Meer en meer consumenten zijn zich bewust van risico’s rond klimaatverandering en de opwarming van de aarde voor onze samenleving. Dit heeft geleid tot een grotere vraag naar duurzame beleggingsproducten. De verwachting is dat niet alleen de belangstelling van particuliere beleggers voor duurzame producten groeit, maar dat de vraag in de komende vijf jaar zelfs kan verdubbelen.

Op dit moment zijn het nog vooral de professionele beleggers – zoals pensioenfondsen en verzekeringsmaatschappijen – die de risico’s en kansen van klimaatverandering in hun beleggingsstrategie en -beleid opnemen. Maar ook financieel planners nemen duurzaam en groen beleggen mee in hun advisering. Dat is noodzakelijk om te voorzien in jouw vraag en verder om onze leefomgeving te beschermen tegen onverantwoorde praktijken van bedrijven die ten koste van alles de winst willen vergroten.

Als we het hebben over duurzaam beleggen, dan denken veel mensen al snel aan klimaat en milieu. Maar het begrip ‘duurzaamheid’ omhelst veel meer. Ook sociale factoren zijn namelijk belangrijk om rekening mee te houden. Als je bijvoorbeeld weet dat jouw zonnepanelen in China zijn gefabriceerd door dwangarbeiders, dan kijk je als consument wellicht toch anders naar dit soort ‘groene’ producten. Aanbieders van groene en duurzame beleggingsproducten zullen met voorgaande rekening houden en verder bedrijven uitsluiten van hun beleggingsbeleid, wanneer zij betrokken zijn bij bijvoorbeeld: bonthandel, dierproeven, discriminatie, dwangarbeid of uitbuiting, genetische manipulatie, jacht op bedreigde diersoorten, kansspelen, kap en handel in tropisch hardhout, kernenergie, kinderarbeid, schending van de mensenrechten en wapenproductie of wapenhandel.

ESG en PPP
Om te meten hoe maatschappelijk verantwoord een bedrijf is, krijgen deze van speciale beoordelaars een ESG-score. Op deze manier kun je eenvoudig zien hoe duurzaam en groen een bepaalde belegging is. De afkorting ESG staat voor Environmental, Social en Governance. De ‘E’ ziet toe in welke mate een bedrijf bijdraagt aan de klimaatverandering, hoe zij omgaat met het gebruik van fossiele brandstoffen en bijdraagt aan (lucht)vervuiling en ontbossing. De ‘S’ gaat over onder andere kinderarbeid, moderne vormen van slavernij en werknemersrechten. De diversiteit binnen het bestuur van een bedrijf, de mate van corruptie en een verantwoord beloningsbeleid kan worden afgeleid uit ‘G’.

Naast ESG-factoren spelen verder de drie P’s een belangrijke rol binnen duurzaam en groen beleggen. De drie P’s staan voor People (mensen), Planet (planeet – de aarde) en Profit (winst). Bij ‘mensen’ moet worden gedacht aan sociale rechten, waarbij bijvoorbeeld gekeken wordt naar mensenrechten. Hoe bedrijven omgaan met het milieu – afvalverwerking en productieproces – valt onder ‘planeet/ de aarde’. Bij ‘winst’ wordt niet alleen gekeken naar hoeveel winst er geproduceerd wordt, maar ook naar andere economische factoren.

Grijze en groene producten
Financiële producten worden door middel van wetgeving – Sustainable Finance Disclosure Regulation (SFDR) – in één van de volgende drie categorieën geplaatst. Artikel 6 voor fondsen die geen duurzaamheidsafwegingen meenemen (aangeduid met de kleur grijs), artikel 8 voor fondsen die duurzaamheid promoten (aangeduid met de kleur lichtgroen) en artikel 9 voor fondsen die duurzaam beleggen als doel hebben (donkergroen). Een voorbeeld van productaanbieders met artikel 9-producten zijn ASN en Triodos, maar ook wereldwijd bekende fondshuizen als Amundi, Black Rock (Ishares) bieden artikel 9-producten aan.

Impact op rendement
Beleggen in duurzame beleggingsproducten levert niet alleen een positieve bijdrage aan de strijd tegen een betere wereld, het kan ook leiden tot betere verwachte resultaten voor jou als belegger.

Stel, je kunt kiezen tussen een traditionele aandelenportefeuille en een duurzame aandelenportefeuille, waarvan bewust niet-duurzame en minder klimaatweerbare bedrijven zijn uitgesloten. De duurzame portefeuille heeft daardoor een significant andere invulling dan de traditionele portefeuille. Deze portefeuille zal hoogstwaarschijnlijk beter presteren dan een traditionele portefeuille, wanneer ervan uitgegaan wordt dat de temperatuur op aarde met twee graden Celsius zal stijgen.

Een financieel planner kan de voordelen van deze duurzame portefeuille ten opzichte van de niet-duurzame portefeuille doorrekenen op basis van verwacht risico en rendement. Omdat een aantal regio’s en sectoren waarschijnlijk sterker door economische hervormingen en andere klimaatontwikkelingen wordt getroffen dan andere, kan dit leiden tot een hoger rendementsperspectief voor de duurzame portefeuille. En dit laatste is weer van belang om te weten of het product aansluit bij jouw wensen en doelen.

Lijkt duurzaam, is het niet
Sinds vorig jaar gelden er nieuwe Europese regels die duurzaam beleggen transparanter moeten maken. Naar aanleiding daarvan deed onze toezichthouder Autoriteit Financiële Markten (AFM) onderzoek bij Nederlandse beleggingsfondsen. Daaruit blijkt dat 57% van de 1.250 Nederlandse fondsen volgens de beheerder geen duurzame kenmerken heeft. Ook plaatst AFM vraagtekens bij de duurzaamheid van fondsen die volgens de fondsbeheerders wel duurzaam zijn.

Goed te weten is dat onze overheid een aantal fiscaal erkende groenfondsen heeft aangewezen. Het voordeel hiervan is dat je een fiscale korting krijgt van € 61.215 per persoon (doe je samen met jouw fiscaal partner aangifte, dan geldt het dubbele bedrag). Op deze manier betaal je minder ‘vermogensbelasting’. Naast deze vrijstelling heb je ook nog recht op een extra heffingskorting van 0,7% over het vrijgestelde bedrag. Helaas zijn de meeste duurzame en verantwoorde beleggingsfondsen en ETF’s (indexfondsen) niet duurzaam genoeg om aan de richtlijnen voor groene beleggingen te voldoen.

Een CFP-Professional is een deskundig en gecertificeerd financieel planner die jou graag helpt met het nemen van bewuste, groene en écht duurzame beleggingsbeslissingen. Deze leiden er vervolgens toe dat ook jouw persoonlijke doelen dichterbij komen!

Mocht jij of je partner komen te overlijden, dan heeft dit naast een emotionele ook een financiële impact. De financiële consequenties hangen af van de relatievorm die jullie met elkaar onderhielden en verder of je wel of niet in het bezit bent van een testament.

Na het overlijden wordt eerst gekeken welke bezittingen en schulden aan wie toebehoren. Waren alle bezittingen en schulden voor het moment van overlijden gemeenschappelijk of behoorden sommige bezittingen juist tot ieders privé-eigendom. Voorgaande wordt bepaald aan de hand van jullie relatievorm. Waren jullie getrouwd, geregistreerd partner of samenwonend? In het geval van een huwelijk of geregistreerd partnerschap, was dit op basis van een wettelijke (beperkte) gemeenschap van goederen of huwelijkse- of partnervoorwaarden? Is er sprake van samenwonen dan is de vraag of jullie wel of geen samenlevingscontract hadden. Verder is het belangrijk om te weten of diegene die overleden is, wel of niet een testament bezat.

Gemeenschap van goederen tot 2018
Als in het verleden geen keuze is gemaakt voor ‘voorwaarden’, dan is automatisch sprake van de wettelijke gemeenschap van goederen. Dit betekent dat alle bestaande en toekomstige bezittingen en schulden van jullie samen zijn. Maar let op, er valt veel in de gemeenschap, maar niet alles. Zo kan het zijn dat jij en/of je partner een schenking of erfenis hebben ontvangen die buiten de gemeenschap van goederen valt.

Beperkte gemeenschap van goederen vanaf 2018
Vanaf 1 januari 2018 geldt voor gehuwden en geregistreerd partners die van tevoren niet een bezoekje hebben gebracht aan de notaris, niet langer de algehele gemeenschap van goederen, maar de beperkte gemeenschap van goederen als wettelijke basis. In de kern houdt de beperkte gemeenschap van goederen in, dat ieders vermogen van voor het huwelijk (het voorhuwelijks niet-gezamenlijk vermogen) privé blijft. Dit betekent ook dat verkrijgingen tijdens het huwelijk uit giften en erfenissen privé blijven. Alleen dat wat tijdens het huwelijk of partnerschap wordt aangeschaft wordt gemeenschappelijk.

Afwijken van (beperkte) gemeenschap van goederen
Diegenen die willen afwijken van de wettelijke standaard moeten de afspraken notarieel vastleggen in huwelijkse- of partnervoorwaarden, voor wat betreft samenwoners in een samenlevingscontract.

Huwelijkse voorwaarden, partnervoorwaarden en samenlevingscontracten zijn er in vele soorten en maten. In dit soort contracten staat vaak standaard opgenomen dat de premies voor een overlijdensrisicoverzekering niet tot de kosten van de huishouding horen. Dit betekent dat mocht jij of je partner overlijden, de uitkering uit deze verzekering belastingvrij kan worden ontvangen. Dit is anders als jullie op basis van gemeenschap van goederen gehuwd of geregistreerd partners waren.

Koude uitsluiting en verrekenbedingen
Als de wettelijke gemeenschap van goederen in het geheel uitgesloten wordt, dan wordt dit koude uitsluiting genoemd. Partners delen dan op geen enkele wijze het inkomen en de vermogenstoename. Om de harde gevolgen van een koude uitsluiting te verzachten hebben veel mensen één of meerdere verrekenbedingen toegevoegd aan de ‘voorwaarden’. In deze situatie spreken partners met elkaar af dat vermogen en/of inkomen met elkaar wordt verrekend. Voor wat betreft inkomen is dit in de regel aan het einde van het jaar – onder de spreekwoordelijke kerstboom – en voor wat betreft het vermogen uiterlijk bij echtscheiding of overlijden. Vaak is in de voorwaarden ook nog een finaal verrekenbeding opgenomen welke ingaat na overlijden van jou of je partner. Dit wil zeggen dat bij het einde van het huwelijk of partnerschap door overlijden wordt verrekend alsof beide partners in een gemeenschap van goederen waren getrouwd. Hierdoor kan mogelijk erfbelasting bespaard worden.

Samenwoners
Anders dan voor het huwelijk en het geregistreerd partnerschap kent de wet geen automatische regeling voor ongehuwd samenwonenden. Dat betekent dat allerlei vermogensrechtelijke zaken ongeregeld blijven. Om dit probleem op te lossen moeten partners samen een samenlevingsovereenkomst afsluiten en bij voorkeur ook ieder een testament.

Door te gaan samenwonen ontstaat in principe geen (beperkte) gemeenschap van goederen. Ook niet als jij en je geliefde een samenlevingsovereenkomst hebben getekend. Alleen als jullie samen aankopen doen of schulden maken tijdens het samenleven kunnen deze gemeenschappelijk worden.

De meeste pensioenfondsen eisen een notarieel samenlevingsovereenkomst voor het partnerpensioen. In deze overeenkomst moet een wederzijdse zorgplicht zijn opgenomen.

Overlijden gehuwde/ geregistreerd partner
Na het overlijden bepalen de relatievorm én of er wel of geen testament is, hoe groot de nalatenschap van de overledene is. Overlijdt iemand, zonder een testament te hebben laten opmaken, dan zal op basis van het wettelijke erfrecht worden bepaald wie zijn erfgenamen zijn en aan wie de nalatenschap wordt toegedeeld. Als de erflater een echtgenoot en kinderen nalaat, zijn de langstlevende echtgenoot en de kinderen in gelijke delen erfgenaam. Via een testament kun je afwijken van de standaard wettelijke bepaling.

Overlijden samenwoners
Als een ongehuwd samenwonende partner overlijdt, vererft het vermogen in beginsel naar zijn kinderen. Als er geen kinderen zijn dan vererft het vermogen naar de ouders, broers en zusters. De achterblijvende partner ontvangt in beginsel niets. Door middel van een testament kan ervoor worden gezorgd dat de partner erfgenaam wordt en alsnog goed verzorgd achterblijft. In samenhang hiermee kan ook een overname- en/of verblijvingsbeding in het samenlevingscontract worden opgenomen. Op grond van een overnamebeding kan de langstlevende partner de goederen van de overleden partner overnemen. Op grond van een verblijvingsbeding kunnen de gemeenschappelijke goederen naar de langstlevende partner gaan.

Hoogte en vrijstellingen erfbelasting
De erfgenaam (of legataris) moet over zijn verkrijging erfbelasting betalen. Volgens de Successiewet, de wet op grond waarvan erfbelasting wordt geheven, zal er successie betaald moeten worden. De mogelijke vrijstelling en het tarief is afhankelijk van de familierelatie die de verkrijger had met de erflater en de hoogte van de verkrijging.

Heb jij alles goed geregeld?
Een ding is zeker, we gaan vroeg of laat allemaal dood. Helaas komt een overlijden soms onverwacht en eerder dan verwacht. Je doet er daarom goed aan om te controleren of bij overlijden de totale financiële situatie voldoende is voor de achtergebleven partner en eventuele kinderen om bijvoorbeeld in de woning te blijven wonen en te kunnen blijven voorzien in het benodigde uitgavenpatroon.

Wil je weten wat de impact van een overlijden van jou of je partner betekent voor jullie financiën? Neem dan contact op met een CFP-Professional, je bent dan zeker van een deskundig en gecertificeerd financieel planner.

Veel mensen deinzen ervoor terug, beleggen is risicovol en dat willen ze niet. Lijkt op zich een logisch verhaal, of misschien toch niet? Wie ergens een pensioen heeft verzekerd bij de werkgever of zelf bij een verzekeringsmaatschappij, kan zich de vraag stellen: hoe doen zij dat? Zetten deze organisaties jouw geld op een spaarrekening? Maken ze dan wel rendement? Het antwoord hierop is ’nee’.

Pensioenfondsen en verzekeraars doen andere dingen met hun geld. Ze investeren in bedrijven en in vastgoed. Dat doen ze soms rechtstreeks (omdat ze groot genoeg zijn), maar ook voor een heel groot deel op de beurs. Dus: in aandelen en in obligaties bijvoorbeeld.

Lopen ze daarmee geen risico?

Jazeker wel, maar dat risico is berekend tot een passend risico. Als het regent en je moet de straat op, maar je gaat niet, dan zul je je doel niet bereiken. Maar als je een paraplu op doet of een regenjas aantrekt, word je misschien wel een beetje nat, maar je bereikt je doel wel. Je neemt een beredeneerd risico dat bij jou past. Je stelt je een doel voor ogen. Dat doen pensioenfondsen en verzekeraars ook, want ze kunnen niet eeuwig als een moederkloek op hun geld blijven zitten. Eens zullen zij dat kapitaal moeten uitkeren of die pensioenen moeten uitbetalen. Als je zelf belegt, ben je eigenlijk een soort pensioenfondsje in het klein.

Financiële doelen bereiken door te beleggen

Dat betekent dat als je een doel wilt bereiken, je je navigatie aan moet zetten. Dat wil zeggen dat je een financieel plan moet maken. Het ene doel kan zijn dat je over vijf jaar een wereldreis van € 25.000 wilt maken, over tien jaar je kinderen wilt laten studeren voor € 50.000 of over twintig jaar met pensioen wilt gaan en € 500.000 nodig hebt of een jaarlijks aanvullend inkomen van € 25.000.

Dat zijn allemaal financiële doelen die vragen om een slimme aanpak. Beleggen is het hele scala van aandelen, obligaties, vastgoed, alternatieve beleggingen en cash. Om jouw doel te bereiken bepaal je, hoe je ‘beleggingsmix’ eruit moet zien: iedere beleggingscategorie heeft zo zijn eigen kenmerken.

Aandelen bewegen nu eenmaal meer in koers dan obligaties, maar leveren doorgaans méér op, op de langere termijn. Bij een kortere termijn van beleggen (als je doel bijvoorbeeld over vijf jaar al is) passen aandelen wat minder. Dan zijn minder beweeglijke beleggingen juist weer handiger, ook al leveren ze minder op naar verwachting. Ja, je leest het goed: ‘naar verwachting’. De uitkomst is namelijk nooit zeker, maar kan wel met een bepaalde ‘waarschijnlijkheid’ worden benaderd. Daar zijn wiskundige modellen voor die een pensioenfonds gebruikt, maar die ook beschikbaar zijn voor jou als consument.

Vraag advies!

Een gecertificeerd financieel planner kan dit voor je uitrekenen. Hoeveel risico loop je nu eigenlijk? Is het veel of valt het mee? En wat betekent het eigenlijk als ik wat meer in aandelen ga beleggen? Heb ik dan een wat hoger rendement en hoef ik minder geld in te leggen? En de crux is dat de financieel planner ook mee kijkt naar de gewenste uitgaven en rekening houdt met inflatie en zo het juiste bedrag voor het gewenste doel kan uitrekenen. En als je daar dan weer de juiste belegging aan verbindt, heb je niet alleen een goede geldbelegging, maar ook een goed belegde boterham.

Wat je niet wilt is, dat nadat je gestopt bent met werken je te weinig middelen hebt om te genieten van je oude dag. Financiële producten moeten ertoe leiden dat dit ‘doelrisico’ jou bespaard blijft. Een belangrijke vraag om bij stil te staan is of jouw producten wel voorzien in het behalen van voor jouw belangrijke doelen. Dit zal helaas lang niet altijd het geval zijn. De hoogste tijd om in actie te komen!

Risico en rendement zijn veelgebruikte begrippen binnen de financiële wereld. Goed om te beseffen is dat deze begrippen onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Ofwel zonder risico, geen rendement. Omdat rendement een uitvloeisel is van het gekozen risico, zou vooral naar het risico gekeken moeten worden. Angst weerhoudt veel mensen ervan om te starten met beleggen. Op de langere termijn kan dit vervelende gevolgen hebben, waar lang niet iedereen zich van bewust is of pas als het te laat is.

Beleggen versus doel
In de basis kunnen twee vormen van risico worden onderscheiden:

  1. Risico is ‘de mogelijkheid tot een verlies van (een deel) van je inleg/ je vermogen’. De koersen op een beleggingsrekening fluctueren namelijk veel meer dan die op een spaarrekening. Deze beweeglijkheid zorgt ervoor dat jouw rendement plus 20% kan zijn, maar ook wel eens min 15%.
  2. Risico kan ook worden omschreven als de kans dat je jouw doel(en) niet haalt. Bijvoorbeeld, je doel is om naast je pensioen voldoende vermogen op te bouwen om ook na jouw pensioendatum je huidige levensstijl en de kosten die daarbij horen voort te zetten. Een ander doel kan bijvoorbeeld zijn dat je voldoende vermogen wilt opbouwen om jouw kinderen te kunnen laten studeren.

De eerste vorm van risico is wat we noemen beleggingsrisico, de tweede vorm wordt doelrisico genoemd. De belangrijke vraag is nu, stel je het beleggingsrisico of het doelrisico centraal? Wij leggen dit verschil uit aan de hand van een voorbeeld.

Voorbeeld
In de praktijk wordt het beleggingsrisico vaak centraal gezet. Ga maar na, als je een financieel product wilt afsluiten waarin een beleggingscomponent zit, zul je eerst een vragenlijstje moeten invullen. De uitkomst hiervan is, dat je een zeer defensieve, defensieve, neutrale, offensieve of zeer offensieve risicohouding hebt.

Op het moment dat je wordt aangemerkt als een defensieve belegger, dan zal je een financieel product krijgen welke hoofdzakelijk bestaat uit obligaties en minder uit aandelen. Het risico hiervan is lager – lees de beweeglijkheid van de rendementen – maar zo ook het verwachte rendement.

Stel je bent 43 jaar oud en alleenstaand. Je hebt een salaris van € 45.000 bruto per jaar. Op jouw spaarrekening staat een bedrag van € 30.000. Per maand heb je ongeveer € 2.500 netto nodig om in alle uitgaven te voorzien. Jouw wens is om ook na jouw pensioendatum, levenslang te blijven voorzien in dit consumptief besteedbare inkomen. Om in dit doel te voorzien sluit je een beleggingsproduct af op basis van een defensief risicoprofiel (70% obligaties en 30% aandelen). Je wilt immers weinig beleggingsrisico lopen. Je besluit € 10.000 in een keer in te leggen en vervolgens € 100 netto per maand tot aan de pensioendatum. Voor je gevoel ben je goed bezig en heb je een goede beslissing genomen.

Maar wat nu als een financieel planner jou zou vertellen dat de haalbaarheid van jouw doel op een schaal van 1 tot 100%, slechts voor 30% haalbaar is. Dat wil zeggen, er moeten wonderen gebeuren wil je jouw doel halen. De reden hiervoor is dat jouw defensieve beleggingsportefeuille weliswaar weinig risico kent, maar hierdoor ook te weinig rendement om jouw doel te realiseren.

Jouw doelrisico is dus groot. De vraag is of je je hiervan bewust bent. Waarschijnlijk niet. Stel je nu eens de vraag: sluit ik een beleggingsproduct af om zo min mogelijk beleggingsrisico te lopen of om mijn doel te halen. Wil je jouw doel beter realiseerbaar maken, dan zal een financieel planner jou adviseren om een beleggingsproduct af te sluiten op basis van een offensief beleggingsprofiel (70% aandelen en 30% obligaties). Verder zal de éénmalige inleg verhoogd moeten worden naar € 20.000 en de maandelijkse inleg naar € 200. Op basis van voorgaande verdubbelt de haalbaarheid van het doel tot ruim 60%. Al met al is de haalbaarheid van jouw doel een stuk reëler geworden.

Conclusie en aanbeveling
Al met al geldt: hoe hoger het verwachte rendement, hoe hoger het beleggingsrisico, maar hoe lager het doelkapitaal dat nodig is om het inkomensdoel ‘levenslang’ te verwezenlijken. Vanuit het oogpunt van de meeste mensen is risico vaak synoniem voor beleggen. Vaak wordt vergeten dat alleen maar een goed rendement gemaakt kan worden als iemand ook af en toe een negatief rendement accepteert en dat een goed rendement verder nodig is om de inflatie, kosten en belastingen te verslaan. Pas echt een risico is het volgens ons, als jij later niet kan blijven voorzien in een bepaald minimaal inkomen dat nodig is om de levensstijl te blijven betalen. En helaas dit doelrisico loopt – onbewust – een groot deel van de Nederlandse huishoudens met als gevolg te weinig geld om leuke dingen te doen en een leven achter de spreekwoordelijke geraniums.

Wil je weten of jij wel op de goede weg bent om ook na jouw pensioen een financieel gelukkig leven te bereiken? Neem dan contact op met een CFP-Professional, je bent dan zeker van een deskundig en gecertificeerd financieel planner.

Zou het niet zonde zijn, als je iets NIET hebt gedaan in je leven wat je heel graag had willen doen? Ze zeggen wel eens dat het erger is om spijt te hebben van de dingen die je NIET hebt gedaan, dan van de dingen die je WEL hebt gedaan. Hoeveel mensen leven niet een leven dat voor hen is uitgestippeld, of omdat het zo hoort of omdat de hypotheek moet worden betaald? Hoeveel mensen zitten niet gevangen in hun dagelijkse sleur en kunnen daar op de een of andere manier niet uitbreken? Waarvan zou jij nou spijt hebben als je het niet zou hebben gedaan?

Het is nooit te laat om te veranderen

Nou ja, bijna dan. In ieder geval is het belangrijk om bij jezelf na te gaan hoe jouw ideale leven eruit zou zien. En vervolgens te bekijken hoe je dit kunt realiseren. Kan dat? Dat is een prachtig spel van optellen en aftrekken, vermenigvuldigen en delen, dat financiële planning heet. Het wordt ook wel eens ‘financial life planning’ genoemd, om te benadrukken dat de cijfertjes en rekensommen dienstbaar zijn aan een rijk leven. Een rijk leven in de zin van betekenis. Moet je daarvoor rijk zijn wat geld betreft? Ja en nee. Er kan meer dan je denkt, als je het maar goed organiseert.

Maak een levensplan

Financial life planning is als term bedacht in Amerika. George Kinder was een van de bedenkers. Hij maakte mensen ervan bewust door vragen te stellen over wat ze echt met hun leven wilden. De eerste vraag: Maak je levensplan. Stel je bent financieel onafhankelijk. Hoe zou je dan je leven leven? Hoe zou je je leven veranderen? De tweede vraag is al wat lastiger. Je komt bij de dokter en die zegt dat je nog maar vijf tot tien jaar te leven hebt. Wat zou je dan aan je leven veranderen? Bij deze vraag hoort, dat je financiële situatie is zoals die is, dus je kunt niet zomaar fors ‘uitpakken’ als je het geld niet hebt. Ga je dan van baan veranderen? Ga je minder werken? Ga je meer met je partner of je gezin doen? Ga je een droom laten uitkomen? En dan de derde vraag: De dokter komt langs, het ziet er slecht voor je uit, je hebt nog maar 24 uur te leven. Waarvan heb je spijt dat je het niet hebt gedaan?

Financiële planning draait om het leven van mensen

Sommige mensen denken wel eens dat financiële planning alleen om cijfertjes draait of voor de rijken is. Fout! Financiële planning draait om het leven van mensen, om jou te helpen je leven in te richten zoals jij graag je leven wilt leiden. Ja, daar heb je financiële cijfers voor nodig. Want hoeveel je nu uitgeeft en hoeveel je aan salaris of winst uit je onderneming krijgt, geeft wel aan wat er nu mogelijk is. Een gecertificeerd financieel planner leert je echter anders te kijken naar geld en helpt je in het struikgewas van regelgeving jouw levensboom te vinden. Die kan groeien zoals jij dat wilt. Zodat je er de vruchten van kunt plukken die jou een waardevol leven geven.

Veel mensen denken bij de term financiële planning vooral aan geld en cijfers. Jammer, want financiële planning gaat over zoveel meer. Het gaat namelijk in eerste instantie over jou en het realiseren van jouw (financiële) wensen en doelen voor de (nabije) toekomst. Het verwezenlijken hiervan draagt vervolgens weer bij aan jouw levensgeluk. En zeg nu zelf, wie wil er niet (nog) gelukkiger worden…

De kans is groot dat ook jij wensen en doelen hebt. Mogelijk droom je ervan om rijk te worden en te kunnen stoppen met werken, of om een camping te beginnen in Frankrijk, of om…nou vul zelf maar in. Jammer genoeg blijft het vaak bij dromen en worden deze niet omgezet in (levens)doelen. Jij zit waarschijnlijk – net als velen met jou – vast in een bepaald ritme waarin vooral sprake is van veel dagelijkse routinematige klussen. Denk hierbij aan opstaan, aankleden, eten, reizen, werken, aandacht besteden aan je partner en kinderen, tv-kijken of Netflixen en slapen. Hierdoor blijft er weinig tijd over voor zoiets belangrijks als nadenken over de eigen levensdoelen.

De stap van dromen naar doelen stellen is klein, maar moet wel genomen worden. Een financieel planner speelt hierbij een belangrijke rol. De taak van een financieel planner is om jouw dromen om te zetten in doelen en de financiële vertaalslag te maken. Uit veel onderzoeken komt naar voren dat het stellen van doelen gelukkiger maakt. Ook is het zo dat diegenen die hun doelen voor zichzelf opschrijven, een grotere kans hebben om deze te bereiken. Onderzoek wijst ook uit dat financiële planning onze – en dus ook jouw – geluksbeleving vergroot. Wauw, dat had je waarschijnlijk niet gezocht achter de term financiële planning.

Wat jij belangrijk vindt telt
Geluk brengt het beste in elk mens naar boven. Financiële planning helpt je om de sleutel tot een gelukkiger leven te vinden. Wat vind je nu werkelijk belangrijk in het leven en wat in de toekomst? Voor iedereen telt de dag 24 uur, een week 7 dagen en een jaar 365 dagen. Toch lijkt de een er wel in te slagen de beschikbare tijd te besteden aan zaken die voor hem van groot belang zijn en de ander niet. Misschien maak jij bijvoorbeeld veel overuren op je werk. Tijd die je wellicht liever besteedt aan je partner, kind of een hobby. Het zoeken naar de juiste balans in het leven is de ultieme uitdaging voor velen, waarschijnlijk ook voor jou. Geld speelt hierbij vanzelfsprekend een rol. Alleen vergeten we vaak dat geld een middel is en geen doel. Een middel om die dingen te kunnen doen die je echt belangrijk vindt. Bijvoorbeeld een dag minder werken in de week, om zodoende meer tijd met je gezin te kunnen doorbrengen. Misschien is ontslag nemen en een eigen bedrijf beginnen je grootste wens, maar heb je het idee dat dit financieel niet haalbaar is. Misschien ben je tevreden in je huidige werkomgeving, maar heb je wensen op andere gebieden. Uit onderzoek blijkt dat de meeste mensen tussen de twee en vijf doelen hebben. Hoeveel wensen en doelen heb jij?

Praktijkvoorbeelden
Al met al is financiële planning niets meer en niets minder dan het afstemmen van je financiën op jouw persoonlijke wensenlijstje. Hierna een top tien van veelgehoorde wensen en doelen van mensen. Staan een of meerdere van jouw wensen er ook bij?

  1. Huidige levensstijl voortzetten, ook na pensioendatum
  2. Meer tijd voor gezin, familie en vrienden
  3. Minder werken, andere baan, eerder stoppen met werken
  4. Financiële onafhankelijkheid
  5. (Klein)kinderen financieel ondersteunen
  6. Schuldenvrij door het leven gaan
  7. Eigen bedrijf starten
  8. (Vakantie)huis kopen
  9. Geld schenken aan goede doelen
  10. Emigreren

Klantervaringen
Hierna hebben wij een aantal reacties van klanten die ervaring hebben opgedaan met financiële planning verzameld:

  • ‘Mijn leven is verbeterd omdat ik een financieel planner heb ingeschakeld’.
  • ‘Het helpt mij om vanaf nu betere financiële beslissingen te nemen en om financieel vooruit te kijken en aan de slag te gaan met zaken die ik echt belangrijk vind in het leven’.
  • ‘In plaats van mijn tijd te verdoen met het blijven zoeken naar het beste financieel product, ben ik stil gaan staan bij wat echt belangrijk was voor ons’.
  • ‘Het heeft mij geholpen om de baas over mijn eigen financiën te worden, in plaats van andersom.’
  • ‘Door financiële planning kan ik nu makkelijker financiële tegenslagen opvangen.’
  • ‘Het zorgt ervoor dat ik voortaan niet langer financiële producten afsluit die ik eigenlijk niet nodig heb, niet bij mij passen of waar een beter alternatief voor bestaat.’
  • ‘Eindelijk financiële rust. Ik lig niet meer wakker van mijn financiën en ben niet langer bang dat ik in de toekomst onvoldoende geld heb om in mijn levensonderhoud te voorzien. Ook weet ik dat ik goed verzekerd bent tegen de financiële gevolgen van onder andere arbeidsongeschiktheid, ontslag of overlijden.’

Maar als financiële planning zoveel voordelen oplevert, waarom maken dan niet meer mensen er gebruik van?

‘Onbekend maakt onbemind’ is hier van toepassing. Het grote publiek weet niet wat het precies inhoudt en wat de voordelen ervan zijn. En ja, een deskundig (integraal) financieel adviesplan kost geld. Maar laten we eerlijk zijn: je diepste doelen realiseren en het vergroten van je geluksbeleving is niet in een bedrag uit te drukken; het is onbetaalbaar! De opbrengsten zijn zeker de kosten waard! Wil je weten wat financiële planning voor jou kan betekenen? Neem dan contact op met een CFP-professional, je bent dan zeker van een deskundig en integraal financieel advies.

Veel ondernemers zullen dit herkennen. Als ondernemer denk je vaak dat je bedrijf je pensioen is. Je hebt ziel en zaligheid gelegd in je onderneming en je focus is op het goed laten draaien van de zaak en uiteindelijk het bedrijf te kunnen verkopen. Voor veel ondernemers geldt dat ze daarnaast nog wel een AOW-pensioen zullen krijgen. Maar een aanvullende lijfrenteverzekering of een extra spaarpotje bijvoorbeeld, is lang niet altijd aan de orde. Dus: mijn bedrijf is mijn pensioen….

Het mag evident zijn dat je bedrijf ook zonder jou als ondernemer dóór kan. Eerste les is dan ook: maak jezelf als ondernemer overbodig. Zodra je dat gedaan hebt en je onderneming kan zelfstandig verder draaien en is winstgevend, dan zit er een overdraagbare waarde in. En dan wordt het spannend: hoeveel kun je dan voor je onderneming vragen? En hoeveel wil je vragen? Als je aan een strategische partij gaat verkopen, wil je de hoofdprijs. Ja toch?

Discounted-cashflow
Ja en nee. Natuurlijk wil je de onderneming voor een goede prijs verkopen, maar je hebt ook een verantwoordelijkheid naar je personeel en je klanten. Je bedrijf moet wel door kunnen gaan, het moet reëel zijn. Er zijn allerlei methodes om de waarde van je bedrijf te berekenen. De ‘discounted-cashflow’ is een heel gangbare. Je berekent aan de hand van prognoses de toekomstige kasstromen van de onderneming op basis van een gewenst rendement. Je hoort ook regelmatig diverse ‘multiples’ over tafel gaan: ‘ik krijg voor mijn bedrijf 5x de winst’. Of 1x de omzet, of alles er tussen in. En dan hoor je nog termen als EBT en EBITDA. Want ‘winst’ is niet zomaar ‘winst’. Is het winst nadat je afschrijvingen hebt genomen? En rente en aflossing hebt betaald op leningen? Of reken je de winst ervoor? Dat kan een groot verschil maken. En als je eenmaal via een paar methodes je vraagprijs hebt benaderd, wat zal de koper dan doen?

Gunnen en schenken
Is het een strategische partij die een stuk afzetmarkt koopt of is het een personeelslid dat de zaak wil overnemen? Óf is het een familielid, een zoon of een dochter? Dan gaan opeens allerlei andere elementen een rol spelen. Gunnen komt dan heel dichtbij. Maar tussen gunnen en gunnen kan een fiscaal addertje onder het gras zitten: schenking. En dan is het o zo handig als je als ondernemer een financieel planner in de arm hebt genomen. Wat is haalbaar om mijn onderneming over te dragen aan mijn kinderen zonder dat ik met ‘schenking’ word geconfronteerd? Waarbij ik ook nog eens voldoende heb om van te leven? Laat ik niet te veel aan leningen in de zaak zitten bij overdracht aan kinderen en blijf ik risico lopen terwijl ik niets meer te zeggen heb? En wat doe ik met mijn geld zodra ik de opbrengst op de rekening heb staan?

Het zijn allemaal vragen waar een gecertificeerd financieel planner bij kan helpen. Hij of zij is je sparring partner, ook in de gesprekken met de accountant en de bedrijfsovername-adviseur.

Vroeg of laat komt er een moment dat je als ondernemer jouw bedrijf wilt overdragen. Veel ondernemers zouden graag zien dat het bedrijf wordt voortgezet door de kinderen. Ook onze wetgever ziet van oudsher graag dat familiebedrijven worden voortgezet naar de volgende generatie. Om deze reden zijn voor deze vorm van bedrijfsoverdracht vooralsnog gunstige regelingen van kracht in de vorm van de bedrijfsopvolgingsregeling (hierna BOR). De BOR is een gehele of gedeeltelijke belastingvrijstelling bij de vererving of schenking van ondernemingsvermogen. Dit betekent dat er over de waarde van een onderneming minder of zelfs geen belasting wordt geheven.

De BOR biedt zowel de overdragers van de onderneming als zijn opvolgers zeer aantrekkelijke fiscale voordelen. De BOR is zowel van toepassing op een eenmanszaak als op een vof, cv of maatschap en op aandelen in een bv of nv. Bij een bv moet de schenking/erfenis gaan over minimaal 5% van de aandelen (er is dan sprake van een aanmerkelijk belang).
Alvorens gebruik kan worden gemaakt van de fiscale voordelen moet worden voldaan aan een aantal voorwaarden. De voordelen en voorwaarden gelden zowel als de onderneming bij in leven zijn van de overdrager wordt overgedragen, als wanneer dit plaatsvindt nadat de huidige ondernemer is overleden. In de eerste situatie is sprake van schenking en eventuele schenkbelasting en in het tweede geval is sprake van vererving en eventuele erfbelasting. Zowel de voordelen als de voorwaarden van de BOR komen hierna aan bod.

De BOR regelt een zeer ruimhartige vrijstelling bij verkrijging van ondernemingsvermogen door schenking of vererving. Zo geldt er een 100% (voorwaardelijke) vrijstelling tot een ondernemingswaarde van € 1.134.403 (2022). De vrijstelling wordt toegepast per onderneming en niet per verkrijger. Dit betekent dat wanneer de onderneming overgaat op meerdere kinderen, de vrijstelling naar evenredigheid wordt verdeeld. Mocht de waarde van de onderneming hoger zijn dan het hiervoor genoemde bedrag, dan zal over (slechts) 17% van de waarde van de onderneming boven het van belasting vrijgestelde bedrag van € 1.134.403 wel erfbelasting of schenkbelasting verschuldigd zijn. Mocht belasting verschuldigd zijn, dan kan hiervoor gedurende maximaal tien jaar uitstel van betaling worden verkregen van de fiscus. Wel is over dit uitstel rente verschuldigd.

Voorwaarden
De BOR is in beginsel alleen van toepassing als het gaat om een lopende onderneming. Dit is een onderneming waarin daadwerkelijk ondernemingsactiviteiten plaatsvinden. Dit wordt ook wel in vaktaal een materiële onderneming genoemd. Voor de BOR geldt dat de onderneming (het ondernemingsvermogen) ten minste vijf jaar voorafgaand aan de schenking in het bezit moet zijn geweest van de overdrager (lees: de schenker). Deze vereiste bezitsperiode is in het kader van overlijden van de overdragende ondernemer aanzienlijk korter, namelijk één jaar. Voorgaande wordt de bezitseis genoemd. Stel dat een van de kinderen de onderneming voortzet, dan moet hij of zij – al dan niet via een eigen onderneming – gedurende een periode van tenminste vijf jaar het overgenomen bedrijf in bezit houden. Dit wordt de voortzettingseis genoemd.

Praktijkvoorbeeld
De heer Jansen is al geruime tijd eigenaar van Jansen Consultancy bv. Via zijn holding-bv houdt hij 100% van de aandelen van deze onderneming. De waarde van de onderneming bedraagt € 3 miljoen. De heer Jansen is alleenstaand en heeft een zoon, Jens. De heer Jansen komt plotsklaps te overlijden. Zou de BOR niet van toepassing zijn dan is Jens ongeveer € 600.000 aan erfbelasting verschuldigd. Zou daarentegen de BOR wel van toepassing zijn, dan zou hij ruim € 300.000 aan belasting verschuldigd zijn, waarover ook nog eens tien jaar uitstel van betaling kan worden verkregen. Al met al bedraagt de belastingdruk in dit voorbeeld zonder toepassing van de BOR zo’n 20% en met toepassing van de BOR slechts ongeveer 10%.
Het verschil aan belasting van zo’n € 300.000, wordt door de fiscus alleen ingevorderd wanneer de onderneming door Jens binnen vijf jaar na het overlijden van zijn vader wordt verkocht of op een andere manier wordt beëindigd.

Financiële planning vereist
Of de BOR voor jou als ondernemer en je opvolgers het ideale planningsinstrument is, zal nader moeten worden bekeken. Zo is het niet in alle gevallen wenselijk om een onderneming te schenken op basis van de BOR aan de kinderen. Immers, wellicht heb jij als ondernemer de verkoopopbrengst in harde euro’s keihard nodig om in jouw verdere levensonderhoud te voorzien. Het puur en alleen realiseren van fiscale voordelen mag volgens een financieel planner nooit een doel op zichzelf zijn. Om deze reden is het aan te raden om eerst een financieel plan te laten opstellen alvorens wel of geen gebruik te maken van de BOR. Goed te weten is verder dat de BOR al enige tijd onder een vergrootglas ligt bij het kabinet. Dit zou kunnen betekenen dat deze aantrekkelijke fiscale maatregelen in de (nabije) toekomst kunnen komen te verdwijnen.

Wil je weten wat de BOR in combinatie met een financieel plan voor jou kan betekenen? Neem dan contact op met een CFP-Professional, je bent dan zeker van een deskundig en gecertificeerd financieel planner.

Er was een tijd dat je met 40 dienstjaren met pensioen kon of voor de meesten gold dat je met pensioen ging, als je 65 jaar werd. Dat was dan vaak ook het moment dat de AOW-uitkering begon maar ook het ouderdomspensioen. Dat was vrij duidelijk maar in de loop van de jaren is de AOW-leeftijd steeds verder opgeschoven en daarmee vaak ook de ingangsdatum van het ouderdomspensioen. De vraag is nu vaak echter of dat je dit nog wel kunt maar vooral ook wilt? Je bent namelijk helemaal niet verplicht om tot die tijd door te blijven werken. Mogelijk heb je zelf namelijk al voldoende vermogen en/of ander inkomen verkregen, waardoor je mogelijk eerder kunt stoppen met werken. Om te kunnen bepalen wat jouw ideale leeftijd is om met pensioen te gaan, heb je allereerst inzicht in jouw persoonlijke situatie nodig.

Het gewenste inkomen

Allereerst zal je moeten bepalen welke uitgaven je wilt kunnen blijven doen. Wil je hetzelfde blijven uitgeven als je nu doet of mogelijk meer als je niet meer werkt? Een nieuwe dure hobby kan namelijk een flinke impact hebben. Maar mogelijk heb je helemaal geen bijzondere wensen en valt dat wel mee. Inzicht hierin verkrijgen is dus van groot belang. De overheid bepaalt wanneer je de AOW-uitkering gaat ontvangen maar je kan wel zelf bepalen wanneer de pensioenuitkering in dient te gaan. Afhankelijk van jouw situatie kan dat mogelijk al wat naar voren worden gehaald. Maar mogelijk zijn er nog andere middelen of oplossingen waarop je een beroep kunt doen.

De gewenste pensioenleeftijd

Mogelijk weet je zelf al wanneer je het liefste (deels) zou willen stoppen met werken. Maar wellicht wil je eerst de gevolgen hiervan inzichtelijk krijgen en weten wat jouw persoonlijke (on)mogelijkheden zijn en of dat je hier mogelijk nog invloed op kunt uitoefenen. Hoe eerder de plannen worden gemaakt, hoe beter er nog kan worden bijgestuurd waar nodig. Het is dus zaak om vroegtijdig dit inzicht al te verkrijgen zodat jouw dromen eerder verwezenlijkt kunnen worden.

Wil jij weten hoe jij er voor staat en of dat je mogelijk al eerder kunt stoppen met werken, neem dan eens contact op.