Wat doe je als je vader of moeder dement wordt? Welke beslissing neem je over euthanasie als een lijden uitzichtloos schijnt? En hoe handel je als je partner in coma raakt? Het is zo een greep uit niet alledaagse en toch weer wel alledaagse zaken waar we allemaal mee te maken kunnen krijgen. Wat wil je dan vooral NIET?

Je wilt niet de verkeerde beslissingen nemen. Je wilt geen ruzie in de familie. Je wilt geen onduidelijkheid omdat je niet weet wat je moet. Bij een overlijden is het soms al lastig om boven tafel te krijgen wat de overledene precies wilde, omdat er geen testament is of omdat er geen aanwijzingen zijn gegeven wat er met de boedel moet gebeuren, laat staan als iemand nog wel leeft maar zelf niet meer handelingsbekwaam is. Wat moet je dan als partner, als kind of als familielid? Daarvoor is het levenstestament.

Wat leg je vast in een levenstestament?
Het is best ingewikkeld. Want bij een levenstestament moet je aan veel zaken denken. In eerste plaats: is er sprake van tijdelijk niet kunnen handelen of is het permanent? Als iemand in coma raakt of gehouden wordt, kan dat betekenen dat iemand na zijn ziekbed weer kan functioneren.

Er moet dus in een levenstestament een clausule worden opgenomen die een verwant of een adviseur de kans biedt om ‘beheershandelingen’ uit te voeren. Denk in dit verband dat de rekeningen betaald worden, dat de huur of de hypotheek doorloopt, zodat er geen financiële problemen ontstaan. Ook het huishouden moet doorlopen, misschien moet er hulp in huis komen om de kinderen te verzorgen of de zieke zelf, het zijn allemaal handelingen die ervoor zorgen dat het huishouden zo goed en zo kwaad als dat gaat kan blijven draaien.

Uitzichtloos en ondraaglijk lijden!
Anders ligt het met de permanente zaken: dementie bijvoorbeeld. Hoe stel je dementie vast? En, wat doe je als dit een feit is? Dan moet er een ‘draaiboek’ zijn met volmachten en aanwijzingen. Die volmacht kan inhouden dat de huur van het huis mag worden opgezegd of het huis verkocht, wanneer sprake is van permanente opname in een verpleeginstelling. Die volmacht kan ook verder financieel beheer inhouden. Gaan we nog een stapje verder: het leven is verder uitzichtloos en het lijden wordt ondraaglijk, wat mag er dan? Mag er sprake zijn van het staken van de medische behandeling, een ‘behandelverbod’, of mag er sprake zijn van actieve levensbeëindiging, euthanasie?

Praat erover!
Het praten over deze levensvragen tussen partners (en hun verwanten) is het eerste pluspunt. Dit schept de eerste duidelijkheid. Het vastleggen ervan in een ‘levenstestament’ de verdere duidelijkheid. Bespreek de zaken samen, met kinderen en verwanten, raadpleeg je huisarts (wil deze wel of niet meewerken, hij of zij moet in ieder geval op de hoogte zijn van de wensen) en laat een en ander coördineren door een gecertificeerd financieel planner, die je begeleidt naar de notaris. Dan vloeien alle relevante zaken samen: juridisch, fiscaal, financieel en persoonlijk.

Je hypotheek is gebaseerd op je inkomen. Dit is een belangrijk gegeven, omdat er altijd situaties kunnen optreden die ervoor zorgen dat jij je maandelijkse lasten niet meer kunt dragen, tijdelijk of op lange termijn. Daarom zijn binnen de hypotheekakte altijd afspraken vastgelegd die bepalen wat er gebeurt als jij onverhoopt je financiële verplichtingen niet kunt nakomen. Dit kan komen door overlijden, arbeidsongeschiktheid of werkloosheid. In deze bijdrage gaan we in op overlijden.

Bij het afsluiten van een hypotheek brengt de geldverstrekker het onderwerp overlijden ter sprake. Niet leuk, maar wel belangrijk om te bespreken. Wat betekent het voor je geldzaken als je partner overlijdt, of jijzelf. Het is daarom van belang dat je nu al inschat hoe de achterblijvende partner zonder al te veel financiële zorgen verder kan leven. Mogelijk zijn er voldoende financiële middelen. Is dat niet het geval, dan kun je je verzekeren. Door het financiële risico tijdig af te dekken, voorkom je financiële problemen in een toch al moeilijke periode.

Wat betekent het voor je gezinsinkomen als jouw inkomen wegvalt of dat van je partner? Na overlijden kan het inkomen bestaan uit: inkomsten van de achterblijvende partner, nabestaandenpensioen, uitkeringen als gevolg van de Algemene Nabestaandenwet (ANW) en overige vrijvallende regelingen, denk hierbij aan kapitaalverzekeringen en lijfrentes.

Het is goed om voor jezelf op een rij te hebben hoe je er financieel voorstaat bij een overlijden. Vroeger wilden geldverstrekkers zekerheid hebben dat de hypotheek ook na een overlijden, kon worden doorbetaald. Zij stelden dan ook vaak een overlijdensrisicodekking voor woningeigenaren verplicht. Al sinds enige jaren wordt een overlijdensrisicoverzekering niet meer verplicht gesteld. Dit betekent echter niet dat een dergelijke verzekering overbodig is geworden. Zo’n verzekering beschermt niet alleen de geldverstrekker, maar biedt jou als huiseigenaar ook extra zekerheid. Het kan dus verstandig zijn een dergelijke verzekering af te sluiten. De kosten van een overlijdensrisicoverzekering zijn bovendien laag, afhankelijk van je leeftijd en je gezondheid.

Soort overlijdensrisicoverzekering
Er zijn verschillende soorten overlijdensrisicoverzekeringen. Let daarom bij de keuze op de verschillende mogelijkheden. Vaak wordt onderscheid gemaakt tussen een gelijkblijvende en dalende verzekering. Bij een gelijkblijvende overlijdensrisicoverzekering keert de verzekeraar een vast bedrag uit bij overlijden voor een bepaalde einddatum. Een degelijke verzekering kan bijvoorbeeld handig zijn in combinatie met een aflossingsvrije hypotheek. Bij een dalende overlijdensrisicoverzekering daalt het verzekerde bedrag gedurende de looptijd van de verzekering. Deze verzekering wordt vaak gesloten in combinatie met een lineaire hypotheek of een annuïteitenhypotheek. Een annuïtair dalende overlijdensrisicoverzekering wordt verder vaak gesloten in combinatie met een levenhypotheek, (bank)spaarhypotheek of beleggingshypotheek.

Bij de meeste overlijdensrisicoverzekeringen is het verder zo geregeld dat wanneer je voor de einddatum de verzekering beëindigt, je de betaalde premies kwijt bent. Bij sommige verzekeringen ontvang je een deel van de betaalde premies plus rente terug en bij weer enkele andere verzekeraars ontvang je een premievrije aanspraak. Dit houdt in dat de verzekering nog enige tijd blijft doorlopen. Dit komt omdat je gedurende de eerste helft van de looptijd bij een gelijkblijvende premie de eerste jaren te veel premie betaalt en gedurende de tweede helft te weinig premie. Wanneer je gedurende de eerste helft de verzekering opzegt, heb je eigenlijk te veel premie voldaan. Deze ontvang je dan als ware terug in geld of via een premievrije aanspraak.

Uitkering belast?
Om te voorkomen dat bij de uitkering van de overlijdensrisicoverzekering belasting betaald moet worden, kun je de premie splitsen. Dit wordt premiesplitsing of kruislingse premiebetaling genoemd. Hieronder volgt een voorbeeld:

Er is een overlijdensrisicoverzekering op twee levens: partner A en partner B.
Stel de totale premie is € 100. De premie voor het overlijdensrisico van partner A is € 60.
De premie voor het overlijdensrisico van partner B is € 40. Op de polis is vermeld dat A het risicogedeelte van B van € 40 betaalt en omgekeerd dat B het risicogedeelte van A van € 60 betaalt. Let op: in werkelijkheid hoeft de premie niet daadwerkelijk door A respectievelijk B te worden voldaan. Het gaat erom dat het is aangetekend op de polis. Wie de premies uiteindelijk overmaakt naar de verzekeraar is niet van belang.

Op deze manier voorkom je dat jij of je partner erfbelasting (successierecht) moet betalen over het eventueel uitgekeerde verzekerde bedrag. Er is namelijk geen sprake van een erfenis. Immers, de premies zijn niet door de overledene maar door de nabestaande betaald. Premiesplitsing kan alleen toegepast worden door samenwonenden, geregistreerde partners met partnerschapsvoorwaarden en personen die op huwelijkse voorwaarden zijn getrouwd.

Let op: als je premiesplitsing toepast, moet dit wel blijken uit de huwelijkse voorwaarden, partnerschapsvoorwaarden of het samenlevingscontract. Als je in (beperkte) gemeenschap van goederen bent getrouwd dan is premiesplitsing geen alternatief om het betalen van erfbelasting (successierecht) te voorkomen, omdat in dit geval juridisch sprake is van één gemeenschappelijk vermogen. De premies worden dan altijd uit het gezamenlijke vermogen betaald.

Wil je weten of jouw overlijdensrisicoverzekering optimaal is, of zoek je een passende verzekering? Neem dan contact op met een CFP-Professional, je bent dan zeker van vakbekwaam advies.

Je kunt er al vroeg mee beginnen om je kind vertrouwd te maken met geld. Uit onderzoek blijkt dat kinderen die al jong hebben leren omgaan met geld, het later in hun volwassen leven financieel beter doen. Nu is het wel belangrijk om de financiële opvoeding van je kind te laten aansluiten bij zijn leefwereld en leeftijd. Tijdens de Week van het Geld (28 maart tot en met 1 april) wordt op school en in de media veel aandacht besteed aan hoe kinderen met geld kunnen omgaan. Zo is er bijvoorbeeld het dagelijkse geldjournaal.

Hoe jong begin je?
Dit verschilt per kind, maar zo rond de leeftijd van 3 jaar kun je al voorzichtig over geld beginnen. Dan is het belangrijk om je kind al iets van de waarde van geld mee te geven. Je kind zal misschien allerlei spulletjes willen hebben in de speelgoedwinkel. Het besef van de waarde van geld begint dan al bij opmerkingen zoals, dat je iets niet zomaar kunt meenemen, maar dat je het moet kopen, dat je niet alles kan kopen, dat je soms niet genoeg geld hebt, dat soort eenvoudige dingen.

Het NIBUD (Nederlands Instituut voor Budget Onderzoek) heeft een handige ‘financiële opvoedwijzer’ online staan. Die begint bij de leeftijd van 6 jaar. Vanaf die leeftijd krijgen kinderen meestal hun eerste zakgeld. Dat begint zo rond de € 1 per week. En dan is het belangrijk je kind daarin te begeleiden. Je zou kunnen vertellen wat je kind er mee mag doen en wat niet. Belangrijk is dat je kind spelenderwijs de waarde van geld leert kennen, maar ook dat je geld niet meteen hoeft uit te geven, dat je kunt sparen. Een klein spaardoel van een aantal weken is dan handig en overzichtelijk. Je kind zal rond deze leeftijd ook rekenonderwijs volgen, dat helpt verder bij het besef van waarde.

Tussen 6 en 12 jaar
In deze leeftijd zien we bijna overal dat zakgeld per week wordt gegeven. Het gaat een beetje omhoog van € 1 naar € 3. Dat zijn geen grote stijgingen. Wat vooral wordt aangeraden door deskundigen is om je kind contant geld te geven, zodat het ‘gevoeld’ kan worden. Uitgeven is op die manier iets fysieks en controleerbaars. Het wordt anders als je kind naar de middelbare school gaat. Veel wordt op school betaald met een pinpas. Het is dan ook slim om een paar jaar ervóór te beginnen met een pinpas, bijvoorbeeld vanaf de leeftijd 10 jaar. Je kind leert dan omgaan met iets wat-ie niet kan zien. Het thema van de Week van het Geld is ‘van DOEKOE tot DIGI’, dus van contant geld naar digitaal geld. Die overgang maakt je kind dus aan het einde van de basisschool en begin van de middelbare school mee. Vertel je kind vooral van veilig pinnen, veilig met de pincode om te gaan en het risico van contactloos betalen.

De middelbare school
De mobiele telefoon is niet meer weg te denken. Maak hier goede afspraken over. Wordt het een abonnement of prepaid? Wie betaalt wat? Je kind zal niet de eerste zijn die zich laat verleiden tot de aanschaf van apps, om iets te kunnen kopen of om te gamen. En zal ook niet de eerste zijn, die zich laat verleiden door online advertenties. In alles geldt: fouten maken mag, maar houd de schade wel beperkt. Hier kun je veel ellende voorkomen door samen met je kind naar de verschillende mogelijkheden te kijken en afspraken hierover te maken. De middelbare schooltijd is ook de periode dat je kind veel beter de zaken kan overzien: het is tijd om van het wekelijkse zakgeld naar een maandbedrag te gaan. Je kunt overwegen om apart kleedgeld te geven. Sommige ouders doen dat. En vergeet niet, dat je kind vanaf 13 jaar al wat uren mag gaan werken. Bewaak de goede balans tussen leven, werken en leren.

En dan…zelfstandig
Als je kind 18 jaar, is het zelfstandig. Hij of zij is zelf verantwoordelijk voor zijn geldzaken. Maar je kunt natuurlijk altijd helpen. Het zakgeld zal wellicht stoppen. De studiefinanciering doet zijn intrede en wellicht al een betaalde baan. Help je kind op weg in dat nieuwe financiële leven, door samen op regelmatige basis even te kijken naar zijn of haar financieel plan. Want dat is slim, net zoals je dat voor je zelf ook doet.

De regering is om, studenten moeten straks weer een basisbeurs krijgen en hoeven daarmee minder te lenen dan nu het geval is. Wanneer gaat het in? Wat betekent het precies? En hoe zit het met de studenten die net tussen wal en schip zijn gevallen en het meeste hebben moeten lenen?

Als het aan de regering ligt, wordt het leenstelsel vanaf het studiejaar 2023-2024 afgeschaft. Vanaf dat studiejaar krijgen studenten een basisbeurs . Die ze niet terug hoeven te betalen, als ze op tijd afstuderen. De hoogte van die basisbeurs laat zich volgens het Centraal Planbureau berekenen op € 108 per maand voor thuiswonende studenten en € 300 per maand voor uitwonende.

Let op, dat is een berekening, het uiteindelijke bedrag staat nog niet vast. Voor elke student komt er een basisbeurs, maar er is meer. Afhankelijk van het inkomen van de ouders komt er misschien ook een aanvullend bedrag. Daar komt bij dat de huidige OV-studentenkaart en de huidige voorwaarden waarop een student kan lenen waarschijnlijk zo blijven als ze nu zijn.

Het is een beetje zuur voor de studenten die na het afschaffen van de basisbeurs in 2015, hebben moeten lenen voor hun studie en nu met behoorlijke studieschulden zitten. Dat betekent niet alleen dat ze geld moeten terugbetalen, het bemoeilijkt ook hun start op de woningmarkt.

Als je een studieschuld hebt, kun je minder gemakkelijk een hypotheek krijgen. Gesproken wordt over compensatie van die studenten, die tussen 2015 en komend studiejaar 2022-2023 studeren en onder het leenstelsel vallen. De overheid trekt daar € 1 miljard voor uit. Rekening houdend met studentenaantallen rond 1 miljoen, zou dat een compensatie van € 1.000 per persoon opleveren. Veel studieschulden lopen in de tienduizenden euro’s, dus dat zet weinig zoden aan de dijk. Of de regering méér wil uittrekken ter compensatie is maar de vraag. Ook al zouden de aantallen studenten de helft zijn, dan nog is de compensatie in veel gevallen een schijntje. En daar komt bij: studenten die nog gaan studeren, in het komende studiejaar 2022-2023, hebben ook nog te maken met dat leenstelsel.

Voor ouders is het goed in kaart te brengen wat de huidige studieschulden van hun kinderen zijn, wat de eigen bijdrage kan betekenen voor kinderen jonger dan 21 jaar en hoe zij hun kinderen het beste financieel kunnen ondersteunen ook na hun 21e.

Een financieel plan reikt daarbij verder dan alleen de eigen situatie van de ouders, maar helpt ook de kinderen op weg naar een eigen toekomst. Een gecertificeerd financieel planner kan hierbij helpen om inzicht te krijgen en richting te geven. Zoek er een bij jou in de buurt en maak een afspraak.

Geld knoeit met ons hoofd. We gaan er vaak minder rationeel mee om dan we zelf denken. Doordat mensen ook emoties kennen is het moeilijk om puur rationele keuzes te maken en is het risico groot dat foute geld- en beleggingsbeslissingen worden genomen met alle nadelige gevolgen van dien.

We zijn allemaal mensen en we maken allemaal fouten. We zijn allemaal emotioneel en stappen ook veelal in dezelfde valkuilen. Dit doen we trouwens zeker niet bewust. Er vinden duizenden processen per seconde plaats in onze hersenen. Onbewust zijn er verkeerde afspiegelingen van de werkelijkheid, mogelijke vooringenomenheden die betere geldbeslissingen in de weg staan, soms zelfs saboteren. Korte termijn versus in de toekomst denken, nu of voor later plannen.

Mogelijke vooringenomenheden

Herken je een van de volgende mogelijk vooringenomenheden in jouw eigen (financiële) leven?

Geldillusie:
veel mensen willen heel graag hun financiële doelen realiseren, maar overschatten vaak sterk de mate waarin dit ook feitelijk lukt. Het hebben van een spaarrekening voor de kinderen, betekent niet automatisch dat er in de toekomst voldoende geld is, zodat de kinderen ook voldoende geld hebben om te kunnen studeren. Dat komt om te beginnen door de geldillusie. Hierbij gaan veel mensen ervan uit dat het geld van vandaag hetzelfde waard is als het geld van vorig jaar of de jaren daarvoor. Maar dat is natuurlijk niet zo. Er is immers inflatie. Dit betekent dat er in de toekomst vaak meer geld nodig is om een doel ook werkelijk te realiseren.

Verliesaversie:
uit onderzoek blijkt dat verlies ongeveer twee keer zoveel meer pijn doet dan winst genot geeft. Een winst van 5% op de beleggingsportefeuille voelt als 5%, een verlies van 5% voelt als een verlies van 10%. Omdat de meeste mensen vooral luisteren naar hun gevoel, betekent dit ook dat zij bij voorkeur ervoor kiezen om hun geld te parkeren op een (renteloze) spaarrekening.

Spijtaversie:
dit speelt een rol als het gaat om beslissingen in winst- en verliessituaties. Het verschil met verliesaversie is subtiel en het mechanisme is misschien het beste te begrijpen aan de hand van een voorbeeld.

Aan proefpersonen werd de keuze voorgelegd welke situatie zij liever zouden willen meemaken. In situatie A sta je in een rij voor het theater en krijg je te horen dat jij, omdat je de duizendste bezoeker bent, een bedrag van € 100 ontvangt. In situatie B sta je in een rij voor het theater en krijgt de persoon in de rij vlak voor jou € 1.000 omdat deze de honderdduizendste bezoeker is. Jij krijgt als troostprijs € 150. Verreweg de meeste personen kiezen voor situatie A, hoewel ze bij B een groter bedrag krijgen. Maar in situatie B wordt het plezier over het ontvangen van € 150 overschaduwd door de spijt dat jij niet iets eerder van huis bent gegaan. Spijtaversie wordt, naast verliesaversie, gebruikt om te verklaren waarom verliezende aandelen te lang worden vastgehouden. Een mens is moeilijk in staat om een besluit te nemen waar hij misschien spijt van krijgt. Het vooruitzicht van de spijt als de koersen toch weer gaan stijgen weerhoudt hem van een tijdige verkoop.

Mentaal boekhouden:
een voorbeeld hiervan is dat mensen hun inkomen verdelen in budgetten. Het is aangetoond dat diegenen die meer te besteden hebben minder letten op hun uitgavenpatroon, dan zij die minder inkomen en vermogen hebben. Het fenomeen van mentaal boekhouden verklaart ook het verschijnsel dat dezelfde mensen zowel een lot in de loterij kopen, als een verzekering afsluiten. Zij zoeken dus enerzijds risico maar dekken zich anderzijds tegen risico in.

Zelfoverschatting:
de meeste mensen blijken de neiging te hebben om zichzelf te overschatten. Doorgaans vindt de meerderheid zich beter dan het gemiddelde. Zelfoverschatting leidt tot meer psychologische fouten. Mensen overschatten het overzicht op hun uitgaven, ze overschatten hoeveel ze nog kunnen uitgeven. Ze overschatten het gemak waarmee ze een lening later kunnen terugbetalen. Ze overschatten de juistheid van hun voorspellingen en het vermogen om in de toekomst te kijken. Een voorbeeld hiervan is dat sommigen klanten denken geen advies of ondersteuning nodig te hebben, zij denken het zelf beter te kunnen dan de rest.

Waarom kijken velen van ons eigenlijk naar zichzelf door een roze bril?
Het antwoord is eenvoudig: omdat het functioneel is en het de betreffende persoon een gelukkiger mens maakt. Zelfoverschatting is een positieve illusie die helpt om het ego te beschermen.

Een CFP-professional beschermt jou zo goed als mogelijk tegen zelfoverschatting en andere financiële vooroordelen. Dit is mogelijk doordat deze adviseur jou directe feedback geeft. Hoe meer directe feedback een adviseur aan jou geeft, hoe beter jij jouw eigen kwaliteiten kan inschatten. Ken jezelf, zeiden de oude Grieken al. Dit alles leidt uiteindelijk tot een beter persoonlijk financieel advies.

Wil jij ook jouw financiële keuzes verbeteren en de psychologie van geld in jouw voordeel laten werken, in plaats van in je nadeel? Neem dan contact op met een CFP-professional.

De berichten over stijgende inflatie vliegen ons om de oren. Is het 5%? Is het 7%? Is het 20%? En wat is eigenlijk inflatie? En heb je er last van, of niet? Inflatie is, simpel gezegd, dat je geld minder waard wordt. Als de inflatie 1% per jaar bedraagt, moet je over een jaar € 1,01 betalen voor wat nu € 1,00 kost. Je kunt dus voor die ene euro niet meer alles kopen wat je gewend was: je hebt bij 1% inflatie per euro nog maar € 0,99 te besteden. Dat is op zich niet zo gek.

Wanneer spreken we van inflatie?
We kennen al heel lang een beetje inflatie. In de hele twintigste eeuw was de inflatie gemiddeld 3,2% per jaar. Dat was geen vlakke lijn. Er waren uitschieters, zowel naar boven als naar beneden. Ruim honderd jaar geleden was de topper: de inflatie bedroeg in 1918 maar liefst 19,2%. Je had toen enorme voedsel- en woningtekorten. Drie jaar later, in 1921, daalden de prijzen enorm, met 13,4%. Toen had je dus een zware negatieve inflatie. Vaak zie je uitschieters naar boven of beneden bij extreme omstandigheden: de twee wereldoorlogen, maar ook de oliecrisis in de vorige eeuw waren belangrijke aanjagers voor de inflatie.

En, hoe zit dat nu dan? Hebben we nu met extremen te maken? Het korte antwoord is: ja. We hebben met een crisis te maken waarvoor zoveel geld is gecreëerd waar geen echte bedrijvigheid tegenover staat, dat het geld wel minder waard moet worden. Al met al is er zo’n € 65 miljard uitgegeven door de Nederlandse overheid over de periode 2020-2022 aan enige vorm van coronasteun. En dat is geld dat er daarvoor niet was. Het is ‘uit het niets’ geschapen. Er staat geen enkele dekking tegenover in de vorm van goud of bedrijvigheid of nog iets anders van waarde. En dan trekken we de parallel met honderd jaar geleden. Is er nu voedselschaarste in Nederland? Nee. Is er sprake van een woningtekort? Ja. Zien we gekke ontwikkelingen bij huizen? Eh ja, er wordt nu vaak bij koopwoningen ruim boven de vraagprijs geboden….dat wijst op enorme schaarste. Maar het wijst ook op de aanwezigheid van geld, ofwel contant of in de vorm van een hypotheek. Is er nog iets anders schaars? Jazeker, er is een tekort aan personeel. En we weten het, als er ergens een tekort is, dan gaan de prijzen omhoog. Looneisen zijn dan ook fors. En wie meer verdient kan weer meer betalen, dus kan bijvoorbeeld meer bieden dan de vraagprijs voor een volgende woning.

Hoe kun je als consument goed omgaan met de inflatie?
Allereerst is het belangrijk te weten dat ‘de inflatie’ eigenlijk niet bestaat. Wel prijsstijgingen. Maar je eigen persoonlijke last van de inflatie heb je bij je bestedingen. Dat energie nu fors duurder is, raakt je in je portemonnee. Dat huizenprijzen stijgen, kan vervelend voor je uitpakken als je een huis wilt kopen. Maar is weer voordelig als je een huis verkoopt. Als je nu meer gaat verdienen, maar de prijzen van je boodschappen stijgen net zo hard, dan schiet je er niet zoveel mee op. Dus, belangrijk, maak eens een lijstje van tien dingen die je koopt, schrijf de prijs op en doe dat over drie maanden nog eens. Doe daar bijvoorbeeld je wekelijkse boodschappen als één bedrag tussen, je tankbeurt van de auto, de kapper, uitgaven die voor jou als consument belangrijk zijn. Herhaal dat een paar keer, zodat je vier kwartalen hebt met het effect op jouw uitgaven. Zet daarbij je netto salaris van januari 2022 tegenover dat van januari 2023, dus volgend jaar. Dan weet je of je er netto op voor- of achteruit bent gegaan.

Wat heb je aan al deze kennis?
Het geeft je inzicht in of je overhoudt of tekort komt, maar geeft bovendien een aardige start van een financieel plan. Een gecertificeerd financieel planner kan vervolgens met je aan het werk om grip te krijgen op je toekomst. En uitrekenen wat slim is om te doen om de inflatie, jouw persoonlijke inflatie, vóór te blijven.

De inflatie was in 2021 gemiddeld 2,7% en dat was het hoogste sinds 2003. Alles wordt hierdoor duurder. Inmiddels is de inflatie zelfs nog veel hoger geworden en dat zal de komende tijd waarschijnlijk nog wel zo blijven. Hierdoor gaan prijzen omhoog en betaal je voor dezelfde producten veel meer geld. Dit zie je vooral terug bij de boodschappen, het tanken, kleding en met name ook bij de energieprijzen.

Hoe komt het dat de inflatie zo hoog is?

Energie is veel duurder geworden en hierdoor wordt het maken van producten aanmerkelijk duurder maar ook de prijzen van verpakkingen en het vervoer is flink omhoog gegaan. We zijn erg afhankelijk van olie en gas, dat is wel gebleken de laatste tijd. En de hogere kosten zie je dus vooral terug in de maandelijkse uitgaven. Bij bedrijven lopen de kosten op en die verhogen daarom hun prijzen en dat is merkbaar aan de kassa en dus in de portemonnee.

De lonen en uitkeringen stijgen doorgaans ook wel maar kunnen de hoge inflatie niet bijhouden en hierdoor daalt de koopkracht. Het is de verwachting dat de lonen gemiddeld stijgen met 2,9% maar de voorspelde inflatie in 2022 is 3,8% en daarmee dus fors hoger, waardoor ook dit jaar de koopkracht waarschijnlijk zal dalen.

Wat zijn de gevolgen?

Inflatie treft iedereen maar de één harder dan de ander. Door te kijken naar jouw persoonlijke situatie, zie je wat de impact is hierop. Mogelijk dat je ergens op kan of moet bezuinigen om maandelijks te kunnen blijven rondkomen. Wellicht zijn er andere mogelijkheden om de schade te beperken. Het verkrijgen van inzicht in jouw situatie is hierbij van groot belang. Wil jij ook goed financieel voorbereid zijn op de toekomst? Neem dan eens contact op met een gecertificeerd financieel planner.

Alhoewel de plannen van het vierde kabinet Rutte nog definitief goedgekeurd moeten worden door de Eerste en Tweede Kamer, geven we jou als ondernemer wel alvast een overzicht van de belangrijkste financiële en fiscale wijzigingen.

Arbeidsongeschiktheidsverzekering

De meeste zelfstandig ondernemers hebben zich niet verzekerd tegen de gevolgen van arbeidsongeschiktheid. Om deze inkomensrisico’s te voorkomen komt er een verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering voor alle zelfstandigen. Goed te weten is dat de premie voor deze verzekering fiscaal aftrekbaar is.

Zelfstandigenaftrek

De zelfstandigenaftrek is een belastingkorting voor alle ondernemers met een eenmanszaak, vennootschap onder firma (vof) of commanditaire vennootschap (cv). Voorwaarde is dat je minimaal 1.225 uur per jaar werkzaam bent in je onderneming. Voldoe je aan dit urencriterium en heb je de AOW-leeftijd nog niet bereikt, dan is de zelfstandigenaftrek in 2022 een bedrag van € 6.310. Het maximale tarief voor aftrek is 40%.

Voor het bereiken van een beter evenwicht in de fiscale behandeling van zzp’ers en werknemers wordt vanaf volgend jaar het belastingvoordeel van de zelfstandigenaftrek verder beperkt. De zelfstandigenaftrek wordt vanaf 2023 in stappen van € 650 teruggebracht tot € 1.200 in 2030 (laatste twee jaar in stappen van € 605). De afbouw van deze aftrek vindt zodoende versneld plaats. Als zelfstandig ondernemer krijg je ter compensatie een verhoging van de arbeidskorting.

Investeringsaftrek EIA en MIA

Goed nieuws als je als ondernemer gebruik wilt gaan maken van de energie- en/of de milieu-investeringsaftrek. Het budget voor de energie-investeringsaftrek wordt per 2023 met € 50 miljoen verhoogd en die van de milieu-investeringsaftrek per 2025 met € 30 miljoen.

Bpm-bestelauto’s

Slecht nieuws als je gebruik maakt van de vrijstelling bpm-bestelauto’s voor ondernemers. Deze vrijstelling wordt per 2024 in drie stappen afgebouwd naar € 0 in 2026.

Lenen van de bv

Ben je directeur-grootaandeelhouder, dan kun je lenen van je eigen bv. Goed om alvast te weten is dat per 2023 voor dit lenen een maximumbedrag gaat gelden. Dit op basis van de zogeheten wet excessief lenen. Dit wetsvoorstel lag al klaar, alleen de hoogte van de leengrens wordt verhoogd van € 500.000 naar € 700.000. Heb je een lening van meer dan € 700.000 bij de eigen bv, dan betaal je over het meerdere 26,9% aan box 2-belasting. Het eerste peilmoment is 31 december 2023.

Uitgezonderd van deze wet zijn eigenwoningleningen bij de eigen bv. Wel geldt dat voor leningen aangegaan voor aankoop, onderhoud of verbetering van de eigen woning aangegaan per 01-01-2023 een hypotheekakte moet worden opgesteld bij de notaris. Het is dan niet meer mogelijk om een onderhandse leningsovereenkomst op te stellen.

Innovatie

Ondernemers met een startup of scaleup die zich bezighouden met transities krijgen ondersteuning. Het gaat dan om bedrijven die actief zijn op het gebied van klimaat en energie, digitalisering, sleuteltechnologieën, zoals kunstmatige intelligentie en quantumcomputing, en de circulaire economie. Sociaal ondernemers kunnen gebruik maken van de nieuwe maatschappelijke bv-vorm.

Publiek-private samenwerking op het terrein van kennis en innovatie blijft een belangrijk onderdeel van het bedrijfslevenbeleid. Het Topsectorenbeleid blijft en er komt een nieuw fonds voor onderzoek en wetenschap om te investeren in kennis en innovatie.

Bedrijfsopvolging

Bedrijfsopvolging binnen een familiebedrijf moet eenvoudiger en eerlijker worden. Daarbij moet misbruik van regelingen worden tegengegaan. Dit zal nog nader door het kabinet worden uitgewerkt. De vererving van een onderneming met een waarde tot € 1.134.403 (2021: € 1.119.845) is momenteel geheel vrijgesteld van erfbelasting. Voor ondernemingen met een hogere waarde geldt nu voor het meerdere een vrijstelling van 83%. Ofwel over het meerdere is 17% belasting verschuldigd.

Een CFP-professional kan jou als ondernemer helpen om zowel financieel als fiscaal het meeste uit het nieuwe coalitieakkoord te halen.

De jaren die nu achter ons liggen, zullen we niet snel vergeten. Het virus heeft ons leven ingrijpend gewijzigd waardoor zekerheden zijn verdwenen. Veel leed kwam onverwacht op ons pad. Met de komst van het vaccin durven we weer voorzichtig vooruit te kijken. We gaan weer denken aan morgen en wat we kunnen leren van de afgelopen periode.

Onze woningen zijn belangrijker dan we dachten

Het begrip “thuis” heeft voor veel mensen een andere betekenis gekregen. Het was de plek waar we ons enigszins veilig waanden voor het virus. Waar we veel meer uren doorbrachten dan voorheen. Misschien zijn we daardoor met andere ogen naar “ons thuis” gaan kijken, waardoor onze woonwensen zijn veranderd? Ongetwijfeld komen er dan bij u allerlei opties voorbij. Verhuizen? Verbouwen? Elke keuze heeft naast de voor- en tegens ook financiële gevolgen. Wij kunnen u helpen die gevolgen goed in beeld te brengen, zodat u een keuze maakt die goed aansluit bij uw wensen en mogelijkheden.

We beseffen nog beter dat we maar één planeet hebben

De afgelopen periode is het besef dat we zuiniger moeten omgaan met onze leefomgeving sterk toegenomen. Omdat we meer thuiswerken, maakten de meesten van ons afgelopen jaar minder autokilometers. En dat leverde al gelijk minder CO2-uitstoot op. Goed voor het milieu! Ons gedrag is veranderd. En als deze COVID-19 periode achter ons ligt, zullen we ongetwijfeld meer (blijven) thuiswerken dan voor de pandemie. Maar we zien ook steeds meer aandacht voor de wijze waarop bijvoorbeeld het pensioenvermogen of de spaarpremies worden belegd. Willen we wel beleggen in bedrijven die wapens maken? Of beleggen in bedrijven die verantwoordelijk zijn voor ontbossing? Of beleggen in bedrijven waar kinderarbeid nog realiteit is. We zien dat onze klanten kritischer worden. Daar zijn we blij om, want ook hierbij kunnen wij helpen om voor financiële instellingen te kiezen die een maatschappelijk verantwoord beleggingsbeleid voeren.

De buffers zijn soms (te) beperkt

Niet iedereen heeft rekening gehouden met zulke ingrijpende gevolgen zoals we die nu meemaken. Bij velen zijn inkomsten volledig stilgevallen of stukken minder dan ze gewend waren. We dachten dat we een appeltje voor de dorst hadden, maar dat bleek in deze bijzondere tijd een te klein appeltje te zijn. Uiteraard hopen we lockdowns niet vaak meer mee te maken. Maar we weten dat zoiets opnieuw kan gebeuren en dat het dan prettig is om te beschikken over iets meer financiële reserve. Natuurlijk is dat makkelijker gezegd dan gedaan. We kunnen u hierbij helpen en u van nuttige tips voorzien die ervoor kunnen zorgen dat u iets meer financiële armslag krijgt.

Hoe kwetsbaar zijn we?

De afgelopen periode heeft ons hard met de neus op de feiten gedrukt: als mens zijn we kwetsbaar. Kwetsbaarder dan we willen. We hebben moeten meemaken dat kerngezonde mensen in een paar dagen tijd (ernstig) ziek werden en soms, nog erger, overleden. Dat heeft niet alleen heel veel leed gebracht, maar ook geleid tot financiële problemen voor de nabestaanden of de onderneming waaraan de overledene verbonden was. Ons vak is om de hele dag om te gaan met die onzekerheden. Telkens weer gaan wij samen met onze relaties na: als die calamiteit plaatsvindt, kun je die dan opvangen?

Blijf niet rondlopen met vragen

In tijden van onzekerheid hebben mensen veel vragen. Vragen als:

– Kan ik nu nog wel een woning kopen of een noodzakelijke verbouwing betalen?

– Wat zijn de gevolgen van het verliezen van mijn baan?

– Stel dat ik tijdelijk de hypotheek niet kan betalen, wat dan?

– Wat als één van ons ziek wordt of komt te overlijden?

Heel veel vragen. Ons advies: blijf hiermee niet rondlopen! Wij zijn er ook in deze tijden voor u. Neem gerust contact met ons op. Samen vinden wij de antwoorden op uw vragen.

Wat gaat 2022 ons brengen? Waar gaan we met zijn allen in economisch en financieel opzicht wat van merken? En hoe kunnen we daarin de beste route kiezen?

Alles hangt natuurlijk nauw samen met je persoonlijke financiële situatie, maar iets wat ons allemaal raakt is de inflatie. Voor iedere euro kun je steeds minder besteden. Zagen we met Kerst al dat we voor veel producten meer moesten betalen dan Kerst een jaar geleden, die trend lijkt breed te zijn ingezet. Eind vorig jaar hoorden we percentages van wel meer dan 5%. De Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) verwacht dat de inflatie begin dit jaar zal pieken en dan zal afnemen tot rond de 3% begin volgend jaar. Daarmee zitten we op een gemiddelde dat we heel lang niet hebben gekend. Wat betekent zoiets nou? Dat betekent bijvoorbeeld dat als dit de komende twintig jaar zo zou zijn, je € 1,80 nodig hebt voor je uitgaven waar dit nu nog € 1,00 is. Alles is dan bijna twee keer zo duur. Bedenk maar eens wat dat voor gevolg heeft voor je pensioenopbouw. Als je verwacht dat je € 25.000 aan pensioen opbouwt, heb je in zo’n geval bijna € 50.000 nodig. In het nieuwe pensioenstelsel kunnen we zelf ook wat meer de regie voeren en werken aan het bijhouden van de inflatie. Een uitgelezen taak voor een gecertificeerd financieel planner.

Woningmarkt

In het regeerakkoord van Rutte IV vinden we ook twee voornemens die ons de oren moeten doen spitsen: er moeten jaarlijks minimaal 100.000 nieuwe woningen komen, waarvan twee derde onder de kostengrens van de Nationale Hypotheek Garantie. Die moeten dus goedkoper worden dan € 355.000. Wat betekent dit voor starters? Kunnen ze dan ineens wel een huis kopen? Of, wat betekent dit voor de huizenprijzen? Gaan die minder snel stijgen dan het afgelopen jaar? Wordt de schaarste echt doorbroken of is het slechts symptoombestrijding? Als je starter bent op de  woningmarkt zal je creatief moeten zijn en als je al een eigen woning hebt ook trouwens. Misschien is het wel het moment om wat geld te gaan verzilveren voor je (toekomstige) levensonderhoud. Ook daar kan bijvoorbeeld de mogelijkheid van 10% afkoop van je pensioen een rol spelen. Creatief oplossingen bedenken om ergens te gaan wonen of te blijven wonen. Ook een taak voor een gecertificeerd financieel planner.

Arbeidsmarkt

En dan de arbeidsmarkt. We hebben erg veel zzp’ers. Voor zelfstandigen moet er een verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering komen. Dat maakt enerzijds de bescherming van zzp’ers tegen het wegvallen van inkomen bij ziekte tot een realiteit, anderzijds betekent dit ook wat voor het kostenplaatje. De gemiddelde zzp’er verdient nu eenmaal niet zo veel, dus: wordt de last niet te zwaar? Hoe kun je straks je bedrijfsvoering en je privésituatie weer in balans brengen, zodat je ook nog wat winst overhoudt voor wanneer je niet ziek bent.

Op koers blijven en je doelen bereiken…

We zien het, 2022 heeft erg veel in petto voor ons. Hoe zeilen we op een behendige manier langs alle obstakels en zorgen we voor genoeg wind in de zeilen, om op koers te blijven en ons doel te bereiken? Dan is een financiële loods een welkome gast aan boord. Een gecertificeerd financieel planner dus.