De wereld staat op zijn kop en dan is het de vraag natuurlijk hoe je alles geregeld hebt op financieel gebied. Nu de overheid steeds meer zelfredzaamheid van de burger verlangt op het gebied van pensioen, zorgkosten en loopbaanonderbreking is zo’n financieel totaalplaatje meer dan ooit van belang.

Ver vooruit

Het probleem is dat de consument er veelal nog achter moet komen dat zo’n totaaladvies nodig is. Deels is dat toe te schrijven aan de menselijke aard, deels aan het feit dat advisering in het verleden vooral werd vertaald naar specifieke financiële producten. Uit de gedragswetenschap blijkt immers dat mensen van nature moeite hebben met ver vooruit plannen. In de praktijk betekent dit dat slechts één op de vijf Nederlanders (22%) op financieel gebied verder dan tien jaar vooruit kijkt en dat wij nog steeds pas op zoek gaan naar advies als er concreet aanleiding toe is. Bijvoorbeeld, wat zijn de gevolgen als je plotseling je baan zou verliezen en tijdelijk geen of minder inkomen hebt. Ander is voorbeeld is dat er een kind op komst is, waardoor we ons gaan afvragen of we misschien een overlijdensrisicoverzekering moeten afsluiten of dat de bestaande dekking wellicht moeten herzien.

Verkenning in de breedte

Dit soort ‘life events’ zijn vaak de prikkel. Er zijn maar weinig consumenten die zomaar denken: ik ga eens een financieel plan laten opstellen. Maar een planner kan je ook adviseren over de hypotheek of overlijdensrisicoverzekering die het beste bij je past. De planner is een generalist, maar de meesten hebben zich ook verdiept in een bepaald onderwerp. Hij of zij kijkt niet alleen wat je maximaal kunt lenen en of je de rente en aflossing kunt opbrengen  maar informeert ook naar andere wensen, plannen en prioriteiten om zo de hypotheek goed af te kunnen stemmen op andere factoren: de wensen, risico’s en doelstellingen voor de lange termijn.

Bovenwettelijke kennis

Anders dan een verzekeringsagent, hypotheekadviseur of vermogensbeheerder is de planner geen productadviseur. De kennis van de gecertificeerde financieel planner reikt dan ook verder dan de door de Wet financieel toezicht (Wft) gestelde eisen. Die bovenwettelijke kennis wordt geborgd doordat gecertificeerde planners zich continu moeten laten bijscholen. Idealiter fungeert de financieel planner als een spin in het web. Je kunt het vergelijken met het bouwen van een huis. De financieel planner is de architect; daarna krijg je te maken met aannemers en onderaannemers, de productbemiddelaars en specialisten. De planner zorgt ervoor dat de juiste mensen aanschuiven om jou van het relevante specialistische advies te voorzien. En als de consument een “one-stop-shop” wil, kan de planner desgewenst ook de benodigde producten afsluiten. Maar daar blijft het niet bij. Financiële planning is niet de situatie van een moment, maar een continu proces. Een productadvies bekijkt de situatie als een foto, terwijl planning meer te vergelijken is met een film. Een film waarin enkele flashbacks zitten maar meer nog vooruit wordt gekeken. Zo stuurt de planner steeds bij aan de hand van wat er aan jouw persoonlijke situatie verandert en aan veranderende regelgeving en omstandigheden in de markt.

Gedragswetenschap

Slechts een op de vijf Nederlanders kijkt dus op financieel gebied verder dan tien jaar vooruit. Toch zullen veel consumenten nog worden afgeschrikt door de kosten van een financieel planner, zeker als er geen directe prikkel is om advies in te winnen. En als een planner op deelgebieden ook nog het advies van specialisten inwint, lijkt het snel een heel dure exercitie. Je zou het ook kunnen omschrijven als een investering, in plaats van een kostenpost! Een financieel plan kan je behoeden voor kostbare fouten omdat alles in samenhang wordt bekeken. Een accountant alleen is niet genoeg want die kijkt vaak alleen achteruit, terwijl een planner vooruit kijkt. Wie nu investeert in een financieel plan, bespaart in de toekomst misschien wel hetzelfde per jaar. Nu is het zo dat vier op de tien Nederlanders zegt soms wel eens wakker te liggen wegens zorgen om geld. Een goed financieel plan biedt de consument overzicht en inzicht, en dat geeft rust.

Maatwerk

Plannen is maatwerk! Een totaalplaatje is niet te vangen in uitsluitend vragenlijstjes. Veel hangt af van persoonlijke voorkeuren en behoeftes. De onderdelen zijn wel kwantificeerbaar maar de samenhang is sterk afhankelijk van de menselijke, emotionele factor. De meerwaarde van de planner is dat hij of zij doorvraagt, alle puzzelstukjes goed op elkaar afstemt en de ontwikkelingen blijft volgen. Was de planner vroeger veel tijd kwijt met het ordenen van de spreekwoordelijke schoenendoos, nu kan de consument redelijk makkelijk de benodigde gegevens met betrekking tot de diverse vermogensbestanddelen, belastingaangiftes en pensioenopbouw overleggen. Dat bespaart tijd en dus ook geld. Tevens kan tegenwoordig gebruik worden gemaakt van de nieuwste communicatievormen, zoals bijvoorbeeld Skype, waarmee je op afstand elkaar kunt spreken. Wel zo handig in dit soort tijden. De financieel planner kan tegenwoordig veel sneller overgaan tot zijn eigenlijke werk: het verschaffen van overzicht, inzicht en financiële rust. Interesse hierin? Neem dan contact op, om de mogelijkheden te bespreken.

 

Het is nu al duidelijk, de coronacrisis heeft een diepgaande impact op de samenleving. Zorg voor gezondheid heeft nu uiteraard alle prioriteit. Als we naar de economische kant kijken, dan zien we dat veel ondernemers worden getroffen. Betekent dit het einde van uw zaak? Hoe groot is de impact in geld uitgedrukt? En vooral: wat kunt u doen? Komt u er niet uit? Kijk dan of een FFP financieel planner u op weg kan helpen.

Het kabinet heeft een breed pakket aan maatregelen afgekondigd om ondernemingen en zzp’ers te helpen die in financiële problemen dreigen te komen. Dit steunpakket aan maatregelen biedt zekerheid voor de eerstkomende drie maanden en is een eerste stap. Het kabinet zal het pakket aanpassen of uitbreiden in de komende maanden.

Welke maatregelen heeft het kabinet genomen?

  • Instellen tijdelijke regeling tegemoetkoming loonkosten
  • Extra ondersteuning voor zelfstandig ondernemers
  • Fiscale tegemoetkomingen
  • Tegemoetkomingen kredietverlening
  • Compensatieregeling getroffen sectoren

Instellen tijdelijke regeling tegemoetkoming loonkosten
Het kabinet heeft de werktijdverkorting-regeling (wtv-regeling) per direct ingetrokken en vervangen door de tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging voor Werkbehoud (NOW). Deze regeling houdt in dat een ondernemer die omzetverlies verwacht (minimaal 20%) bij het UWV, onder voorwaarden, voor een periode van drie maanden een tegemoetkoming in de loonkosten kan aanvragen. UWV zal een voorschot verstrekken van 80% van de gevraagde tegemoetkoming. Deze regeling geldt voor alle bedrijven (met elke omvang) en voor vaste werknemers en ook voor flexibele contracten. Verder wordt het aanvraagproces, door loskoppeling van de WW, sterk vereenvoudigd, en worden geen WW-rechten van werknemers verspild.

Extra ondersteuning voor zelfstandig ondernemers
Het kabinet wil zelfstandig ondernemers ondersteunen, zodat zij hun bedrijf kunnen voortzetten. Er komt een tijdelijke voorziening voor ten minste drie maanden, welke inkomensondersteuning biedt aan zelfstandig ondernemers die tijdelijk in de knel zitten, waaronder zzp’ers. Deze voorziening is gebaseerd op het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen (Bbz) waarvan de voorwaarden tijdelijk worden versoepeld. Zo zal bijvoorbeeld geen sprake zijn van een vermogens- of partnertoets. De ondersteuning heeft de vorm van een aanvullende uitkering voor levensonderhoud en/of voor bedrijfskapitaal.

Fiscale tegemoetkomingen
Ondernemers (inclusief zzp’ers) krijgen de mogelijkheid tot uitstel van betaling in de inkomstenbelasting, vennootschapsbelasting, omzetbelasting en loonbelasting. Bovendien zal de Belastingdienst de komende tijd een verzuimboete voor het niet (tijdig) betalen achterwege laten of niet invorderen.

De invorderingsrente die normaal gesproken ingaat na het verstrijken van de betalingstermijn wordt tijdelijk verlaagd van 4% naar 0,01%. Dit geldt voor alle belastingschulden. Ook het tarief van de belastingrente gaat tijdelijk naar 0,01%.

Ondernemers (inclusief zzp’ers) die een lagere winst verwachten door de coronacrisis kunnen een verzoek indienen voor een verlaging van de voorlopige aanslag.

Tegemoetkomingen kredietverlening
Het ministerie staat via de Borgstelling MKB (midden- en kleinbedrijf)-kredieten borg voor de kredieten aan ondernemers, zodat zij makkelijker geld kunnen lenen. Ondernemers kunnen hiervoor terecht bij kredietverstrekkers, zoals banken. De omvang van het borgstellingskrediet wordt versneld verruimd (vanaf 16 maart 2020) van 50% naar 75%. Deze tijdelijke regeling zal ook toepasbaar zijn op overbruggingskredieten en rekening-courantkredieten met een looptijd tot twee jaar. De borgstelling is, onder voorwaarden, ook van toepassing op zzp’ers.

Voor de land- en tuinbouwbedrijven komt er een tijdelijke borgstelling voor werkkapitaal onder de regeling Borgstelling MKB-Landbouwkredieten (BL). Daarmee staat het kabinet borg voor de kredieten van agrarisch ondernemers.

Ook grotere ondernemingen worden geholpen door middel van het verhogen van het garantieplafond van de regeling Garantie Ondernemersfinanciering (GO-regeling).

Compensatieregeling getroffen sectoren
Er komt een tegemoetkoming in de vorm van een gift voor de eerste nood bij ondernemers die direct zijn getroffen door overheidsmaatregelen ter bestrijding van de coronacrisis en die hun omzet daardoor geheel of grotendeels zien verdwijnen. Dit als noodvoorziening op de overige maatregelen.

Het gaat hier in het bijzonder om eet- en drinkgelegenheden en andere etablissementen die het grootste deel van hun activiteiten noodgedwongen moeten staken zoals schoonheidssalons en andere die mogelijk in de problemen komen vanwege de 1,5 meter afstandseis. Voorwaarde is dat het ondernemingen betreft met een fysieke inrichting buiten het eigen huis. De tegemoetkoming betreft een eenmalig bedrag van 4.000 euro voor de periode van drie maanden.

Al deze maatregelen moeten de financiële last verzachten en worden versneld verder uitgewerkt en ingevoerd.
In hoeverre een of meerdere van deze instrumenten voor u wenselijk of noodzakelijk is, is een kwestie van rekenen en snel handelen. Een FFP financieel planner die ondernemers adviseert kan de helpende hand bieden.

De forse koersdalingen op de beurzen zullen u niet zijn ontgaan. Natuurlijk kunnen wij geen voorspellingen doen over hoe dit zich verder zal gaan ontwikkelen, dus daar wagen wij ons dan ook niet aan.

Ja, het virus kan impact hebben op de economie en nee, dit viel niet te voorspellen. Dergelijke gebeurtenissen, met een negatieve weerslag op markten, horen bij beleggen. Dat is geen nieuw fenomeen, maar de aanleiding voor marktdalingen is altijd weer anders. In de afgelopen jaren waren aanleidingen voor dalingen bijvoorbeeld Brexit, handelsoorlog tussen China en V.S. en terroristische aanslagen.

Ervaring leert dat de meeste slechte beleggingsresultaten veroorzaakt worden door verkeerde emotionele keuzes: verkopen uit angst en aankopen uit hebzucht. Laat u daar niet door leiden.

Onze boodschap blijft zoals wij die altijd uitdragen: de haalbaarheid van uw vermogensdoel is niet afhankelijk van korte termijn resultaten, marktbewegingen of negatief nieuws. Met beleggingsrendement op de lange termijn op basis van een goed gespreide portefeuille heeft u de grootste kans op het behalen van uw doelen.

Heeft u vragen over wat de huidige situatie betekent voor het behalen van uw beleggingsdoelen? Neemt u dan contact op met uw financieel adviseur. Hij of zij kent uw financiële situatie goed en kan u het beste adviseren. Bijvoorbeeld waarom uw beleggingen nu verkopen geen goede keuze is. Of dat het voor u juist een kans is om op dit moment extra in te leggen. Heeft u geen financieel adviseur? Dan kunt u uiteraard ook contact met ons opnemen.

Elk jaar raken in Nederland gemiddeld 47.000 mensen arbeidsongeschikt. Voor werknemers in loondienst is er een vangnet. Voor zelfstandigen, zoals zzp’ers, is de situatie heel anders. Voor hen ontbreekt tot nu toe elk vangnet. Maar dit gaat mogelijk veranderen.

Werknemers
Iemand in loondienst ontvangt gedurende de eerste twee jaar van zijn arbeidsongeschiktheid inkomen via zijn werkgever. Dit is meestal 100 procent van het inkomen in het eerste jaar en 70 procent in het tweede jaar. Vanaf het derde jaar wordt de uitkering berekend op basis van iemands arbeidsongeschiktheid. Het komt erop neer dat bij gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid iemand kan rekenen op een uitkering van jaarlijks maximaal 40.062 euro bruto en bij gehele arbeidsongeschiktheid op maximaal 42.924 euro bruto.

Zzp’ers
Van alle zzp’ers heeft, volgens het CBS, ruim 40 procent geen enkele voorziening getroffen voor het geval zij arbeidsongeschikt zouden worden. Dit vooral vanwege de kosten die ermee gepaard gaan. Een groot deel van de zzp’ers heeft ook niet voldoende spaargeld of beleggingen achter de hand om een daling van het inkomen door eventuele arbeidsongeschiktheid op te vangen. Ook participeren zij niet in een broodfonds (een collectieve voorziening voor en door zelfstandigen, die onderling afspreken om elkaar bij langdurige ziekte maximaal twee jaar met schenkingen te steunen). Dit alles heeft grote consequenties. Mocht u als zzp’er niet meer kunnen werken door een ernstige ziekte of een ongeval, dan daalt uw inkomen. In het ergste geval kunt u uw vaste lasten niet meer betalen. Ook kunt u geen geld meer opzijzetten om een pensioenpotje op te bouwen. De overheid vindt dit zorgelijk, zeker omdat het aantal zzp’ers blijft toenemen.

UWV
De ins & outs van de mogelijk verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zzp’ers is nog onzeker, maar zal naar het zich laat aanzien worden uitgevoerd door het UWV. Om de verplichte verzekering betaalbaar te houden wordt waarschijnlijk gekozen voor een lagere uitkering dan voor werknemers in loondienst. Gesproken wordt over een maximaal bedrag van ongeveer 20.000 euro bruto per jaar. De kans is groot dat de premie inkomensafhankelijk wordt. Verder zal de hoogte van de premie afhangen van de wachttijd. Dit is de periode die u als zzp’er zelf moet overbruggen alvorens u een uitkering ontvangt. Voorgesteld wordt een standaard wachttijd van een jaar. Echter hoe meer buffervermogen u hebt, hoe langer u de inkomensdaling kunt opvangen. U kunt dan kiezen voor de maximale wachttijd van twee jaar. Dit betekent een lagere premie.

Arbeidsongeschiktheidsverzekering
Uiteraard bent u als zzp’er vrij om een aanvullende arbeidsongeschiktheidsverzekering af te sluiten bij een verzekeraar. En mogelijk wilt u niet wachten tot het moment dat de verplichte verzekering ingaat, maar direct het risico van arbeidsongeschiktheid verzekeren.

De belangrijkste dingen die u moet weten over een arbeidsongeschiktheidsverzekering op een rij:

  • De premie van een arbeidsongeschiktheidsverzekering is voor veel ondernemers een flinke kostenpost. Toch is het afdekken van het risico op arbeidsongeschiktheid van groot belang. Door goed te kiezen, valt een verzekering mogelijk toch binnen uw budget.
  • Wachttijd: keert de verzekering na 30, 60, 90, 180, 360, of 720 dagen uit? Hoe langer de wachttijd, hoe lager de premie.
  • Hoogte en duur uitkering: hoe lager de uitkering, hoe lager de premie die u betaalt. Zoek uit wat u minimaal aan inkomen nodig hebt en welke voorzieningen er al zijn. Hebt u vermogen?
  • Arbeidsongeschiktheidscriterium: de verzekering kan worden afgestemd op uw beroep en werkervaring bij het bepalen van arbeidsongeschiktheid. Kiest u voor ‘beroepsarbeidsongeschiktheid’, dan keert de verzekering uit als u uw huidige beroep niet meer kan uitoefenen. Kiest u voor ‘passende arbeid’ dan is de drempel hoger om arbeidsongeschikt te zijn. Een consultant die zijn vak niet meer kan uitoefenen door gehoorproblemen, kan nog wel als pakketbezorger aan de slag. Uiteraard is de premie lager bij passende arbeid.
  • Indexatie: overweeg of jaarlijkse indexering van het verzekerde bedrag nodig is. Dit om de koopkracht van uw uitkering te behouden.
  • Starterskorting: starters krijgen de eerste jaren vaak een korting, deze kan oplopen tot 30 procent van de premie.

Wilt u weten hoe u dit allemaal het beste kunt aanpakken? Neem dan eens contact op met een gecertificeerd financieel planner.

Sparen is de boodschap. Maar blijft het bij sparen alleen met de huidige lage rentestand? Beleggen is nu een goede optie. Volgens het CBS belegt slechts zo’n 15 procent van de Nederlanders in aandelen en obligaties, dus in een groep van 100 Nederlanders zijn er gemiddeld 15 beleggers. Dat is niet veel. Maar als sparen niets oplevert of zelfs geld kost, hoe kun je dan je kinderen financieel helpen?

Veel mensen leggen wel iets opzij voor de kinderen. Vroeger gebeurde dat veel in levensverzekeringen, tegenwoordig met een aparte spaarrekening. Maar met een spaarrente van 0 procent en een box-3 belasting die daar mogelijk aan knabbelt, kun je je afvragen of sparen de juiste weg is.

Waar sparen ouders voor
Veel ouders willen geld opzij leggen voor de studie van hun kinderen. Dat komt het meeste voor. Ze beginnen bij de geboorte van zoon- of dochterlief, door een bedrag per maand in te leggen op een aparte spaarrekening. Als hij of zij 18 jaar is, moet dit zijn aangegroeid tot een potje waar waarschijnlijk eerst het rijbewijs van betaald gaat worden, vervolgens schoolgeld of collegegeld en misschien ook nog maandelijkse leefkosten van het kind. Sommigen gaan zelfs nog verder en willen de kinderen ook wat geld meegeven voor hun eerste huis. Wat is dan handig?

Wie vanaf de geboorte van het kind maandelijks 100 euro opzij legt, geen rente ontvangt en gemiddeld 1 procent inkomstenbelasting in box-3 betaalt, heeft op de 18e verjaardag van het kind net geen 20.000 euro bij elkaar gespaard. Wie gemiddeld netto 3 procent rendement heeft per jaar heeft, komt al uit op zo’n 28.000 euro.

Hoe pak je dit verstandig aan?
Stap 1: Allereerst is het belangrijk om de doelen vast te stellen.
Wat wil je gaan betalen met het opgebouwde vermogen? Is dat inderdaad het rijbewijs? Is dat de studie? Is dat de eerste woning? Je zou dan de huidige gemiddelde kosten van het halen van een rijbewijs kunnen nemen. Volgens het CBR (dat de examens afneemt) kostte het halen van een rijbewijs in 2019 gemiddeld 2.400 euro. Wat zou dat rijbewijs dan kosten over 18 jaar? Dan moet je gaan rekenen met inflatie, hoeveel wordt het geld in die tijd minder waard? Niemand kan in de toekomst kijken, maar laten we zeggen dat de inflatie over de komende jaren gemiddeld 2 procent per jaar is. Dan kost het halen van een rijbewijs in 2038, over 18 jaar, geen 2.400 maar 3.400 euro. Dan is dat het spaar/beleggingsdoel van het rijbewijs. En zo kun je alle doelen, in de tijd gemeten, berekenen. Als dan helder is hoeveel geld wanneer nodig is, komt de volgende stap.

Stap 2: Bepaal je beleggingsfilosofie.
Hoeveel risico wil je lopen en hoeveel rendement heb je nodig? Bij het helpen van de kinderen ligt het doel doorgaans redelijk ver in de toekomst, zoals geschetst waarschijnlijk in ieder geval 18 jaar voor wie meteen bij de geboorte begint. Dat opent de weg om over beleggen te gaan nadenken. Beleggen is geld steken in aandelen, obligaties, vastgoed, in zaken die geld kunnen opleveren: koerswinst, dividend, rente, huur. Aandelen bewegen doorgaans sterker in koers dan obligaties, maar kunnen ook veel meer opleveren. Veel vermogensbeheerders rekenen met een gemiddelde opbrengst van aandelen tussen de 6 en 8 procent per jaar. Deze percentages komen vaker voor als je een langere periode belegt (zeg tien jaar), dan wanneer je maar een of twee jaar belegt. De aandelenmarkt is nu eenmaal grillig, met forse koersstijgingen en koersdalingen. Bij obligaties zijn die bewegingen veel minder, maar is ook het verwachte rendement lager. Het aardige van beleggen voor de kinderen is dat je dit door maandelijkse inleg langjarig kunt doen. Soms koop je beleggingen wat duurder aan (als de koersen zijn gestegen), soms wat goedkoper (als de koersen zijn gedaald). Dat maakt beleggen als methodiek om rendement te behalen voor de kinderen in principe geschikt.

Hoe u de verhouding aandelen/obligaties het beste regelt en hoeveel u dan maandelijks het beste in kunt leggen, kan een gecertificeerd financieel planner u prima vertellen. En dan kan hij of zij ook nog eens ingaan op het verschil van indexfondsen en gewone beleggingsfondsen. En hoe u de verschillende potjes eerlijk over de kinderen kunt verdelen.

De Belastingdienst vult tegenwoordig uw belastingaangifte al grotendeels voor u in. Lekker makkelijk, maar dit betekent niet dat u zo automatisch het maximale uit uw aangifte haalt. Wilt u voorkomen dat u onnodig geld laat liggen? Doe dan uw voordeel met onderstaande tips.

Doe aangifte voor 1 mei
U kunt uitstel vragen voor het doen van uw belastingaangifte tot 1 september. U doet er echter verstandig aan om dit voor 1 mei te doen. Op deze manier voorkomt u dat u nog eens 4 procent extra rente moet betalen over de belastingaanslag. Ook als u geld terugkrijgt, dan levert uitstellen geen voordeel meer op, aangezien de Belastingdienst is gestopt met het vergoeden van rente. Als u voor 1 april aangifte doet, dan krijgt u voor 1 juli bericht van de Belastingdienst en dan staat het geld snel op uw bankrekening. Tenzij u geld moet terugbetalen uiteraard.

Fiscaal partnerschap loont
De kans is groot dat u en uw partner elkaars fiscale partner zijn. Is dit het geval, doe dan gezamenlijk aangifte. Dit is altijd financieel voordelig. U doet dit door ‘ja’ te antwoorden op de vraag: ‘Wilt u samen aangifte doen?’ U komt door het doen van gezamenlijke aangifte niet in een hoger belastingtarief terecht. Ook krijgt u niet te maken met een beperking van aftrekposten.

Als fiscaal partners mag u zelf bepalen hoe u in de aangifte uw aftrekposten, vermogen en eventuele dividenden van de eigen bv verdeelt. Dit kan honderden euro’s opleveren, als u dit op de juiste wijze doet.

Eigen woning
De eigen woning en het eigenwoningforfait vallen in de fiscale box 1. Dit geldt meestal ook voor de hypotheek, maar niet altijd.

Hebt u in 2019 uw hypotheek overgesloten en hiervoor kosten gemaakt? Vergeet dan niet om deze aftrekbare financieringskosten in uw aangifte op te nemen. Deze worden namelijk door de Belastingdienst niet zelf ingevuld. En vergeet ook niet om de eventueel betaalde boeterente op te geven. Ook deze is fiscaal aftrekbaar.

Hebt u geld geleend van uw familie voor de aankoop van een eigen woning? Neem dan de aan hen betaalde rente plus de eventueel betaalde afsluitprovisie op in uw aangifte.

Als u een verbouwing of onderhoud van uw eigen woning uit eigen geld hebt betaald, dan is het goed te weten dat u hiervoor binnen een half jaar alsnog een lening kan afsluiten. U kunt dan de kosten en rente hiervoor opgeven in de aangifte en zodoende fiscaal verrekenen.

Als u een lening hebt afgesloten voor de financiering van een nieuwbouwwoning, dan mag u de gesaldeerde rente op het bouwdepot gedurende twee jaar opnemen in de aangifte en fiscaal aftrekken. Onder gesaldeerde rente wordt verstaan dat u de op het bouwdepot ontvangen rente afhaalt van de betaalde rente.

Hebt u een nieuwe woning gekocht waarin u in 2019 al woonde en hebt u uw oude huis nog niet verkocht? U mag de hypotheekrente die van toepassing is op de oude woning in 2019 geheel fiscaal aftrekken. Dit onder de voorwaarde dat u in de jaren 2016 tot 2019 in de oude woning hebt gewoond en dat deze woning in 2019 leeg stond voor de verkoop. Het eigenwoningforfait hoeft u niet meer op te geven vanaf het moment dat u verhuisde naar uw huidige woning. Als de woning niet leeg staat en niet bestemd is voor de verkoop, dan verhuizen uw oude woning en de eventuele daarop gevestigde hypotheek van de fiscale box 1 naar 3.

Oudedagsvoorzieningen
Ook pensioen en lijfrente vallen in de fiscale box 1. Hebt u een pensioentekort en wilt u aanvullende lijfrentepremies storten? Benut dan altijd eerst de reserveringsruimte of inhaaljaarruimte van het oudste jaar in plaats van de jaarruimte van het jaar zelf. Dit omdat de reserveringsruimte na zeven jaar vervalt. Wat in 2019 aan jaarruimte resteert, wordt vanzelf opgenomen als reserveringsruimte, die u over zeven jaar weer kunt opnemen als reserveringsruimte. Op deze manier zorgt u voor een maximale lijfrentepremieaftrek.

Sparen en beleggen
Spaargelden, beleggingen en tweede woningen vallen in de fiscale box 3. Eventuele box 3-schulden mag u in mindering brengen.

Als u een beleggingsportefeuille hebt, dan ontvangt u vaak dividend waarop al dividendbelasting wordt ingehouden. Dit bedrag wordt in mindering gebracht op te betalen belasting of opgeteld bij uw teruggaaf. U moet dan echter wel zelf dit bedrag in uw aangifte opnemen. Dit laatste wordt nogal eens vergeten.

Voor buitenlandse woningen geldt op grond van belastingverdragen vaak een belastingvrijstelling. Door in uw aangifte te verzoeken om ‘aftrek voorkoming dubbele belasting’ voorkomt u dat er zowel door Nederland als het land waarin de woning zich bevindt belasting wordt geheven over de nettowaarde.

Wilt u veel meer tips en ervoor zorgen dat u het maximale uit uw belastingaangifte haalt? Neem dan eens contact op met een gecertificeerd financieel planner.

Een tweede relatie is anders dan een eerste, althans op het gebied van financiën. Denk aan allerlei financiële verplichtingen die er kunnen bestaan, zoals alimentatie. Of zaken waarmee je te maken krijgt wanneer een van beide partijen kinderen heeft uit een vorige relatie. Of wanneer er kinderen zijn uit vorige relaties, maar ook uit de nieuwe tweede relatie. Kortom, heel wat stof tot nadenken.

Allereerst de financiële verplichtingen
Wie is gescheiden, kan te maken hebben met het verkrijgen van alimentatie of het betalen van alimentatie. Vaak stopt het verkrijgen van alimentatie als er een nieuwe partner in het spel komt. Wie dus met zijn of haar nieuwe geliefde wil gaan samenwonen, zal eerst, hoe onromantisch ook, een rekensommetje moeten maken wat het effect is van het wegvallen van een deel van het inkomen. Als je samen een huis wilt kopen, bijvoorbeeld. Dat geldt ook de andere kant op: als u de alimentatiebetaler bent en uw ex-partner gaat samenwonen, dan vervalt in de meeste situaties de alimentatiebetaling. Dat kan behoorlijk schelen in de leencapaciteit die u hebt voor een koopwoning. Het aangaan van een nieuwe relatie door u of door uw ex-partner heeft dus vaak een financieel gevolg voor u zelf.

En dan het samengestelde gezin
We horen het vaak: een samengesteld gezin. Dat kan best complex liggen. Stel, beide partners hebben eerder een relatie gehad. Sterker nog, zijn getrouwd geweest. Allebei gescheiden en hebben allebei een kind. Ze zijn nog betrekkelijk jong en samen krijgen ze ook nog een kind. Dan zijn er, om het oneerbiedig te zeggen, drie soorten kinderen. In deze situatie moeten hele goede afspraken worden gemaakt over zakgeld, de studie en verdere ondersteuning. Maar er speelt nog iets: als een van beide partners iets overkomt, waar komt dan de erfenis terecht? Daarvoor moeten we eerst weten hoe dit stel hun tweede huwelijk heeft vormgegeven. Is het koude uitsluiting van vermogen en inkomen of zit er nog een verrekenbeding ergens verstopt? Of is er sprake van de wettelijke gemeenschap van goederen, oud recht of nieuw recht? Wie erft van wie? Waar zit het vermogen? Een testament is dan vaak geen overbodige luxe. Daarin bepaalt iemand wie van hem of haar erft. Zou één van beide partners een stuk rijker zijn dan de andere en zou deze komen te overlijden als eerste, wie krijgt dan het vermogen? De partner met de kinderen als schuldeiser? Met het risico dat vermogen heel ergens anders terecht komt dan de bedoeling is? Een testament kan de wil van de erflater vastleggen.

Nog een belangrijk punt: het opgebouwde pensioen
Hoe zit het eigenlijk met gezamenlijk opgebouwd pensioen bij echtscheiding? En hoe verloopt dit bij het aangaan van een nieuwe relatie? Binnenkort zullen we hier meer over schrijven.

Wie aan een tweede affectieve relatie begint, doet er goed aan zich eens te laten voorlichten over de financiële en juridische valkuilen. Een gecertificeerd financieel planner kan u op weg helpen.

Mogelijk weten uw kinderen dat zij van u vroeg of laat een erfenis zullen ontvangen. Slechts weinig ouders en kinderen bespreken dit onderwerp met elkaar. Geld blijkt vaak een beladen onderwerp te zijn. Door er tijdig met elkaar over te praten kan ergernis en belasting bespaard worden.

Ervan uitgaande dat u als ouders niet al het geld nodig hebt om van te leven, is het mogelijk om erfbelasting te besparen door gezamenlijk na te denken over een schenkingsplan. Goed te weten is dat het tarief van de schenkbelasting gelijk is aan dat van de erfbelasting. Desondanks kunnen schenkingen fiscaal voordeliger uitpakken dan erven. En wel om de volgende redenen. Ten eerste geldt er jaarlijks een vrijstelling van 5.515 euro voor kinderen. Voor kinderen van 18 jaar tot 40 jaar geldt een eenmalig verhoogde vrijstelling van 26.457 euro. Deze mogelijkheid eindigt op de 40ste verjaardag van uw kind of zijn jongere partner. Door gebruik te maken van de schenkingsvrijstellingen kan erfbelasting worden bespaard. Ook mag u uw kind 55.114 euro belastingvrij schenken als deze een studie of opleiding gaat volgen welke minimaal 20.000 euro per jaar kost, exclusief levensonderhoud. De jaarlijkse schenkingsvrijstellingen mogen verder onder voorwaarden nog eenmalig worden uitgebreid met 103.643 euro als sprake is van een schenking welke door uw kind wordt gebruikt voor de aankoop, verbetering van de eigen woning of de aflossing van de hypotheeklening.

Belasting besparen en meer
Het doel van een schenkingsplan is om het vermogen vanuit u als ouders (deels) al bij leven geleidelijk te laten overgaan naar uw kinderen als toekomstige erfgenaam. Hierdoor wordt belasting bespaard en kan worden gebruikgemaakt van de vrijstellingen binnen de schenkbelasting. Het optimaal benutten van de schenkingsvrijstellingen om erfbelasting te besparen lijkt op het eerste gezicht een puur rationele aangelegenheid. Maar wat betekent het voor u om uw kinderen een bedrag te schenken? Wat vindt u hierbij belangrijk? Belasting besparen? Uw kinderen helpen? Meer schenken dan vrijgesteld is, waardoor er wel belasting verschuldigd is? Dit zijn goede vragen die een financieel planner met u zal bespreken.

Schenkingsplan
Populair zijn schenkingsplannen gebaseerd op jaarlijkse schenkingen ter grootte van de jaarlijkse vrijstelling van 5.515 euro. Beschikt u over een groot vermogen, dan kan worden gedacht aan jaarlijkse schenkingen ter grootte van de vrijstelling vermeerderd met de eerste schijf (10%), ofwel 132.238 euro (vrijstelling 5.515 euro + eerste schijf (10%) schenkbelasting 126.723 euro). Op deze manier wordt voorkomen dat bij overlijden 20% erfbelasting moet worden voldaan (voor het geërfde boven de 126.723 euro). Een dergelijk schenkingsplan levert u dus 10%-belasting van het toekomstig te vererven vermogen op.

Afhankelijk van de hoogte van de schenking moet aangifte schenkbelasting worden gedaan. Een schenkingsplan is pas echt effectief in de situatie dat u als schenker weet welk geldbedrag u nu, straks en later kunt missen. Een financieel planner helpt u om dit inzichtelijk te maken.

Papieren schenking
Mocht u als ouders problemen hebben met het al bij leven afstaan van (grote) delen van uw vermogen, dan biedt een papieren schenking uitkomst. Het bezit blijft dan gewoon beschikbaar voor de ouders voor het levensonderhoud. Wel zal jaarlijks 6% rente aan uw kinderen moeten worden betaald over de geschonken vordering. Let op: elke schenking dient bij de notaris te worden vastgelegd om rechtsgeldig te zijn.

Als uw kinderen over de papieren schenkingen schenkbelasting zijn verschuldigd, dan is het een mogelijkheid dat u als ouder dit bedrag aan uw kind voorschiet. Een papieren schenking lijkt dus aantrekkelijk wanneer u als ouder nog over uw vermogen wil kunnen beschikken. Maar wat nu als u langer leeft dan verwacht? En u de rentelasten over de schenkingen op papier aan uw kinderen niet meer kunt betalen? Bedacht moet worden dat de schenkingen ook voor uw kinderen fiscale gevolgen kunnen hebben. De schenkingen leiden bij uw kind tot vermogensvorming en bij u tot een schuld in box 3. Uw kind kan de verschuldigde belasting over de vordering voldoen uit de rente die hij van u ontvangt over de schuldig erkende bedragen. Bij uw overlijden zorgt de schuld die u heeft aan uw kind voor een verlaging van de erfenis waardoor uiteindelijk belasting wordt bespaard.

Waar in het huidige boxenstelsel al snel een jaarlijks inkomstenbelastingvoordeel in box 3 optreedt op familieniveau, zal dit vanaf 2022 na de voorgestelde wijzigingen omslaan in een jaarlijks nadeel. Schenken op papier wordt zodoende minder aantrekkelijk als deze voorgestelde wijzigingen per 2022 in box 3 doorgaan.

Hebt u behoefte aan een passend schenkingsplan? Neem dan eens contact op met een gecertificeerd financieel planner.

Waar moet ik in beleggen? Gaat de rente stijgen? Krijgen we een recessie? Is het nu een goede tijd om in bitcoins te stappen? Of goud? Moet ik mijn huis verkopen? Het zijn allemaal vragen die beleggers bezighouden. Moet ik het financiële nieuws volgen? Of juist niet? Ook dat zijn vragen die voorbij komen. En, bestaat de gouden tip? Die ene tip waarmee je onmetelijke rijkdom kan vergaren?

Een vermogensbeheerder zei ooit eens: ‘Als ik de toekomst kende zou ik in dat ene bedrijf beleggen dat het meeste in koers zou stijgen. Alleen, ik weet de toekomst niet en dus koop ik 80 bedrijven (de aandelen in die bedrijven); ik moet spreiden.’ Niemand kent de toekomst. Ja, de rente staat laag, maar wie vorig jaar had gezegd dat de rente niet lager kon, is bedrogen uitgekomen. De toekomst laat zich niet voorspellen. Maar toch willen we geld verdienen in de toekomst, met beleggen bijvoorbeeld.

Wat is beleggen eigenlijk?
Is sparen ook beleggen? Beleggen is geld investeren in de economie zonder er zelf arbeid aan toe te voegen. Wie geld op een spaarrekening zet, verwacht rente en hoeft niets te doen. Wie aandelen koopt, verwacht dat het met de bedrijven in kwestie goed gaat en hoeft niets anders te doen dan af te wachten of de koers van het aandeel omhoog gaat en of er dividend wordt uitgekeerd.

Is beleggen hetzelfde als speculeren?
Dat zou niet zo hoeven zijn. Wie een ton heeft en dit belegt in één aandeel, die is aan het speculeren. Of iemand die al zijn geld in opties zet. Of in goud. Wat is speculeren? Daar is geen eenduidige definitie van te vinden. Wat het meest aanspreekt, is dat je met speculeren veel risico neemt en snel winst wilt hebben. Bij beleggen is de horizon veel langer en rustiger. Bij beleggen probeer je je risico zo klein mogelijk te maken. Dat doe je door te spreiden. Allereerst door te spreiden over de verschillende vermogenscategorieën. Traditioneel is er de indeling: aandelen, obligaties, vastgoed, liquiditeiten. Aandelen zijn dan eigendomsbewijzen in ondernemingen, obligaties zijn leningen aan bedrijfsleven en overheid, vastgoed betreft panden (vaak in de vorm van beleggingsfondsen) en liquiditeiten gaat gewoon om spaargeld.

Zijn er alternatieve beleggingscategoriën?
Categorie ‘alternatief’ is er in de loop der jaren bijgekomen, een allegaartje. Daar kunnen hedgefondsen inzitten, grondstoffen zoals goud of tarwe, forexbeleggingen (buitenlandse valuta’s) of, meer van de laatste tijd, cryptocurrencies. Ooit was dit de heilige graal van beleggen, door te spreiden tussen aandelen, obligaties, vastgoed en liquiditeiten kon je je risico beheersen en zo de kans op een redelijk rendement verhogen. Nog steeds is spreiden belangrijk, spreiden over beleggingsvehikels die liefst allemaal anders op economische bewegingen reageren, want dan zit je bijna altijd goed. Alleen, er zijn nu veel meer vehikels bijgekomen. Bij jongeren zie je nu vaak dat er slechts in een paar vehikels wordt belegd: Forex of Cryptocurrencies, lekker handig via het mobieltje gekocht en verkocht. In de hoop op snelle winst. Dat gaat dus meer richting speculeren. Bij ouderen zie je doorgaans nog de traditionele aanpak.

Beleggen is profiteren van economische ontwikkelingen, door geld te investeren in allerlei beleggingsinstrumenten. Wie spreidt, verkleint zijn risico en verhoogt zijn kansen.

Een gecertificeerd financieel planner kent de traditionele en moderne beleggingsinstrumenten en kan als een gids dienen. Dat is pas een gouden tip. Hij bestaat dus.

Het aankoopproces van een nieuwbouwwoning verschilt sterk met die van een bestaande woning. Zo is op het moment dat u de woning koopt, deze meestal nog niet gebouwd. U koopt uw woning ‘vanaf een tekening’. Het hypotheekproces is hierop afgestemd.

Nieuwbouwwoningen zijn duurzaam. Ze beschikken tegenwoordig over zonnepanelen, een warmtepomp en de juiste isolatie en beglazing. Deze energiebesparende maatregelen verhogen het comfort van de woning en zorgen voor een besparing. Goed voor uzelf en het milieu. Geen wonder dat er veel animo is voor een nieuwbouwwoning.

Financiële haalbaarheid
Als u een nieuwbouwwoning wilt kopen, dan zal de verkopende makelaar u veelal vragen of u al met een adviseur hebt gesproken over de haalbaarheid van de hypotheek. Daarbij kijkt de adviseur naar uw financiële situatie om te beoordelen of u de koopsom en het eventuele meerwerk kunt betalen. Hier zijn dezelfde regels van toepassing als bij het verkrijgen van een hypotheek op een bestaand huis.

Bij de aankoop van een nieuwbouwwoning kunt u ervoor kiezen om tijdens de bouw direct een luxere badkamer, keuken of andere extra’s op te nemen. Dit wordt meerwerk genoemd. U kunt onder voorwaarden de kosten voor het meerwerk in de hypotheek opnemen. Uiteraard moet dit wel binnen de voor u maximale hypotheeklening passen.

Eerst bouwrente daarna hypotheekrente
Bij de aankoop van een nieuwbouwwoning hebben we het tijdelijk niet over hypotheekrente, maar over bouwrente. Dit omdat de woning nog gebouwd moet worden. Het bedrag voor de koopsom dat u leent, blijft bij de geldverstrekker op een geblokkeerde rekening staan. Dit wordt het bouwdepot genoemd. Op basis van de bewijsstukken in de vorm van bonnen en facturen maakt de geldverstrekker de termijnen over naar de bouwer. Bouwrente die u betaalt na het tekenen van het voorlopige koopcontract, maar voor het tekenen van de hypotheekakte is fiscaal aftrekbaar. De rente die u eventueel moet betalen aan de aannemer – omdat hij al met de bouw was begonnen voordat u het koopcontract tekenende – is fiscaal niet aftrekbaar.

U betaalt vanaf de dag van verstrekking over de gehele lening hypotheekrente. Echter, over het deel dat nog niet is uitgekeerd of nog niet aan de bouwer is uitbetaald, ontvangt u een depotrentevergoeding. Doorgaans is deze vergoeding gelijk aan de verschuldigde hypotheekrente. De praktijk is dat een geldverstrekker gedurende maximaal twee jaar een depotrentevergoeding geeft. Per saldo betaalt u zodoende tijdens de bouw een steeds groter bedrag aan hypotheekrente, net zolang totdat de bouw helemaal af is. Vanaf dat moment betaalt u maandelijks de hypotheekrente over het dan aanwezige saldo van de hypotheek. De bouwrente tijdens de bouw van uw huis is net als de hypotheekrente aftrekbaar voor de belastingen.

Rentedepot
Omdat u tijdens de bouwperiode tijdelijk een woning huurt dan wel nog in uw oude woning met bijbehorende hypotheeklasten blijft wonen, krijgt u tijdens de bouw te maken met dubbele woonlasten. Deze lasten kunt u mogelijk verlagen, door bij diverse geldverstrekkers te verzoeken om een rentedepot. Uit het rentedepot worden uw toekomstige rentelasten tijdens de bouw voldaan. Dit verlaagt uw woonlasten. Let op: de rente die u betaalt uit het rentedepot is niet aftrekbaar. Hebt u (deels) een hypotheekvorm waarbij wordt afgelost, dan gaat de volledige aflossing wel gelijk in.

Houd het proces in de gaten
De aankoop van een nieuwbouwwoning is vaak een lang proces. Na het tekenen van de koopovereenkomst en het akkoord van de geldverstrekker, krijgt u van de geldverstrekker een bindend hypotheekaanbod, met daarin alle voorwaarden van de lening. Na het tekenen van het aanbod kan het nog maanden duren voor u bij de notaris de hypotheekakte kunt tekenen. Soms duurt het even voor alle woningen zijn verkocht, of moet de grond nog worden overgedragen. Houd er rekening mee dat de hypotheekofferte een beperkte geldigheidsduur heeft. Het aanbod vervalt afhankelijk van de geldverstrekker drie tot twaalf maanden na de offertedatum. De passeerdatum op de offerte geeft aan voor welke datum de akte bij de notaris moet zijn gepasseerd.

Bereidstellingsprovisie/verlengingskosten
Loopt de bouw uit, dan is het bij diverse geldverstrekkers mogelijk om de geldigheidsduur van uw offerte te verlengen met enkele maanden. Hierdoor hebt u de garantie dat de besproken rente in de hypotheekofferte ook voor de verlengingsperiode geldt. Dit kan voordelig zijn als de rente in de tussentijd stijgt. Wel zal de geldverstrekker hiervoor kosten in rekening brengen. Deze kosten worden aangeduid met de term bereidstellingsprovisie of verlengingskosten. Deze bereidstellingsprovisie is fiscaal aftrekbaar van de inkomstenbelasting en bedraagt gemiddeld 0,25 procent per maand van de hypotheeksom. Deze kosten zijn eenmalig fiscaal aftrekbaar. Bij sommige geldverstrekkers betaalt u alleen bereidstellingsprovisie als de rente tussentijds stijgt.

Overige kosten
Wilt u een getekende offerte annuleren, dan kan de geldverstrekker daarvoor mogelijk kosten in rekening brengen. Deze annuleringskosten verschillen per geldverstrekker. Bij sommige geldverstrekkers kunt u een getekende offerte kosteloos annuleren.

Naast de koopsom betaalt u voor een nieuwbouwwoning nog diverse kosten. Als u een woning vrij op naam koopt (v.o.n.) betaalt de verkoper een deel van die kosten. Dit zijn de btw of overdrachtsbelasting, de notariskosten voor de overdrachtsakte en de kosten voor de inschrijving als eigenaar in het Kadaster. Eventuele andere kosten die betrekking op de hypotheek hebben betaalt uzelf. Een voorbeeld hiervan zijn de notariskosten voor de hypotheekakte.

Hebt u een nieuwbouwwoning op het oog, ga dan eerst voor advies langs bij een gecertificeerd financieel planner. Deze kijkt vaak breder dan een reguliere hypotheekadviseur, wat financieel voordeel kan opleveren.