inkomen van je partner. Is dit niet het geval, dan doe je er als zelfstandige verstandig aan een arbeidsongeschiktheidsverzekering af te sluiten die zorgt voor een aanvulling op je inkomen.

AOV: te kostbaar om niet te hebben

De premie van een arbeidsongeschiktheidsverzekering is voor veel zelfstandigen een flinke kostenpost. Toch is het afdekken van het risico op arbeidsongeschiktheid van groot belang. Door goed te kiezen valt een verzekering mogelijk toch binnen je budget:

  • Wachttijd: keert de verzekering na 30, 60 of 90 dagen uit? Hoe langer de wachttijd, hoe lager de premie.
  • Hoogte en duur uitkering: hoe lager de uitkering, hoe lager de premie die je betaalt. Zoek uit wat je minimaal aan inkomen nodig hebt en welke voorzieningen er al zijn. Heb je vermogen? Mogelijk bevat een hypotheek of lijfrente een clausule die maakt dat de premie of rente niet meer is verschuldigd bij arbeidsongeschiktheid.
  • Arbeidsongeschiktheidscriterium: de verzekering kan worden afgestemd op je beroep en werkervaring bij het bepalen van arbeidsongeschiktheid. Kies je voor ‘beroepsarbeidsongeschiktheid’, dan keert de verzekering uit als je je huidige beroep niet meer kan doen. Kies je voor ‘passende arbeid’, dan is de drempel hoger om arbeidsongeschikt te worden bevonden en zal de premie dus lager zijn.
  • Indexatie: overweeg of jaarlijkse indexering van het verzekerde bedrag nodig is.
  • Starterskorting: starters krijgen de eerste jaren vaak een starterskorting, deze kan oplopen tot 30 procent van de premie.

IOAZ

In uitzonderlijke gevallen kun je als zelfstandige in aanmerking komen voor een IOAZ-uitkering. IOAZ betekent Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen. De voorwaarden hiervoor zijn: je bent tussen de 55 jaar en de AOW-leeftijd, je voldoet aan het urencriterium voor de zelfstandigenaftrek, je hebt de laatste tien jaar gewerkt en je bent al minimaal drie jaar werkzaam als zelfstandige en je hebt de uitkering aangevraagd voordat je jouw onderneming hebt beëindigd of verkocht. Het voordeel van een IOAZ-uitkering boven een bijstandsuitkering is dat je niet eerst al je vermogen hoeft aan te spreken alvorens je recht hebt op deze uitkering.

Besluit bijstandverlening zelfstandigen

Wil je jouw onderneming voortzetten, ondanks dat je bijna geen inkomen meer genereert? Dan kun je via het Besluit bijstandverlening zelfstandigen (Bbz) misschien het inkomen van jezelf en jouw eventuele partner tot jouw pensioenleeftijd aanvullen tot bijstandsniveau. Vanwege de coronacrisis is er momenteel een extra Bbz-ondersteuning voor zelfstandig ondernemers die in de financiële moeilijkheden terecht zijn gekomen. Deze regeling heet de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo).

Vrijwillige verzekering bij het UWV

Via het UWV kun je je als zelfstandige vrijwillig verzekeren voor het risico van kort- of langdurig ziek worden. Je kunt bij het UWV de volgende verzekeringen hiervoor afsluiten: ziektewet-verzekering, WIA-verzekering of de WAO-verzekering. Wel moet bekeken worden of het verstandig is om dit via het UWV te verzekeren of op een andere manier.

Wil je weten wat de financiële gevolgen van arbeidsongeschiktheid voor jou zijn en hoe de nadelige gevolgen hiervan op te lossen? Een gecertificeerd financieel planner kan je hierbij helpen!

Het was te verwachten, het wordt steeds gekker met ‘onze’ banken. Ooit was het de veilige bewaarplaats van ons geld. Beschermd in beveiligde kluizen toen we nog geen giraal betaalverkeer hadden en later online gingen bankieren. De ontwikkelingen in het hedendaagse betaalverkeer gaan zo snel dat we tegenwoordig al met cryptovaluta kunnen afrekenen. Zelfs de digitale euro is aanstaande. De ontwikkelingen gaan wel erg snel nu.

Negatieve rente

Als bankrekeninghouders zijn we al een tijdje geconfronteerd met dalende rentetarieven. We krijgen nul rente en rekeninghouders met een leuk bedrag op hun depositorekening betalen zelfs een half procent negatieve rente. Dat is om de reden dat systeembanken hetzelfde percentage (boete)rente betalen aan de ECB. Banken worden namelijk gestimuleerd om zoveel mogelijk geld de economie in te duwen. Ze doen dat door middel van consumptieve leningen en hypotheken op vastgoed. De rentetarieven waren hun verdienmodel. Spaargeld inlenen voor een lagere rente en uitlenen voor hogere tarieven. Echter gingen de monetaire beleidsmaatregelen de laatste jaren de andere kant op. Dankzij het beleid van centrale banken werd geld lenen alsmaar goedkoper. De samenleving profiteerde massaal. De aanschaf van duurzame goederen kwam eerder binnen handbereik. Niet iedereen begreep dat het toekomstig besteedbare inkomen daaronder te lijden had gezien het groeiend aantal verzoeken om schuldhulpverlening, met name in Nederland.

Spaaroverschot door het dak

De economische groei in de hedendaagse maatschappij wordt veroorzaakt door het verhogen van de geldomloop door de geldcreatie van banken. Bij de uitgifte van een lening wordt een vordering genoteerd ter linkerzijde op de bankbalans. Verlaag de rente en zorg dat consumenten blijven consumeren. Het geldsysteem is gebouwd op de geldcreatie van private banken. Centrale banken voeren de regie. Daarboven staat de BIS (Bank voor Internationale Betalingen) die internationale monetaire samenwerking nastreeft en optreedt als bank voor de nationale centrale banken. Het bancaire systeem is mondiaal verweven en maakt dat onze pegels blijven rondtollen. Als we massaal op ons geld gaan zitten, dan zal economische groei inzakken en loopt het monetaire systeem gevaar. Zou zelfs kunnen crashen als centrale banken niet ingrijpen. Door de coronacrisis houden rekeninghouders massaal hun geld vast. Het spaaroverschot op de bankbalansen stijgt door het dak.

Spaargeld geeft buikpijn

Nu de (centrale) rente al jaren op het nulpunt staat zien banken geen andere uitweg om het bancaire systeem overeind te houden door het overtollige spaargeld van hun balansen te lozen. Vanwege de toename van spaargeld door de coronacrisis betalen Europese banken steeds meer (boete)rente aan de ECB. Dit gaat ten koste van de winstgevendheid waardoor beleggers bankaandelen gaan verkopen. Omdat “onze” banken ooit in het leven zijn geroepen als dienstverleners voor de rekeninghouders, denken banken er goed aan te doen om hun rekeninghouders te adviseren hun spaargeld van de rekening te lozen. Bij wijze van service verstrekken ze een lijstje van aanbieders die enkele tienden van procenten (waar praten we over) hogere rente bieden. We worden aangezet om te gaan shoppen met ons spaargeld. “Haal het alstublieft bij ons weg, we zitten er mee in de maag.”

ING wil zijn spaarders kwijt

De ING is als eerste Nederlandse bank begonnen om op hun website cliënten te wijzen op het feit dat ze hun spaargeld beter naar een andere bank kunnen overmaken. Voor meer advies wordt verwezen naar consumentenorganisaties. Op hun website staat letterlijk deze tekst:

“Heb je (nog) geen andere bestemming voor je spaargeld? Dan kun je overwegen (een deel van) je spaargeld over te boeken naar een andere bank. Die geven soms meer rente dan ING.”

Het zal niet lang duren voordat de concurrerende banken ook met deze adviezen komen. We zien de bui al hangen. Nerveuze rekeninghouders die niet meer weten waar ze met hun geld naar toe moeten. Te gek voor woorden. De omgekeerde wereld. Ooit vochten de banken om je spaargeld om net één tiende procent hogere rente te bieden. Nu willen ze ons kwijt. Wat gebeurt er? Er is al een trend gaande dat mensen hun spaargeld doorsluizen naar een beleggingsrekening, vastgoed of cryptovaluta.

Schatrijk of steenrijk

Het moet niet gekker worden. Waar moet ik heen met mijn spaarcenten? Versneld uitgeven om de economie te stutten? Beleggen? Moet ik maar cashgeld opslaan in een pakhuis zoals oom Dagobert Duck deed? Toevallig is mijn matras aardig versleten, daar kan wel wat opvulling onder. Oké, een grapje, maar is het wel zo grappig dat ons rekeninghouders wordt gevraagd ons geld naar een andere bank te brengen. Ik ben stom verbaasd. Zoals ik eerder aangaf verwacht ik grote veranderingen wat betreft ons bancaire systeem. Zouden centrale banken de regie verliezen en mogelijk in paniek handelen? Zo ongeveer als momenteel de overheden panisch handelen met het chaotisch vaccinatieprogramma tegen het coronavirus.

Wilt u weten wat u het beste kunt doen? Een gecertificeerd financieel planner helpt u om financieel vooruit te kijken en een passende financiële strategie te vinden die bij u past en de beste kans biedt om uiteindelijk uw doelen te bereiken! Neem vrijblijvend eens contact op!