Het is al jaren een doorn in het oog van de overheid, de mogelijke schijnzelfstandigheid van zzp’ers. Eind 2018 meldde RTL bijvoorbeeld dat als de nieuwe spelregels voor zzp’ers zouden ingaan, er mogelijk 75.000 tot 100.000 als ‘in loondienst’ zouden kwalificeren.

De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid is samen met de staatssecretaris van Financiën de afgelopen jaren doende geweest om te komen tot nieuw beleid voor zzp’ers. Wat waren de plannen en hoe ziet het er nu uit?

Hoe was het en hoe is het nu?

Tot 1 mei 2016 konden opdrachtgevers en opdrachtnemers een zogeheten ‘Verklaring Arbeidsrelatie (VAR)’ opstellen. Hiermee maakten ze duidelijk dat er geen sprake van een dienstverband zou zijn, maar van een (aantal) losse opdracht(en) buiten de sfeer van ‘in dienst nemen’. Deze VAR voldeed niet en maakte plaats voor de Wet DBA (Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties). Deze wet regelt de fiscale gevolgen van een arbeidsrelatie. Die wet voldoet echter ook niet, vandaar de verdere voorstellen om tot nieuw beleid te komen. De discussie daartoe wordt al enige jaren gevoerd. Handhaving van de huidige regelgeving was uitgesteld tot 1 januari 2020 en vervolgens tot 1 januari 2021. En nog steeds is er geen kogel door de kerk.

Minimumtarief zzp’ers

Er zou een minimum uurtarief voor zzp’ers moeten gaan gelden van 16 euro per uur. Daarmee was de verplichte arbeidsovereenkomst bij een laag tarief van tafel, wat oorspronkelijk de maatregel was die de bewindslieden zich voorstelden om de onderkant van de arbeidsmarkt te beschermen. Dat idee ging ter ziele omdat het niet strookte met Europese wet- en regelgeving. Echter, zo halverwege 2020 werd ook het minimumtarief door de bewindslieden ingeslikt.

Zelfstandigenverklaring

Voor zzp’ers aan de bovenkant van de arbeidsmarkt moet een zelfstandigenverklaring gaan komen. In die verklaring zou het volgende moeten komen te staan:

  • Partijen beogen dat er geen arbeidsovereenkomst tot stand komt;
  • De arbeidsbeloning kent een minimumuurtarief van 75 euro (prijspeil 2019, sindsdien niet aangepast);
  • De overeenkomst wordt aangegaan voor de duur van maximaal een jaar;
  • Beide partijen moeten de overeenkomst ondertekenen;
  • De opdrachtnemer moet bij de Kamer van Koophandel ingeschreven zijn.

Webmodule

Hoe beoordeel je als opdrachtgever of opdrachtnemer je eigen situatie? Daarvoor is een webmodule in het leven geroepen, de zogenoemde Webmodule Beoordeling Arbeidsrelatie. Op de site van de belastingdienst is deze webmodule in te vullen. Geeft dit dan zekerheid? Nee, alleen een zekere mate van waarschijnlijkheid. Inmiddels is de webmodule in veel situaties uitgetest en wordt er gewerkt aan het ontwikkelen van een algoritme voor een goede beslisboom.

Wat is de status op dit moment?

De belastingdienst heeft de personeelscapaciteit opgevoerd om vanaf 1 januari 2021 te kunnen handhaven. Voor die tijd werd handhaving steeds opgeschoven. Er zou nu dus gecontroleerd moeten worden.

Op dit moment zitten we met de toepassing van de Wet DBA die per 1 mei 2016 is ingegaan. En natuurlijk de in het leven geroepen check die opdrachtgevers of opdrachtnemers kunnen doen via de webmodule op de site van de belastingdienst. Het is nu afwachten wat een nieuw kabinet straks zal doen.

Wat betekent dit voor zzp’ers?

De huidige onzekere situatie houdt aan en binnenkort wordt er gehandhaafd. Dan is het slim om je eigen financiële situatie in kaart te hebben. Denken in scenario’s is hier geen luxe. En dat is precies waar een gecertificeerd financieel planner goed in is: denken in scenario’s, denken in mogelijkheden.

Vanzelfsprekend hebt u nu goede voornemens. De kans is groot dat één van die voornemens iets met geld heeft te maken. Zoals bijvoorbeeld ‘zuiniger zijn’ of ‘meer geld opzij zetten voor de toekomst’. Prima! De vraag roept zich dan op hóe u dat in de praktijk van alledag vormgeeft. Het antwoord is eenvoudig: u kunt gaan beleggen.

Sterker nog: 2021 is hét jaar om te starten met beleggen. Zeker als u nooit eerder deze stap zette. We hopen hiermee de mensen, die nog nooit hebben belegd of niet eerder ‘de stap’ durfden te zetten, te overtuigen dat 2021 voor hen hét moment is om op déze wijze die goede voornemens kracht bij te zetten.

Aantal beleggers stijgt met 17%
Het aantal Nederlanders dat geld heeft belegd is in 2020 met ruim een kwart toegenomen. Er zijn nu 1,75 miljoen huishoudens die geld in onder meer aandelen en beleggingsfondsen hebben gestopt, blijkt uit onderzoek van het bureau Kantar. Het gaat om een stijging van 17% ten opzichte van vorig jaar. Toch stond er per november 2020 nog €390 miljard op de spaarrekening in Nederland. Zonde, want dat is echt teveel!

Waarom is 2021 hét jaar om te starten met beleggen?
Afgelopen jaar heeft de economie het nogal lastig gehad. Eigenlijk is dat een understatement. De coronacrisis en de economische gevolgen zullen u ook niet ontgaan zijn. Maar de verwachtingen voor 2021 zijn beter. Het coronavaccin komt er aan en dat levert hoop en positiviteit op. Als het even meezit, dan kunnen we in de zomer van 2021 al weer in zekere zin terug naar “Het Oude Normaal”.

Samengevat: positiviteit is over het algemeen een goed teken voor de beurskoersen. Natuurlijk zijn er ook andere factoren die de beurskoersen bepalen, maar u bent het ongetwijfeld met ons eens, dat we ook voor economisch herstel die positiviteit nodig hebben.

Oh, wat die andere factoren dan zijn? Wel… denkt u alleen maar eens aan de voortschrijdende technologische ontwikkelingen. Die gaan in hoog tempo door. Ze zijn helemaal van deze tijd! Dus, 2021 zou zomaar eens een goed beleggingsjaar kunnen worden. Veel deskundigen zijn het daar overigens mee eens. 2021 kan een prima beursjaar worden!

Toch gaan we hier meteen nuanceren….
Uit het voorgaande zou u de conclusie kunnen trekken dat juist (en alleen?) 2021 hét jaar is om te starten met beleggen. Ja, inderdaad (zoals gezegd): het is een goed moment maar eigenlijk bleken alle laatste jaren al goede jaren om te starten met beleggen. Dat zal de komende jaren bovendien niet anders zijn. Daar hebben we een aantal redenen voor:

  1. Rente op gewone spaarrekening is (nagenoeg) 0%
    Beleggen is al jarenlang een goede keuze omdat sparen al niets meer oplevert. De rente is nagenoeg 0%. U teert zelfs in als u uw geld op een spaarrekening laat staan. Deskundigen zijn het er over eens dat de rente (op gewone spaarrekeningen) in de komende jaren niet zal stijgen. Beleggen is daarom het logische alternatief.
  2. Beleggen is altijd voor de lange termijn
    Als u uw euro’s stort op een beleggingsrekening, dan kijkt u altijd naar de lange termijn. Zo wilt u bijvoorbeeld iets extra’s opzij zetten voor uw pensioen. Dat kan zelfs fiscaal gunstig in Nederland: u mag uw inleg aftrekken van de opgave inkomstenbelasting! Beleggers kijken dus minstens 10 á 15 jaar vooruit. Beleggen is geen korte termijn strategie, want… beurskoersen kunnen immers ook dalen op de korte termijn. Maar (en daar zijn deskundigen het ook over eens): over langere periodes stijgen beurskoersen altijd.
  3. Om te beleggen hoeft u geen beleggingsdeskundige te zijn
    In de laatste tien jaar is “beleggen” in Nederland voor iedereen zéér toegankelijk geworden. U hoeft helemaal niet dagelijks de beurskoersen te volgen. U hoeft niet elke dag Het Financieel Dagblad te lezen. U hoeft helemaal niet elke dag in te loggen om een analyse te maken. Welnee! Met een paar kliks opent u al een beleggingsrekening. U kiest zelf of samen met uw adviseur welk risicoprofiel bij u past en dan kunt u van start. Een professionele beleggingsorganisatie doet dan de rest. Het herbalanceren van uw portefeuille aan de ontwikkelingen op de beurs,  wordt voor u gedaan. Kortweg gezegd betekent dit dat continue uw ingelegde euro’s de grootste kans maken om naar méér euro’s te groeien.

2021 is dus hét jaar om te starten met beleggen. Maar, dat zal 2022 ook zijn. En 2023 en 2024. En… de jaren daarná! Zoals het ook al was in 2016. Of in 2017, 2018, 2019 of 2020. En, de jaren daarvoor. Beleggen is dus van deze tijd. Iedereen is een belegger! Het is de hoogste tijd om de stap te zetten.

Een gecertificeerd financieel planner helpt u om financieel vooruit te kijken en een passende financiële strategie te vinden die bij u past en de beste kans biedt om uiteindelijk uw doelen te bereiken! Neem vrijblijvend eens contact op!

Financieel vooruitkijken start met het opschrijven van voor jou belangrijke wensen en doelen nu en in de toekomst. Denk hierbij aan geld opzijzetten voor de studie van je kinderen, je hypotheek of andere schulden aflossen, verhuizen, eerder stoppen met werken, reizen, een vakantiehuisje kopen, een financiële buffer creëren, et cetera. Maar hoe bereik je, de voor jou, belangrijkste doelen met het geld dat je maandelijks overhoudt?

Plan van aanpak

Trek om te beginnen je uitgaven van je inkomsten af, wat resteert is je netto besteedbaar inkomen. Dit is wat je overhoudt om aan jouw financiële doelen te besteden. Uitgaande van een positief netto besteedbaar inkomen heb je verschillende mogelijkheden met je geld. Zoals sparen, beleggen of schulden aflossen.

De volgende stap is het plan van aanpak. Je kijkt naar de financiële middelen die nodig zijn om je doelen te bereiken. Om het vermogen voor je financiële doelen bij elkaar te krijgen, kun je naast schulden aflossen ook kiezen voor sparen of beleggen. Of natuurlijk een combinatie van deze drie. Waarschijnlijk heb je een duidelijke voorkeur voor een van de genoemde methoden. Het is belangrijk het effect van je keuze goed in kaart te brengen.

Waarom zou je sparen?

Stel, je loopt niet graag risico en wilt je doelen bereiken door te sparen, dan wordt dit een lastig karwei. Want alleen de inflatie al is hoger dan de huidige spaarrente. Dit betekent dat je geen vermogen opbouwt, maar elk jaar inteert op je spaargeld. Dit laatste zal nog meer het geval zijn als je spaargeld boven de vrijstelling van € 50.000 (of € 100.000 met je fiscale partner) uitkomt, waardoor je ook nog belasting moet betalen over je vermogen. De rekensom: spaarrente -/- inflatie -/- eventuele belasting, komt dan negatief uit.

Hierdoor is sparen voor het behalen van financiële doelen die verder in de tijd liggen momenteel minder geschikt. Voor het opbouwen en behouden van een financiële buffer om onverwachte uitgaven op te vangen is sparen wel de beste methode.

En waarom zou je beleggen?

Een goed alternatief voor sparen is beleggen. Het is mogelijk om defensief, neutraal of offensief te beleggen. Ieder profiel heeft zo zijn eigen rendement en risicoverwachting. Het is belangrijk te weten welk effect een hoog of laag rendement heeft op de kans om jouw doelen te behalen. Ook heel belangrijk is te bepalen bij welke mate van risico je nog rustig slaapt.

Leren van Einstein

Ken je de anekdote over de wetenschapper Albert Einstein? Gevraagd naar het achtste wereldwonder zou hij hebben gezegd dat dit het rente-op-rente-effect is. Niet vreemd, want de kracht hiervan is enorm. Om hiervan te profiteren is het zaak om het ontvangen rendement dat je ontvangt op de beleggingsrekening niet op te nemen. Hierdoor wordt over dit bedrag ook weer rendement behaald. Daardoor groeit het kapitaal niet in een vaste rechte lijn, maar volgens een steeds stijgende curve (licht exponentieel). Dit geldt niet alleen voor het effect van rendement in de vorm van koersstijgingen, maar ook voor bijvoorbeeld dividend op uw beleggingen. Voor het wonder van rente op rente zijn vier factoren belangrijk: tijd, rendement, inleg en kosten.

– Factor tijd
Hoe eerder je start met vermogen opbouwen via beleggen, hoe sneller je de doelen bereikt. Logisch natuurlijk, maar om te beseffen hoe groot dit effect is, vind je onderstaand een rekenvoorbeeld.

Stel, je hebt voor jouw doel een bedrag van € 250.000 nodig op 65-jarige leeftijd. Uitgaande van een verwacht nettorendement van 3 procent per jaar zal je, als je 25 jaar bent, 40 jaar lang € 270  per maand moeten inleggen om dit doel te bereiken. Wanneer je 45 jaar bent, zal je 20 jaar lang € 760 per maand opzij moeten zetten. En als je 55 jaar bent, leg je 10 jaar lang maar liefst € 1.790  per maand in.

– Factor rendement
Even belangrijk als de factor tijd, is het rendement dat je ontvangt op je geld.

Stel, we gaan uit van drie verschillende reële rendementspercentages van 1, 3 en 5% en een inleg van € 270 per maand, gedurende een periode van 40 jaar. Op basis van 1% rendement bouw je ongeveer € 160.000 op, bij 3% is dit zo’n € 250.000 en uitgaande van 5% is de verwachting ruim € 410.000.

– Factor inleg
Uiteraard speelt de hoogte van de inleg ook een rol. Hoe lager het verwachte rendement, hoe meer geld je moet inleggen om je doel te bereiken. Maar wat is nu slimmer: maandelijks inleggen of een bedrag in één keer inleggen? Hiervoor vergelijken we het eindkapitaal als je € 24.000 in één keer inlegt en dit 20 jaar laat staan met maandelijks € 100 inleggen over 20 jaar (totaal ook een bedrag van € 24.000 euro).

Stel, we gaan uit van een verwacht rendement van 5% netto per jaar. De opbrengst bij een inleg in één keer komt dan uit op ongeveer € 65.000 en uitgaande van een inleg per maand op ruim € 41.000.

De inleg van een hoog bedrag in één keer levert doorgaans een hogere opbrengst op. Dit is ook logisch, het volledige bedrag rendeert immers vanaf dag 1. Houd er wel rekening mee dat deze methode ook meer risico oplevert bij beleggen. Met name als je beleggingen flink in waarde dalen, direct nadat je bent gestart. Voor de meeste mensen zal gespreid beleggen emotioneel een beter gevoel geven. Bovendien heeft ook niet iedereen een dergelijk groot bedrag beschikbaar om in één keer mee te beleggen.

– Factor kosten
Onderschat de rol die kosten spelen bij het behalen van je financiële doelen niet. Rendementen zijn onzeker. Niet alleen bij beleggen, ook op de meeste spaarrekeningen kan de rente worden gewijzigd. Dat is in de afgelopen jaren wel duidelijk geworden. De enige zekerheid die je hebt zijn de kosten. Bij sparen is dit overzichtelijk en beperkt, bij beleggen is het ingewikkelder om inzicht te krijgen in de hoogte van de kosten.

Kies je strategie

Je weet nu meer over rendement en risico’s, waaronder inflatie en de invloed hiervan op het realiseren van je persoonlijke doelen. In veel gevallen is een combinatie van sparen, beleggen en aflossen op schulden de beste oplossing.

Een gecertificeerd financieel planner helpt je om financieel vooruit te kijken en een passende financiële strategie te vinden die bij je past en de beste kans biedt om uiteindelijk je doelen te bereiken!

Hoewel de belastingdienst graag roept dat het allemaal eenvoudiger wordt, is dat niet altijd de realiteit. Kijk maar eens naar de regeling omtrent de eigen woning. Hypotheekrenteaftrek, eigenwoningforfait…

Om nog maar te zwijgen over de termen die alles te maken hebben met wanneer je overwaarde in je huis hebt en gaat verbouwen of verhuizen. Je ziet door de bomen het bos niet meer.

WOZ-waarde en eigenwoningforfait

In politiek Den Haag gonst het behoorlijk als het gaat over de eigen woning. Op dit moment zit de eigen woning in box 1 van de inkomstenbelasting. De woning kent een bepaalde waarde, de vaak verguisde WOZ-waarde, op grond waarvan een soort van gebruiksinkomen wordt toegedicht aan de woning, het zogenoemde eigenwoningforfait.

Bij een WOZ-waarde tussen 75.000 euro en 1.110.000 euro reken je een half procent over de WOZ-waarde om het eigenwoningforfait te bepalen. Boven de 1.110.000 euro en onder de 75.000 euro gelden andere percentages en bedragen.

Wie een woning bezit met een WOZ-waarde van 300.000 euro, heeft een eigenwoningforfait van 1.500 euro. Waarom is het belangrijk om dat te weten? Voordat je de hypotheekrente in aftrek mag brengen op je inkomen moet je eerst het eigenwoningforfait erbij op tellen. Heb je op je huis van 300.000 euro een hypotheek van 200.000 euro tegen bijvoorbeeld 3% rente, dan is het rekensommetje als volgt: eigenwoningforfait is dan 1.500 euro, rente is 6.000 euro. Je hebt dan uiteindelijk maar een fiscale aftrek over het verschil, dus 4.500 euro.

En dan komt er nog iets ingewikkelds. Als je in de hoogste schijf van de inkomstenbelasting valt, is het tarief over die aftrek niet dat tarief, maar een lager tarief. In 2021 is dat maar 43%, om uiteindelijk in 2023 37% te worden. Die afbouw zou eerst veel langer duren. Tot zover de realiteit van vandaag de dag. Nu de beoogde toekomst.

Wat wil politiek Nederland met de hypotheekrenteaftrek?

Er wordt al heel lang geroepen dat de hypotheekrenteaftrek zou moeten worden afgeschaft. Daar zijn veel partijen het mee eens: de PvdA is voor volledige afschaffing, GroenLinks wil ervan af, D66 wil afschaffing en de ChristenUnie vindt dat ook. Tegenstanders zijn, zoals valt te verwachten, de VVD en het Forum voor Democratie. Genuanceerdere denkbeelden vinden we bij de Partij voor de Dieren en de SP, beide partijen zien meer in een afschaffing van de aftrekbaarheid van hypotheekrente boven een bepaald bedrag. En, beide noemen een plafond voor aftrek van 350.000 euro.

Het behoeft verder geen betoog dat het logisch is, dat nagenoeg dezelfde politieke partijen af willen van het eigenwoningforfait. Als je geen aftrek meer wilt toestaan, is het ook logisch dat je geen bijtelling op het inkomen verlangt.

Eigen woning in box 1 of box 3?

Hoe je verder om zou moeten gaan met de eigen woning vind je overal uitgewerkt in de verkiezingsprogramma’s. Een mogelijke route, is dat de eigen woning ‘verhuist’ van box 1 naar box 3. De eigen woning is in 2001, toen de huidige systematiek van de inkomstenbelasting is ingevoerd, in box 1 terechtgekomen vanwege het progressieve karakter van box 1.

Tot het huidige stelsel was er ook al belastingaftrek over de hypotheekrente, en dat ging ook over het inkomen. Het inkomen werd forser belast naarmate het méér was (progressief), dus daarmee was ook de hypotheekrenteaftrek voor degene met een hoog inkomen méér. Tegen een hoog percentage. Hetzelfde principe zit nu in box 1: je betaalt meer belasting naarmate het inkomen hoger is.

Eventuele oplossing voor huiseigenaren

Nu we een afwijking in de wet kennen, waardoor de hypotheekrenteaftrek tegen een veel lager tarief moet worden verrekend dan het tarief van de hoogste schijf bij een hoog inkomen, zitten we al meer op het vlak van nivellering: voor iedereen een (bijna) zelfde hypotheekrenteaftrek. Die is nu kunstmatig in box 1 gecreëerd. En wat zou er nou handiger zijn dan de woning gewoon in box 3 te plaatsen? Daar heb je al voor iedereen een zelfde belastingtarief, daar geldt geen progressie. Dan heb je dat element op een veel transparantere manier opgelost, als je dat wilt. Afgezien van de notoire tegenstanders van de afschaffing van hypotheekrenteaftrek, is die nivellering toch al doorgevoerd en zou dit met het overhevelen naar box 3 simpeler zijn. Dat is een geluid dat we steeds meer horen in politiek Den Haag.

En dan nog iets, hoe zit het dan met al die huidige huiseigenaren die misschien van de ene op de andere dag (als er geen overgangsrecht komt) geen aftrek meer zouden hebben? Een simpele oplossing hiervoor doet de ronde: zorg voor een bepaalde vrijstelling in box 3, waarover geen belasting hoeft te worden betaald. In box 3 word je aangeslagen over je vermogen. Boven de vrijstelling van 50.000 euro per persoon, heb je te maken met het betalen van belasting. Zou je bijvoorbeeld nog 25.000 euro aan extra vermogen hebben, dan geldt daarover een door de belastingdienst vastgesteld rendement en daar betaal je dan een vast percentage aan belasting over, volgens de daarvoor bestaande tabellen. Als je woning in box 3 terecht komt en laten we zeggen dat de waarde 300.000 euro is en de hypotheek 200.000 euro, dan heb je dus opeens 100.000 euro vermogen erbij in box 3. En zou je belasting moeten gaan betalen over het meerdere boven 50.000 euro (of 100.000 euro in de situatie van een stel). Daarom zou een extra vermogensvrijstelling helpen om pas bij een woning met een fors hogere WOZ-waarde belasting te gaan betalen. Dan heb je weliswaar geen aftrek, maar word je ook niet aangeslagen tot een bepaald plafond.

Wat mogen we nu verwachten?

We weten niet wat de politieke kleur van een nieuw kabinet zal worden. We weten wel dat er waarschijnlijk iets zal gebeuren met verdere beperking van de aftrek. De lage rente-omgeving waarin we verkeren, maakt het eigenlijk ook wel een ideaal startpunt als je zoiets ingrijpends wilt doorvoeren. Daarbij lijkt de variant waarbij de woning verhuist van box 1 naar box 3, met bijbehorende (veel) hogere vrijstellingen er eentje die in de nabije toekomst nog wel eens verder uitgewerkt zou kunnen worden.

Wil je graag weten of je bestand bent tegen alle mogelijke wijzigingen die eraan zitten te komen? Vraag hulp aan een gecertificeerd financieel planner, deze kan je heldere inzichten geven voor de korte en langere termijn.

 

Per 1 maart kunnen we weer onze belastingaangifte doen. De belastingdienst vult een groot deel van je aangifte in. Ideaal! Maar hoe weet je of je niet onnodig geld laat liggen? En wat is er allemaal veranderd door Corona? Doe je voordeel met deze tips, zowel voor particulieren als voor ondernemers.

Wil je graag hulp bij je belastingaangifte? Neem contact op met een gecertificeerd financieel planner.

Voor 8 mei moet je belastingaangifte binnen zijn. Lukt dit niet, dan kun je uitstel vragen tot 1 september. Vraag dit uitstel dan wel aan voor 8 mei. Je doet er echter verstandig aan om de aangifte toch voor 8 mei te doen. Op deze manier voorkom je dat je 4 procent rente moet betalen over de belastingaanslag. Ook als je geld terugkrijgt, dan levert uitstellen geen voordeel meer op, aangezien de Belastingdienst is gestopt met het vergoeden van rente.

Als je voor 8 april aangifte doet, dan krijg je voor 1 juli bericht van de Belastingdienst en staat het geld ook snel op je bankrekening. Tenzij je natuurlijk geld moet terugbetalen.

Eigen woning
In 2020 is er een record aantal hypotheken afgesloten. Heb jij een hypotheek afgesloten, overgesloten of verhoogd en hiervoor kosten gemaakt? Vergeet dan niet om de aftrekbare financieringskosten in je aangifte op te nemen. Deze worden namelijk niet automatisch door de Belastingdienst ingevuld. En vergeet ook niet om de eventueel betaalde boeterente op te geven. Ook deze is fiscaal aftrekbaar.

Ben je in 2020 een betaalpauze overeengekomen met de geldverstrekker van je hypotheek? Let dan goed op bij het invullen van de rubriek ‘renteaftrek’. Meestal kan de rente die niet in het belastingjaar zelf is betaald, ook niet worden afgetrokken.

Heb je particulier geld geleend (bijv. binnen je familie) voor de aankoop of verbetering van je eigen woning? Neem dan de aan hen betaalde rente plus de eventueel betaalde afsluitprovisie op in je aangifte.

Andere inkomsten door Corona
Door de coronacrisis kan voor jou 2020 een jaar zijn geweest met veel veranderingen. Als dat het geval is, dan is het belangrijk de vooraf ingevulde belastingaangifte extra goed te controleren.

Heb je door Corona als ondernemer een negatief inkomen in 2020, omdat de kosten hoger waren dan de inkomsten? Lever dan zeker op tijd je aangifte in. De Belastingdienst verrekent je negatieve inkomsten van 2020 in dat geval automatisch met positief inkomen van de drie voorgaande jaren. Ondernemers kunnen hierdoor mogelijk belasting terugkrijgen.

Ben je ondernemer en heeft je bedrijf betalingsproblemen vanwege de coronacrisis? Dan kan je t/m 30 juni 2021 bijzonder uitstel van betaling aanvragen voor verschillende belastingen. Heb je al bijzonder uitstel van betaling? Dan kan je de belastingdienst ook vragen het te verlengen. De belastingen waarvoor je bijzonder uitstel krijgt hoef je dus nu niet direct te betalen maar blijf wel op tijd aangifte doen.

Urencriterium
Mogelijk voldeed je in 2020 toch aan het urencriterium. Vanwege de coronacrisis is het urencriterium van 1 maart t/m 30 september 2020 versoepeld. Voor je aangifte inkomstenbelasting over 2020 mag je ervan uitgaan dat je in die periode ten minste 24 uur per week aan je onderneming hebt besteed, ook als je dat niet werkelijk hebt gedaan.

Bijzondere regelingen
De Belastingdienst houdt dit jaar rekening met de reeds ontvangen coronaregelingen. Heb je bijvoorbeeld gebruik gemaakt van de TOZO of de TOFA? Dan zal deze uitkering waarschijnlijk al ingevuld zijn op je belastingaangifte.

Ontving je als ondernemer in 2020 een TOGS of TVGI? Geef deze tegemoetkomingen in je aangifte op bij de rubriek ‘Vrijgestelde winstbestanddelen’ en ‘Buitengewone baten en lasten’. Je hoeft hierover dan geen belasting te betalen.

Je woont of werkt over de grens in de EU
Door de maatregelen rondom het coronavirus, kan het zijn dat je in 2020 verplicht tijdelijk thuis werkte. Dat kan in een ander land zijn dan waar je normaal gesproken werkt. Dit kan gevolgen hebben hoe je je inkomsten in je aangifte inkomstenbelasting over 2020 moet opgeven.

Thuiswerkende ZZP-er
Als zzp’er mag je kosten voor thuiswerken meestal niet aftrekken. Als je als zzp’er tijdens de coronacrisis vaker vanuit huis hebt gewerkt en daardoor extra kosten hebt gemaakt mag je deze slechts in enkele gevallen aftrekken in je aangifte inkomstenbelasting over 2020.

Op zoek naar nog meer praktische tips? Neem dan eens contact op.

Ons land kent ongeveer 260.000 directeur-grootaandeelhouders (dga’s). Van oudsher was de accountant veelal de vertrouwenspersoon en adviseur van de dga. De laatste jaren echter zien we dat deze rol meer en meer wordt opgepakt door de financieel planner.

Een financieel planner kijkt namelijk naar het totale plaatje, privé en zakelijk. Ofwel al je juridische, fiscale en economische puzzelstukjes. De financieel planner legt al deze puzzelstukjes op de juiste plaats en geeft je daarmee overzicht en inzicht in je totale financiële situatie. Dit eenvoudigweg omdat vanuit dit fundament begonnen kan worden met het oplossen van je financiële vraagstukken en risico’s en het bereiken van doelstellingen, wensen en dromen. Op deze wijze creëer je financiële rust voor nu en in de toekomst.

Beschik jij al over een goed financieel plan?
Uit diverse onderzoeken blijkt dat diegenen die over een financieel plan beschikken een betere controle hebben over hun financiën, betere financiële beslissingen nemen, doorgaans een positievere vermogensontwikkeling kennen en eerder hun privé- en ondernemingsdoelstellingen realiseren. Een financieel plan helpt je bij het optimaliseren van de totale juridische en fiscale situatie, zowel zakelijk als privé.

Planningsvraagstukken
Het aantal planningsvraagstukken is bijna oneindig, maar de volgende vragen kun je verwachten van een financieel planner. Deze vragen dienen om je te laten nadenken en te laten ervaren hoe belangrijk financiële planning is:

  • Heb je geld genoeg om 100 jaar oud te worden en je levensstijl van nu ook in de toekomst voort te zetten? Zo nee, wat is hiervoor nodig? Hoe dit te realiseren?
  • Past het huidige huwelijksgoederenregime wel bij je persoonlijke en financiële situatie?
  • Past je testament nog bij je huidige persoonlijke en financiële situatie? Betreft het hier zowel juridisch als fiscaal een optimaal testament? Zo nee, welk testament zou dan beter passen?
  • Beschik je al over een levenstestament? Dit laatste is vooral voor ondernemers van belang om de continuïteit van de onderneming te bewaken bij ziektes als Parkinson en Alzheimer.
  • In hoeverre wordt gebruikgemaakt van passende en optimale schenkingsfaciliteiten? Hierbij kan gedacht worden aan reguliere schenkingsmethoden, maar ook aan bijvoorbeeld schenken op basis van de bedrijfsopvolgingsregeling (BOR). Is er al nagedacht over toekomstige bedrijfsopvolging?
  • Moet er iets gebeuren om de financiële risico’s als invaliditeit en arbeidsongeschiktheid of faillissement af te dekken?
  • Wat gebeurt er met je onderneming mocht je plotsklaps overlijden en wat wil je dat er gebeurt?
  • Hoe vermogen op te bouwen en in welke fiscale box? Welk rendement en hiermee risico is nodig om bijvoorbeeld je levenslange inkomensdoelstelling te realiseren? Is het slimmer om vermogen op te bouwen in de bv of in privé, dan wel op een andere wijze?
  • Hoe is de onderneming en/of het onroerend goed gefinancierd? Is dit fiscaal en bedrijfseconomisch optimaal?
  • Wat is verstandiger: vermogen opbouwen of schulden aflossen?

Antwoorden op dit soort vragen leiden er uiteindelijk toe dat de financiële middelen op je persoonlijke doelen kunnen worden afgestemd en je totale financiën worden geoptimaliseerd. Een financieel planner zal dit doen in overleg met andere professionals, zoals accountants, fiscalisten, vermogensbeheerders en notarissen. En zal je vanuit het hiervoor beschreven perspectief begeleiden en adviseren. De ervaring leert dat de vertrouwensrelatie tussen ondernemer en planner hierdoor op een steeds hoger niveau terechtkomt. De aanpak vanuit het proces van financiële planning helpt daarbij zeker!

Wil je weten wat financiële planning voor jou kan betekenen, neem dan contact op met een gecertificeerd financieel planner.

Uw Persoonlijk Financieel Plan
Een financiële planning is steeds belangrijker onder de huidige economische en sociale ontwikkelingen. U wordt immers steeds meer geacht om zelf te zorgen voor uw inkomen na uw pensioengang en bij eventuele calamiteiten. Ook de wetgeving op deze punten wordt steeds ingewikkelder. Versoberingen op het gebied van pensioenen, hypotheekrenteaftrek en sociale zekerheid hebben rechtstreeks invloed op uw financiële toekomst.

Met een weldoordacht financieel plan krijgt u inzicht in het verloop van uw inkomen en vermogen in verschillende situaties. Het laat u zien wat uw financiële risico’s en kansen zijn in uw specifieke situatie en helpt u bij het nemen van beslissingen bij belangrijke situaties. Denk aan de start wel of niet beleggen of beëindiging van een onderneming, een huwelijk, een nieuwe woning, een bedrijfsoverdracht, schenkingen, (vroeg)pensioen, een echtscheiding, het aflossen van een hypotheek of het verblijf in een zorginstelling.

Hoe gaan wij te werk?
Wij brengen samen met u in kaart wat uw wensen en doelen zijn en of deze haalbaar zijn en aan welke aandachtspunten u moet denken. Zo komen we tot een plan waarin ook financiële en fiscale voordelen zijn opgenomen. Gebeurtenissen die uw financiële situatie rechtstreeks beïnvloeden, houden we in het oog. Denk aan arbeidsongeschiktheid, werkloosheid, overlijden en echtscheiding.

Wij hebben alle benodigde kennis en ervaring in huis om voor u een Persoonlijk Financieel Plan op te stellen. Kenmerkend is onze persoonlijke benadering. Omdat het bij ons niet gaat om het verkopen van producten, zoals verzekeringen, financieringen en spaar- en beleggingsproducten, kunt u altijd rekenen op een volledig onafhankelijk opgesteld financieel plan.

Contact
Wilt u weten of uw wensen, doelen en dromen financieel haalbaar zijn? Neem dan eens contact op met een gecertificeerd financieel planner voor meer inzicht in uw financiële situatie.

 

De laatste weken is er veel verschenen in de pers over een mogelijke beurscrash. Eens in de zoveel tijd is de beurs toe aan een correctie en soms is dat een crash. Wat moet je doen als je een beurscrash verwacht?

Wat is een correctie en wat is een crash?
Het is algemeen bekend dat een aandelenbeurs met haar koersen geen rechte lijn kent, de beurs heeft ups-and-downs. Een koersval van enkele procenten in een dag kan gemakkelijk gebeuren. Wie een aandelenportefeuille van 10.000 euro heeft, kan dus gemakkelijk zijn portefeuille honderden euro’s in waarde zien dalen. Dat is niet leuk, maar de wetmatigheid van de beurs laat zien dat dit vaak tijdelijk is.

De volgende dag of de volgende week kan dit ‘papieren verlies’ al weer zijn goed gemaakt. Hoewel iedereen hier een andere mening over kan hebben, is een gangbare benadering dat een val van maximaal 10% een correctie heet en dat een verlies van rond de 20% of 30% in een aantal dagen of weken een crash wordt genoemd.

Is de geschiedenis ook de toekomst?
De geschiedenis laat zien dat een beurscrash vaak samenvalt met een onverwachte gebeurtenis, een gebeurtenis die bijna niemand van tevoren heeft zien aankomen of heeft voorspeld. Deze gebeurtenissen hebben vaak een enorme impact op de wereld en zijn veelal schadelijk voor de welvaart. De huidige corona-crisis zou dus kunnen leiden tot een crash. Maar geschiedenis wil niet zeggen dat de toekomst er exact zo uitziet. Het is altijd weer net even anders.

Maar wat kan je doen als je toch een beurscrash verwacht? Kan je je hier wel tegen wapenen? Belangrijk is terug te gaan naar de basisvragen bij beleggen.

Past beleggen wel bij jou?
Allereerst, beleggen moet bij je passen. Zowel emotioneel als financieel. Als je wakker ligt van een mogelijke koersval en je leven wordt er door bepaald, is beleggen waarschijnlijk minder geschikt voor je. Heb je het geld meteen of op korte termijn nodig, ook dan: beleg niet. Beleggen is voor diegene die emotioneel kan overzien dat aandelenkoersen nu eenmaal fors kunnen bewegen en die het financieel aan kan een lange periode niet om te kijken naar zijn belegde vermogen.

Onderzoek van Fidelity
Fidelity, heel wat jaren geleden één van ’s werelds grootste beleggers, liet zien dat als je in 1980 10.000 Amerikaanse dollar had geïnvesteerd en je had nooit bijgekocht en nooit verkocht, je dan na veertig jaar ruim 697.000 Amerikaanse dollar aan waarde zou hebben gezien. Zou je ieder jaar wel hebben gekocht en verkocht en net de vijf beste beursdagen hebben gemist, dan zou dit bedrag slechts 432.000 dollar zijn geweest. En zou je de vijftig beste dagen hebben gemist (dan handel je zo’n beetje iedere week en ben je een erg actieve belegger) dan zou dit slechts 48.000 dollar zijn geweest na veertig jaar. En had je door heel veel te handelen en actief in en uit de markt te stappen bijna 650.000 dollar aan waarde hebben laten liggen.

Wat wil Fidelity ons met die cijfers vertellen?
Dat het belangrijk is dat je niet te veel handelt en niet teveel doet aan stockpicking (dit is het selecteren van aandelen waarvan een goed rendement wordt verwacht). Het is razend moeilijk om de juiste keuzes te maken. Dat geldt voor professionals, maar nog meer voor mensen die geen directe toegang tot informatie hebben en afhankelijk zijn van wat er in de pers verschijnt. De cijfers van Fidelity zijn dan ook gebaseerd op een hele index, namelijk de 500 aandelen die in Standard and Poor’s 500 zitten.

Daarmee zien we een tweede boodschap die heel belangrijk is: spreiding
Ook spreiding kan niet voorkomen dat je (tijdelijk) verlies lijdt. Markten als geheel gaan nu eenmaal omhoog en omlaag, over de hele breedte. Spreiding zorgt er wel voor dat je als belegger niet bent overgeleverd aan één of een paar bedrijven, met wie het misschien toevallig veel minder goed gaat dan het hele mandje van 500 bedrijven in dit geval.

De geschiedenis leert ons dat ‘timing’ structureel niet mogelijk is. Wie overweegt te beleggen of al in de markt zit, dient zich af te vragen wat voor belegger hij of zij is. Die keuze is het belangrijkste, een gecertificeerd financieel planner helpt bij het beantwoorden van die vraag. De vraag hoe te beleggen, wordt dan logischerwijs beantwoord na die basisvraag. En daar hoort dan weer veel marktinformatie bij. Want kennis is macht. Ook bij beleggen. Of er een beurscrash komt, is dan opeens niet meer zo relevant. Wel of beleggen bij je past en zo ja, hoe je dit het beste kunt inzetten voor je persoonlijke doelen. Interesse? Neem eens vrijblijvend contact op met een financieel adviseur.

Als 2020 het jaar van het virus is, dan is 2021 het jaar van de vaccins.

Financiële markten rekenen er op, dat voor de zomer er sprake kan zijn van een terugkeer naar normaal, hoewel de huidige stand van zaken rondom corona nog veel onzekerheid geeft. Er is wel veel geld beschikbaar bij consumenten door spaaroverschotten wat vroeg of laat een flinke impuls aan de economie moet kunnen geven. Een belangrijke vraag is of de inflatie gaat oplopen en welke uitwerking dat heeft op de rentestand. Het meest waarschijnlijke scenario is dat inflatie gaat toenemen maar de rente niet in dezelfde mate. Dat is op zichzelf niet direct slecht nieuws voor aandelenmarkten maar wel slecht voor obligaties en spaargeld vanwege de reële geldontwaarding.

Wat te doen met obligaties (en spaargeld) is dan ook een thema waar wij veel aandacht voor hebben. Eenvoudige antwoorden zijn er niet. Je kunt het toenemende risico dat hangt aan obligaties, door de uiterst lage of zelfs negatieve rendementen, niet zo maar afwentelen door meer in aandelen te gaan beleggen. Deze beleggingscategorie brengt nu eenmaal weer meer risico met zich mee. Een andere weg is door meer te spreiden over andere bronnen van rendement met de toevoeging van bijvoorbeeld alternatieve fondsen. Bredere spreiding is dan ook ons antwoord op de vraag naar risicobeperking.

Wat is voor u nu het beste? Graag kijken wij met u mee naar mogelijke oplossingen die goed aansluiten bij uw persoonlijke wensen. Neem hiervoor eens vrijblijvend contact op!

Het nieuwe jaar start met nogal wat wijzigingen rondom hypotheken en wonen. We geven u graag een overzicht van de belangrijkste veranderingen door wet- en regelgeving 2021. Dit zijn de belangrijkste wijzigingen: 

Voordeel renteaftrek neemt verder af
Bij een jaarinkomen boven de € 68.507 neemt het voordeel van de hypotheek­renteaftrek af. In deze inkomenscategorie daalt het aftrek­percentage van 46% naar 43%. In de komende jaren wordt de hypotheek­renteaftrek verder afgebouwd, tot 37,05% in 2023.

Woonlasten stijgen
De huizen­prijzen zijn vorig jaar sterk gestegen. Gemeenten verwerken deze stijging in de WOZ-waarde. Voor 2021 verwacht De Waarderingskamer een stijging van de gemiddelde WOZ-waarde tussen de 6% en 8%. De kans is groot dat de vaste woonlasten hierdoor stijgen. Denk aan de OZB, het eigenwoningforfait en de waterschaps­belasting. Een hogere WOZ-waarde heeft gelukkig ook voordelen, bijvoorbeeld bij verkoop van de woning. En een hogere WOZ-waarde kan via verlaging van de risico-opslag een lager maandbedrag voor de hypotheek betekenen.

Eigenwoningforfait gaat omlaag
Deze vorm van belasting is gebaseerd op een percentage van de woningwaarde. Voor woningen tot € 1.110.000 daalt het percentage dit jaar van 0,6% naar 0,5%.

Belastingvoordeel Wet Hillen wordt kleiner
Huizenbezitters met een eigenwoningforfait dat hoger is dan de hypotheek­renteaftrek hebben minder belasting­voordeel op grond van de ‘Wet Hillen’. In 2021 is namelijk nog maar 90% van de bijtelling van het eigenwoning­forfait aftrekbaar.

Overdrachtsbelasting vervalt voor jonge woningkopers
Woningkopers tot 35 jaar hoeven vanaf 2021 éénmalig geen overdrachts­belasting meer te betalen. Eerder was dit nog 2% van de woningwaarde. Vanaf 1 april geldt als extra voorwaarde dat de waarde van de woning maximaal € 400.000 bedraagt. Bij de aankoop van een woning van € 275.000 scheelt het vervallen van de overdrachts­belasting zo’n € 5.500. Hier staat tegenover dat beleggers in woningen meer overdrachts­belasting gaan betalen, namelijk 8%.

Meer hypotheek voor twee­verdieners
Tweeverdieners kunnen in 2021 een hogere hypotheek krijgen. Bij het berekenen van de maximale hypotheek telt het 2e inkomen voor 90% mee. De extra ruimte verschilt per situatie.

Grens NHG omhoog
In 2021 is een hypotheek met Nationale Hypotheek Garantie (NHG) mogelijk, als de woning niet meer kost dan € 325.000. De kostengrens met energiebesparing is € 344.500. Verder mag er bij aankoop van een energiezuinige woning € 9.000 van de financieringslast buiten beschouwing blijven.

Schenkingen en eigen woning
Schenkingen zijn in 2021 belastingvrij tot een bedrag van € 6.604. Schenkingen voor de aankoop van een eigen woning zijn meestal belastingvrij tot een bedrag van € 105.302.

Neem gerust contact op met uw financieel adviseur om te bekijken wat dit mogelijk voor u persoonlijk betekent.