Veel mensen hebben in het verleden een koopsom gestort voor een lijfrente of maandelijks geld ingelegd voor een lijfrentepolis. En dan, jaren later, staat daar als het goed is een pot met geld en wat dan? Kun je die pot in één keer laten uitkeren? Hoeveel belasting moet erover worden betaald? Wat kun je er precies mee?

In één keer uitkeren?

Dat zou in sommige gevallen heel aardig zijn, maar dat is niet altijd handig. Lijfrentepolissen zijn er voor bedoeld om een aanvullend inkomen te geven bovenop AOW en pensioen. De wetgever heeft daarom een aantal spelregels gesteld die het opnemen in één keer ontmoedigen. Wil je toch in één keer opnemen, dan loop je tegen een boete van 20% aan, bovenop de belasting die je betaalt. Niet handig dus. Heb je echter een heel oude lijfrenteverzekering (van vóór 1 januari 1992), en je hebt in de tussentijd niets aan de verzekering veranderd, dan zou opname ineens wel mogelijk zijn en ben je zelfs vrij aan wie je de uitkering laat toekomen. Dat hoef je in dat geval dus niet zelf te zijn. Dan kan het ook naar kinderen gaan bijvoorbeeld. De verzorgingsgedachte staat voorop, maar hoeveel belasting er wordt geheven over de uitkering speelt dan ook een rol. Laat je hierover goed informeren, want zo’n oude polis kan heel voordelig zijn. In veruit de meeste gevallen betekent het echter: uitkeren over een groot aantal jaren.

Belasting

Over een lijfrente-uitkering ben je in principe altijd inkomstenbelasting verschuldigd. Er zijn uitzonderingen, maar die zijn heel specifiek. Mocht je ooit het woord ‘saldolijfrente’ zijn tegengekomen, stap dan meteen naar de financieel planner in de buurt. In de meeste gevallen is er dus sprake van belastingheffing over de uitkering. En die belasting valt in box 1. De essentie daarvan is dat ander inkomen, zoals uit AOW en pensioen van de werkgever, na pensionering allemaal bij elkaar worden opgeteld, plus de uitkering van de lijfrente, en dat je dan weet hoeveel je aan belasting kwijt bent. Nu heb je ooit een koopsom gestort of maandelijks premie betaald en deze inleg afgetrokken van de belasting. Het is dan ook meer dan logisch dat de fiscus nu belasting gaat heffen over de uitkering. Heb je afgetrokken tegen het hoogste tarief (60% of 52%) en krijg je nu de uitkering tegen een lager tarief, dan heb je fiscale winst gemaakt. Laat je financieel planner uitrekenen hoe je fiscaal hiermee het beste omspringt.

En dan de hoogte van de uitkering

Nadat je weet wat je allemaal met je uitkerende polis kunt doen en hoe je fiscaal het slimste de uitkeringen verdeelt, is het tijd voor de beleggingskeuze. Wil je een vaste uitkering over de hele looptijd of wil je liever kans op een hogere uitkeringen en accepteer je tussentijds waardeschommelingen? In een tijd van lage rente en een inflatie die oploopt, is het verstandig om beide modellen naast elkaar te zetten en een doordachte afweging te maken. Een gecertificeerd financial planner kan je daarbij helpen.

Voor flink wat pensionado’s van nú is het een hard gelag. Steeds maar weer die berichten in de media dat de pensioenen niet worden geïndexeerd wat (in eenvoudige mensentaal) betekent dat de maandelijkse pensioenuitkeringen niet worden verhoogd. De pensioenfondsen hebben het er maar druk mee. Ze hebben zich immers aan de opgelegde dekkingsgraden te houden. Niet geheel onterecht overigens. Maar ja, daar hebben de pensionado’s van nu niets aan. Wij hopen voor hen op betere tijden.

Echter, voor de pensionado’s van de toekomst moeten de voorbijkomende nieuwsberichten over deze problematiek eigenlijk tot actie aanzetten. Want, als we uitgaan van de realistische verwachting dat ook in de nabije én verre toekomst de pensioenfondsen niet zullen indexeren, dan is het nu aan u, beste toekomstige pensionado, om in beweging te komen.

Mijn Pensioenoverzicht
Als eerste is het van belang dat u onderzoekt hoe u nu pensioen opbouwt. En, hoeveel. Over welke bedragen hebben we het? Grote kans dat u (via uw werkgever) aangesloten bent bij een pensioenfonds en dat dáár dus iets gebeurt. Wellicht hebt u ooit eerder lijfrentes afgesloten bij eerdere werkgevers? Het kan allemaal. Er zijn veel mogelijkheden. U kunt het allemaal controleren op Mijn Pensioenoverzicht. U logt daar in met uw DigiD en u ziet uw eigen persoonlijke individuele pensioenverwachting. Het is dan aan u om te bepalen of u inderdaad actie wilt ondernemen. Wij verwachten echter dat velen van u concluderen dat u eigenlijk op een hogere pensioenuitkering had gehoopt. Niet getreurd, want dat is wel mogelijk.

Eigen regie
De bottomline is dat u volledige eigen regie neemt. U laat de pensioenfondsen even voor wat ze zijn. Hoe dan? Start bijvoorbeeld met beleggen. Ja, zo eenvoudig kan het zijn. U kunt in Nederland een speciale pensioenrekening openen waarmee u euro’s opzij zet voor dat benodigde toekomstige appeltje voor de dorst. Hoe eerder u daarmee begint, des te beter, want ‘beleggen’ is wel iets wat u doet voor de lange termijn. Uit allerlei onafhankelijke onderzoeken is bovendien gebleken dat beleggen dán altijd meer oplevert dan ‘gewoon sparen’. Al diezelfde deskundigen verwachten bovendien dat dit zo zal blijven. Met andere woorden: als u gaat beleggen dan kunt u er zélf voor zorgen dat u náást alles wat u al aan het opbouwen bent, nog iets extra’s aan uw vermogen toevoegt. Het eindresultaat? Uw maandelijkse pensioenuitkering is hoger.

Fiscaal voordeel
Maar er is nog iets: u kunt uw inleg van uw aangifte inkomstenbelasting aftrekken als u een beleggingsrekening louter voor uw pensioenopbouw opent. Feitelijk betaalt u dan over het jaar, waarin u die storting(en) doet, minder belasting! U hebt dus nog tot en met 31 december 2021 de tijd om uw eigen fiscale voordeel voor dit jaar te creëren. Maar nog belangrijker: u bent dan gestart met het opbouwen van wat extra’s voor uw oude dag. Als u ooit uw eerste maandelijkse pensioenuitkering ontvangt, dan garanderen wij u dat u met plezier terugdenkt aan de dag waarop u dit artikel  las én daardoor de juiste keuze maakte! U zult het bovendien met ons eens zijn, dat die extra pensioenopbouw ook écht geen overbodige luxe is. Zeker niet als pensioenfondsen niet meer indexeren! Het dagelijkse nieuws van nu bewijst dat.

Positief naschrift voor de pensionado’s van nu:
PS: Óók u kunt nog steeds euro’s opzij zetten voor latere jaren. Helaas mag dit niet op een pensioenrekening. Maar dit kan wél op een gewone beleggingsrekening.

Wilt u hier meer over weten en bekijken wat voor u verstandig is om te doen? Neem dan eens contact op met een gecertificeerd financieel planner. Wij helpen u hier graag mee verder.

Is jouw pensioen straks voldoende om je ideale leven te leiden? De meeste mensen willen namelijk liever niet teveel bezuinigen op hun levensstijl tijdens hun welverdiende oude dag.

De eerste stap is om te achterhalen hoeveel geld je per jaar uitgeeft. Dit is vaak een lastigere klus dan het lijkt. Waarschijnlijk zijn er genoeg mensen die geen idee hebben hoeveel ze uitgeven of hier vaak een beeld bij hebben dat niet strookt met de werkelijkheid. Om deze reden is het verstandig om de door jou berekende uitkomst met 25% te verhogen met als omschrijving ‘onvoorziene uitgaven’.

Jouw pensioeninkomen
De volgende stap is om op www.mijnpensioenoverzicht.nl te kijken hoeveel pensioen je hebt opgebouwd bij je huidige en eventueel vorige werkgevers. Ook zie je hier hoeveel pensioen je kunt verwachten vanaf jouw pensioendatum. Jouw AOW maakt onderdeel uit van het totale pensioen. Dat staat ook vermeld op het pensioenoverzicht.

Stel, je bent 40 jaar oud en alleenstaand. Jouw rekenwerk heeft opgeleverd dat je, inclusief onverwachte uitgaven, € 5.000 netto per maand nodig hebt om in jouw levensstijl te voorzien, zowel nu als in de toekomst. Oftewel € 60.000 netto per jaar.
Op het overzicht staat dat jouw totale verwachte pensioen € 43.580 bruto per jaar bedraagt (€ 27.109 werkgeverspensioen en € 16.471 aan AOW) en dus netto ongeveer € 30.000 netto. Dit betekent dat er vanaf jouw pensioendatum zo’n € 30.000 netto per jaar uit andere bronnen onttrokken moet worden om te voorzien in de door jou gewenste € 60.000 per jaar.

Inflatie en indexering
Het berekende jaarlijkse tekort kan nog hoger uitvallen als jouw pensioen niet wordt geïndexeerd. Van de AOW weten we dat deze jaarlijks wordt aangepast aan de inflatie. Helaas geldt dit niet voor veel pensioenfondsen. Pensioenfondsen zijn vaak niet sterk genoeg om de uitkeringen voor gepensioneerden en de opbouw van pensioenen door werknemers waardevast te houden. Veel fondsen kunnen pensioenen niet laten meestijgen met de inflatie of de lonen, waardoor de koopkracht van jouw pensioen mogelijk afneemt.

Stel dat jouw pensioenfonds niet kan indexeren. In dat geval zal jouw uitkering qua waarde niet meer een koopkracht bezitten van € 27.109 bruto per jaar, maar van bijvoorbeeld slechts € 17.200 uitgaande van een gemiddelde prijsinflatie van ongeveer 1,6% per jaar. Kortom, je pensioen bedraagt weliswaar € 43.580 bruto per jaar, maar reëel gezien heeft het slechts een koopkracht van € 33.671. Al met al een verschil van bruto € 9.909 per jaar, netto zo’n € 5.700.

Wanneer je vasthoudt aan het uitgavenpatroon van € 60.000 netto per jaar – en de koopkracht van nu – dan heb je, uitgaande van indexatie van alle pensioenen, op jouw pensioendatum een tekort van € 30.000 netto per jaar. Als de indexatie achterwege blijft, dan kan dit zelfs oplopen tot boven de € 35.000 netto per jaar.

Haalbaarheid inkomensdoel
Of het gewenste inkomensdoel haalbaar is, hangt af van een aantal zaken. Als eerste of je momenteel over vermogen op bijvoorbeeld spaarrekeningen of beleggingsrekeningen beschikt. Laten we even uitgaan van een aanvulling van € 30.000 per jaar, een gemiddelde inflatie van 1,5 tot 2% per jaar en een levensverwachting van 85 jaar.

Wil je voldoende vermogen opbouwen om in het gewenste toekomstige inkomensdoel te voorzien, zou je nu een aanvangsvermogen moeten hebben tussen de € 475.000 (op basis van een offensief beleggingsprofiel) en € 675.000 (op basis van een defensief beleggingsprofiel). Óf een bedrag beleggen van minimaal € 16.000 (op basis van een offensief beleggingsprofiel) of € 20.000  per jaar (op basis van een offensief beleggingsprofiel).

Al met al geldt: hoe hoger het verwachte rendement, hoe hoger het risico. Tegelijkertijd is bij een hoger verwacht rendement een lager doelkapitaal nodig om jouw inkomensdoelstelling ‘levenslang’ te verwezenlijken.

Wil je weten of jouw pensioen voldoende is om straks je levensstijl voort te zetten? Neem dan contact op met een gecertificeerd financieel planner.

Voor het opgebouwde lijfrentekapitaal moet in de toekomst een levenslange en/of tijdelijke lijfrente-uitkering worden aangekocht. Tot enkele jaren terug werd vaak gekozen om de uitkeringen vast en gelijkmatig aan te kopen tegen een gegarandeerde vaste rente. Deze optie werd tot enkele jaren terug vaak gekozen, echter door de huidige lage reële rente lijkt de optie van ‘doorbeleggen’ logischer dan ooit. 

De beroemde Deense filosoof Kierkegaard bracht het ultieme probleem van de mens al in de 19e eeuw treffend onder woorden: ‘er moet voorwaarts worden geleefd, maar het leven kan pas achteraf worden begrepen’. Hetzelfde geldt voor iemand die nu een afweging moet maken of er met lijfrentekapitaal moet worden doorbelegd of toch kiezen voor een lage (variabele) rente in de opbouwfase en een gegarandeerde (vaste) rente in de uitkeringsfase. Achteraf zult u pas weten of er een goede keuze is gemaakt of niet. Dit probleem is niet nieuw, maar al eeuwenoud. Immers in de geschiedenis van rente en beleggen is er een constante: de angst van mensen voor het verliezen van geld en de zekerheid dat beleggingsrendementen zullen afwijken van de verwachting, zowel in positieve als in negatieve zin. Goed om te weten is, dat het onmogelijk is om een bovengemiddeld rendement te behalen als hier niet af en toe negatieve rendementen tegenover staan. Belangrijker is het echter om te kijken naar uw doelstellingen. De kans is groot dat u nu en ook na uw pensioen liever niet wilt besparen op uw levensstijl.

Doel van een lijfrente:

Een lijfrente heeft tot doel, om te dienen als (aanvullende) pensioenvoorziening. Hiervoor kan via een lijfrente een kapitaal worden opgebouwd, via een éénmalige koopsom of periodieke inleg. Deze inleg kan worden gespaard of belegd en moet uiteindelijk leiden tot een lijfrentekapitaal dat in de toekomst wordt ingezet in een periodieke uitkering. De lijfrente-uitkeringen dienen uiterlijk 5 jaar na AOW-leeftijd in te gaan en uiterlijk moeten deze eindigen bij overlijden maar dat mag indien gewenst ook eerder.

Lijfrentes: oud of nieuw fiscaal regime

In de praktijk bestaan er premiebetalende lijfrentes die zijn afgesloten vóór 15 oktober 1990 en koopsompolissen die zijn afgesloten vóór 1 januari 1992. Deze vallen, onder voorwaarden, onder de spelregels van het oude fiscale regime. Dit worden ook wel pré-brede herwaarderingslijfrentes genoemd. Deze polissen zijn flexibeler dan de lijfrenteovereenkomsten die vallen onder het nieuwe regime. Zo mogen deze polissen of de uitkeringen geschonken worden aan bijvoorbeeld kinderen en er hoeft niet te worden voldaan aan de strengere fiscale regels van de nieuwregime-lijfrentes. Verder mogen oude polissen worden afgekocht zonder dat maximaal 20% extra revisierente in rekening wordt gebracht (dit is wel van toepassing op ‘nieuwe’ lijfrentes).

Alle lijfrentepolissen gesloten na 1 januari 1992 vallen onder de fiscale regels van het nieuwe fiscale regime. Deze lijfrentes kennen een uitkeringsduur van minimaal 5 jaar. De maximale hoogte is bruto € 22.443 per jaar (2021). Deze lijfrente mag ingaan in het jaar waarin u de AOW-leeftijd bereikt of in de 5 jaar na het bereiken van de AOW-leeftijd. Wilt u de uitkeringen eerder laten ingaan dan uw AOW-leeftijd, dan is dat mogelijk als de lijfrente onder de overgangsregeling van 2014 valt of u dient dan te kiezen voor een levenslange uitkering via een verzekeraar. Kiest u voor een bancaire oplossing, dan is de minimale termijn 20 jaar na de AOW-gerechtigde leeftijd plus de periode van vóór uw AOW-leeftijd.

Laten uitkeren op vaste rente of doorbeleggen na expiratie?

Daar waar je vroeger goed weg kwam met een aantrekkelijke depositorente en je verzekeraars kon aanschrijven voor een mooie aanbieding, is tegenwoordig de rente zo laag dat je ook wel eens verder wilt kijken dan oplossingen in (lage) rente alleen. Op basis van looptijd, doeluitkering en risicobereidheid kunt u ook kiezen voor een solide én flexibele oplossing met een grote kans op flink hogere uitkeringen dan op basis van de huidige lage rentes.

Wilt u hierover meer weten of heeft u vragen over de mogelijkheden van expirerende lijfrentes, neem dan eens contact op met een gecertificeerd financieel planner. Wij helpen u graag verder.

We worden er hor en dol van inmiddels. De participatiemaatschappij. Iedereen moet meer voor zichzelf zorgen, want vadertje Staat heeft niet meer de mogelijkheden die hij vroeger had. Dus, wordt nu van u verwacht uw zaken zelf te regelen. Bijvoorbeeld de studieschuld, eerste woning van de kinderen én uw eigen pensioen. Bij dat laatste helpt de overheid toch nog een handje.

Hoe de belastingdienst u helpt met een beter pensioen
Misschien heeft u wel eens gehoord van een lijfrente. Dit zegt de belastingdienst op de website:

“Met een lijfrente zorgt u op een fiscaal voordelige manier voor extra inkomen […] als u met pensioen gaat.”

Dit werkt als volgt. Wij rekenen voor u uit wat u jaarlijks fiscaal voordelig mag storten. Dit heet de jaarruimte. Dit stort u op een beleggingsrekening, zodat u vermogen opbouwt voor later. Vaak klinkt beleggen eng, maar wij laten u graag zien dat dit meevalt als u de tijd heeft.

Deze zogeheten jaarruimte mag u van uw inkomen aftrekken, waardoor u dus minder belasting betaalt. Anders gezegd: u legt ‘bruto’ in. De belasting betaalt u pas later als u de lijfrente laat uitkeren. Wat is dan het voordeel? Voor uw AOW-leeftijd is het tarief van de inkomstenbelasting hoger dan daarna. U haalt daarmee dus direct een belastingvoordeel tot wel 17,9% over het inkomen tot ongeveer € 35.000.

Een kleine stap nu, een gigantische sprong later
Naast een fiscaal voordeel is er nog een voordeel aan de lijfrente: u mag er niet aankomen. Neemt u geld op uit uw lijfrenterekening? Dan betaalt u een grote boete. Dit voordeel klinkt misschien vreemd, maar het helpt u enorm. Onderzoek leert ons dat veel mensen irrationele beslissingen nemen met hun geld. Bijvoorbeeld het verkopen van aandelen na een grote daling of uit impuls bepaalde aankopen doen. Dit gaat niet met uw lijfrenterekening. Uiteraard kunt u wel veranderen van opbouwvorm, maar grote blunders zijn moeilijker te maken. Dit zorgt dat de kleine stap die u kunt zetten door jaarlijks uw jaarruimte te benutten, u op pensioenleeftijd ineens een gigantisch beter pensioen kan verzorgen.

Hoe mogen wij u helpen?
Niets is zo ongelijk als ongelijken, gelijk behandelen. Dus voordat u besluit te kiezen voor een lijfrente, adviseren wij u graag wat het beste bij u past. Want sommige mensen hebben alles goed op orde en hoeven niets meer te regelen, terwijl anderen helemaal geen pensioen hebben. Ook nemen we uw hypotheek, inkomen en pensioen van uw partner en andere belangrijke zaken mee.

Het Nederlandse pensioenstelsel gaat op de schop. Alles wordt persoonlijker. En je pensioen gaat meebewegen met de economische ontwikkelingen. Hoe kun je nu zelf een beetje meesturen zodat je straks een goed pensioen hebt? Speciaal voor jou een aantal praktische tips, de beste vind je aan het eind…

TIP 1: breng in kaart wat je netto wilt besteden en ga niet zomaar uit van zoiets als 70% van je gemiddelde inkomen

Alles valt of staat met je bestedingswensen. Dat is de basis voor iedere persoonlijke financiële planning. Wat wil je besteden en waaraan? Met je huidige uitgaven zoals je vaste lasten weet je dit vast wel. Maar hoe zal dit zijn in de toekomst. Weet jij al wat je over tien, twintig of zelfs dertig jaar netto per maand wilt uitgeven? Dat is ineens een stuk lastiger. Misschien wil je dan wel veel gaan reizen, of wellicht heb je veel medische kosten. Veel mensen denken dat ze minder gaan besteden als ze gepensioneerd zijn. Maar is dat ook zo? Wil je voor jezelf een streefbedrag hebben om naar toe te werken, neem dan je huidige bestedingsniveau en tel daar de inflatie bij op. Tien jaar 3% inflatie betekent dat je het maandbedrag met grofweg 35% moet verhogen om goed uit te komen. Is dat twintig jaar, reken dan met 80% meer. Nu is 3% inflatie geen ijzeren wet of verwachting, het is de gemiddelde inflatie van de afgelopen vijftig jaar. Dat geeft enige houvast.

TIP 2: Kijk goed naar het verschil tussen bruto en netto bedragen

Als je in Nederland woont, bouw je hoogstwaarschijnlijk AOW op. Daarbovenop komt mogelijk pensioen van je werkgever. Dat is bij het nieuwe pensioenstelsel geen vast bedrag per jaar meer, maar een waarschijnlijk bedrag op basis van onder andere beleggingsresultaten van je pensioenfonds. Neem de twee bedragen, van AOW en werknemerspensioen bij elkaar, en je hebt een bruto inkomen. Waar dus nog belasting van af moet. Hoeveel dat is hangt af van veel factoren. Bijvoorbeeld of er nog ander inkomen is en of er aftrekposten zijn. Als je weet wat je netto nodig hebt én je weet wat je netto hebt opgebouwd en misschien nog verder gaat opbouwen omdat je ergens nog blijft werken, dan weet je ook of dat rekensommetje (wat je wilt ten opzichte van wat je krijgt) voldoende is of een tekort oplevert.

TIP 3: Check of je werknemerspensioen samenvalt met je AOW of dat hier een paar jaar tussen zit

Het AOW-pensioen komt van Vadertje Staat, hiervoor geldt een ingangsdatum die door de overheid is bepaald. Het pensioen dat je hebt opgebouwd bij je werkgever is een afspraak tussen werkgever en jou en is vastgelegd in een pensioenovereenkomst. Er komen nog veel pensioenregelingen voor die 65 jaar als ingangsdatum voor het pensioen hebben. Als dat zo is en je AOW zou ingaan op 67 jaar, dan heb je te maken met een periode van twee jaar waarin je wel pensioen van je werkgever krijgt en geen AOW. Dus, goed navragen hoe dit zit en of je ook dit soort ‘tussenjaren’ hebt. Pas na die tussenjaren heb je dus je volledige pensioen: AOW en werkgeverspensioen.

TIP 4: Laat een gecertificeerd financieel planner alles voor je in kaart brengen

Een gecertificeerd financieel planner kan je helpen met je wensen en doelstellingen in kaart brengen. Zo kun je vaststellen wat je straks netto nodig hebt aan pensioen. En als hier een tekort uit komt, dan weet deze financieel planner genoeg oplossingen om dat tekort op te kunnen heffen. Hetzij met extra pensioenpremie, hetzij via individuele voorzieningen met belastingaftrek of via vrij vermogen.

Kom je er niet helemaal uit? Wil je weten hoe jouw pensioensituatie er uit ziet en waar je rekening mee moet houden? Informeer eens bij een gecertificeerd financieel planner. Want ook jij hebt er recht op te weten waar je financieel aan toe bent in de toekomst!

Pensioen is voor veel mensen een onoverzichtelijk speelveld. AOW, ja, dat komt van Vadertje Staat. Maar pensioen via de werkgever, hoe zit dat? Er komt toch een nieuw pensioenstelsel? Wat krijgt mijn partner eigenlijk als ik overlijd? En welke gebeurtenissen beïnvloeden mijn pensioen? Karel van Dam vertelt hoe hij zijn huidige pensioenplan ziet.

De opgebouwde aanspraken van Karel van Dam

“Hoi, ik ben Karel van Dam, 61 jaar. Als ik naar www.mijnpensioenoverzicht.nl ga, kan ik eerst bekijken hoeveel AOW ik straks ontvang. De site geeft een bedrag aan van € 9.930,- bruto per jaar. Boven dat bedrag staat ‘opgebouwd’. Dit snap ik niet precies, het lijkt niet veel, “straks maar eens aan mijn financieel planner vragen”. Als ik verder kijk, zie ik één pensioenfonds staan. Dat kan kloppen. Toen ik een tijd geleden van baan veranderde, gaf mijn nieuwe werkgever de tip om mijn toen opgebouwde pensioen over te hevelen naar het pensioenfonds van hem. Wel zo overzichtelijk.

Terug naar de website… Ik zie een bedrag staan van € 20.000,-. Bij de AOW staat een pensioenleeftijd van 67 jaar en bij het pensioenfonds 65 jaar. Hoe kan dit? En verder: als ik kom te overlijden ontvangt Mathilde, mijn vrouw, 70% van mijn pensioenbedrag. Zowel voor als na pensioendatum.” Is dit wel voldoende?

Wat betekent dit nu allemaal voor jouw AOW?

Beste Karel, jij krijgt net als alle andere Nederlanders die hun leven lang in Nederland hebben gewoond, een volledige AOW-uitkering. Mits je tussen nu en de leeftijd waarop je AOW gaat ontvangen nog in Nederland blijft wonen en verzekerd blijft. Het bedrag ‘opgebouwd’ dat je nu ziet staan, is het bedrag dat je zou krijgen als je WEL naar het buitenland vertrekt. Blijf je gewoon in Nederland, dan kun je (volgens de bedragen die nu in 2020 gelden) maximaal € 10.440,- per jaar aan AOW ontvangen. En dat bedrag verandert misschien nog een beetje omdat het jaarlijks wordt aangepast voor inflatie en je nog een jaar of zes te gaan hebt tot het moment waarop je AOW waarschijnlijk ingaat. We hanteren nu een pensioengerechtigde leeftijd van 67 jaar voor jou, maar de overheid moet dat nog wel exact bepalen. Dus, het bedrag onder ‘opgebouwd’ wordt waarschijnlijk nog wat hoger.

En voor het andere deel van je pensioen?

Het pensioen dat je via een pensioenfonds ontvangt kan ook stijgen als jij door blijft werken. Op dit moment heb je blijkbaar recht op € 20.000,- bruto per jaar aan ouderdomspensioen, vanaf 65 jaar. Anders dan AOW worden werknemerspensioenen opgebouwd met persoonlijke premies. Zou je nu stoppen met werken dan heb je € 20.000,- bruto per jaar opgebouwd.

En voor het partnerpensioen?

Verder krijgt je echtgenote Mathilde, een partnerpensioen van 70%, dus € 14.000,- bruto per jaar, wanneer jij komt te overlijden. De vraag is of dit voldoende is. Bovendien stellen we ons de vraag: hoe zit dat in het nieuwe stelsel? Als Mathilde straks maximaal 50% van het salaris van Karel mag ontvangen? Karel, je verdient nu zo’n € 50.000,- op jaarbasis, dus Mathilde mag in de nieuwe systematiek maximaal € 25.000,- aan partnerpensioen ontvangen. Maar, is dat ook daadwerkelijk geregeld bij het pensioenfonds? Dat is een belangrijke vraag die ik als financieel planner graag zo snel mogelijk met je ga beantwoorden, zodat je straks niet voor verrassingen komt te staan.

En hoe zit het bij een echtscheiding?

Stel, jullie gaan uit elkaar, wat betekent dit dan? Samen zouden jullie aan ouderdomspensioen van Karel € 20.000,- bruto per jaar ontvangen, plus AOW. Als jij, Karel, zou komen te overlijden zou Mathilde (volgens de oude regeling) € 14.000,- bruto per jaar ontvangen. Als jullie gaan scheiden krijgt Mathilde in principe de helft van het ouderdomspensioen mee (dus € 10.000,-) en het volledige partnerpensioen (€ 14.000,-).

Best wel een rekensom zoals je ziet, want er speelt veel mee. Een gecertificeerd financieel planner kan de kluwen ontwarren en je op weg helpen naar een financieel gezonde oudedag.

Wil jij graag advies over jouw pensioen?

Kom je er niet helemaal uit? Wil je weten hoe het precies zit? Informeer eens bij een gecertificeerd financieel planner. Want ook jij hebt er recht op te weten waar je financieel aan toe bent!

We kennen allemaal de berichten over pensioenen die wellicht gekort worden, over een AOW die later ingaat en over de mogelijke onbetaalbaarheid van ons pensioen in de toekomst. We weten zo ongeveer waar al die geluiden vandaan komen: de bevolking vergrijst en de rente is erg laag. Twee factoren die pensioenopbouw duurder maken. Dus komt er een nieuw, persoonlijker pensioenstelsel. Een stelsel dat rekening houdt met deze factoren.

Wat betekent dit voor het ouderdomspensioen?

Drie manieren van pensioenopbouw
Volgens het huidige pensioenstelsel kun je pensioen opbouwen op drie manieren: eindloon, middelloon en beschikbare premie. Bij het eindloon- en middelloonsysteem bouw je een vast pensioenbedrag per jaar op en zie je op je pensioenoverzicht dus een jaarbedrag staan bij ouderdom en bij overlijden. Dat is het toegezegde bedrag. Als daar bijvoorbeeld 10.000 euro staat, betekent dit dat je pensioenfonds je ‘belooft’ dat dit straks op pensioendatum 10.000 euro per jaar zal zijn. Deze belofte is, zoals we weten, niet keihard en kan naar beneden toe worden bijgesteld. Met andere woorden: ook al staat er 10.000 euro per jaar, dan wil dat nog niet zeggen dat het ook inderdaad 10.000 euro per jaar wordt. Dit heeft o.a. te maken met de lage rente van dit moment, die overigens al jaren aanhoudt.

Beschikbare premieregeling
De andere manier van pensioenopbouw, die van de beschikbare premie, betekent dat een werkgever je een bedrag toezegt om je pensioen mee op te bouwen. Een premie die je inlegt en die op pensioendatum is gegroeid tot een kapitaal waarmee je pensioenuitkering wordt aangekocht. Hier is het pensioenbedrag niet gegarandeerd en heb je met beleggingsresultaten te maken voor de hoogte van je pensioen en de stand van de rente op pensioendatum.

Veel mensen hebben een middelloonsysteem (waarbij het pensioen wordt opgebouwd over het gemiddelde salaris over de jaren) en een nog wat kleinere groep heeft zo’n beschikbare premiesysteem. Het eindloonsysteem (pensioen over het laatst genoten inkomen) komt nauwelijks meer voor, omdat dit de duurste variant is voor de werkgever.

Het nieuwe pensioenstelsel
Het nieuwe stelsel zal geen vast bedrag geven en lijkt in die zin het meest op het huidige beschikbare premiesysteem. In het nieuwe stelsel bouw je als werknemer pensioen op door een bepaalde premie in te leggen, waarmee je vermogen opbouwt. Dat vermogen, je pot geld voor je pensioen, is straks de basis voor hoe hoog je uitkering wordt. Het pensioenfonds belegt met jouw premie inleg en hoopt zo een beter rendement te halen dan de spaarrente, zodat er straks een hoger opgebouwd kapitaal is waarmee je je jaaruitkering aankoopt. Die kan dus hoger of lager uitvallen dan verwacht, je pensioen gaat in feite mee op de economische golven: als het slechter gaat, krijg je minder, gaat het economisch goed dan profiteer je daar ook van. Voor mensen met een beschikbare premiesysteem verandert er dus niet veel, de veranderingen zijn juist voor mensen met een middelloonsysteem het meest ingrijpend.

Hoe zit het met het nabestaandenpensioen?

In de huidige situatie hebben we te maken met verschillende regelingen. Het is lang niet voor iedereen duidelijk op hoeveel nabestaandenpensioen iemand recht heeft. Dat moet in de toekomst gaan veranderen, vindt de overheid. Er komt één type nabestaandenpensioen. Het nieuwe partnerpensioen wordt verzekerd met een risicoverzekering (wat nu ook al geldt voor werknemers met een beschikbare premieregeling). Dat betekent dat een partner een uitkering krijgt als de overledene op moment van overlijden deelnemer is in een pensioenregeling. De hoogte is ook duidelijk, die mag maximaal 50 procent van het salaris van de overledene zijn. Wat straks ook verandert: het is niet langer belangrijk hoe lang de overledene ergens heeft gewerkt of hoe lang de overledene al in de pensioenregeling zit, het maximale partnerpensioen is en blijft 50 procent. Ook hier geldt: wie een middelloonregeling heeft, ziet de grootste veranderingen.

Wanneer gaat dit allemaal in?

Het pensioenakkoord is er. Het kabinet moet nu een wetsvoorstel maken om de Pensioenwet aan te passen. Als de Tweede en Eerste Kamer hiermee instemmen, gaat de nieuwe Pensioenwet in. De verwachting is dat de nieuwe Pensioenwet per 1 januari 2022, over ruim een jaar, ingaat.

Wat kun je zelf doen?

Ga naar www.mijnpensioenoverzicht.nl en bekijk hoeveel je aan pensioenrechten hebt opgebouwd. Bereken dan eens hoeveel dit is op basis van je huidige salaris en wat je dan nog tekort komt. Dat berekenen is overigens niet altijd even gemakkelijk omdat het schattingen zal bevatten omtrent de hoogte van het pensioen. Het gaat hierbij dus om het interpreteren van de schattingen en het vervolgens vertalen in verschillende scenario’s. Wat zou kunnen en wat wenselijk zou zijn. Een financieel planner kan deze scenario’s doorrekenen op basis van je wensen. En zo een berekening maken wat eventueel nodig is als aanvulling om je bestedingswens op termijn en je eventuele nabestaandenrisico nu goed in kaart te brengen. En je te helpen met een passend pensioen.

Wil jij graag advies over jouw pensioen?

Kom je er niet helemaal uit? Wil je weten hoe het precies zit? Neem contact op met een gecertificeerd financieel planner. Want ook jij hebt er recht op, te weten waar je financieel aan toe bent in de toekomst!

Wat je ver haalt is lekker’, luidt het gezegde. En dat dit pensioenakkoord van ver moest komen, is wel duidelijk. Meer dan tien jaar heeft het geduurd tot het akkoord van afgelopen vrijdag, waarvan de contouren vorig jaar al waren doorgedrongen. Dat het huidige pensioenstelsel niet meer toekomstbestendig is, was inmiddels duidelijk. Hoe vaak hebben we niet mogen lezen over dekkingsgraden, kortingen en rekenrente die te laag zijn om nog iets fatsoenlijks uit de bus te laten komen.

Wat verandert er?
Tot nu toe zijn veel werknemers verzekerd voor een vaste pensioenuitkering. Dat wordt wel eens ‘de belofte van een pensioenfonds’ genoemd. Op het jaarlijkse pensioenoverzicht staat een bedrag dat jaarlijks vanaf pensioendatum zal worden uitgekeerd. Gewoon, een vast bedrag als toezegging. Vroeger zag je het bedrag jaar na jaar stijgen. Er was weer een jaar extra opgebouwd en er was ook nog een beetje inflatiecorrectie, om de toekomstige koopkracht ook meteen mee te nemen. De afgelopen tien jaar hebben we gemerkt, dat de toezeggingen, dat wil zeggen de jaarbedragen, niet altijd meer stegen. Of zelfs minder werden. Het pensioenfonds dat de uitkeringen toezegt, moet immers rekening houden met alle uitkeringen die nu en in de toekomst moeten plaatsvinden. Daar geldt een rekenrente voor, die door de aanhoudende rentedalingen ook veel lager was geworden. Gevolg: er moesten opeens zulke buffers worden aangehouden, dat de toegezegde pensioenen in het gedrang kwamen.

Die situatie gaat veranderen. We hebben zo dadelijk niets meer te maken met rekenrentes en dekkingsgraden. Het toegezegde pensioen zal mee gaan veren op de beleggingsresultaten van het betreffende pensioenfonds. Dat kan beter en dat kan slechter uitpakken dan het in een bepaald jaar berekende bedrag. Het pensioenbedrag per jaar zal meeveren met de beleggingen. De uitkering wordt dus onzeker.

Is dat een verbetering of verslechtering?
In ieder geval is het een eerlijk systeem. Als het beter gaat profiteer je als deelnemer in een pensioenfonds mee én je pensioen wordt niet kunstmatig gekort omdat de dekkingsgraad van een pensioenfonds te laag zou zijn. Gaat het slechter, dan is het ook logisch dat je minder pensioenaanspraken krijgt. Overigens wordt rekening gehouden met zware beroepen en komt er een niet-verplichte regeling voor zelfstandigen. In 2022 moet de wet over dit nieuwe pensioenstelsel ingaan, zo is beoogd, en pensioenfondsen krijgen tot 2026 de tijd om het nieuwe stelsel in te voeren.

En tot die tijd?
Voorlopig hebben we nog wel even te maken met dekkingsgraden. Minister Wouter Koolmees (Sociale Zaken) heeft aangegeven dat dezelfde soepele maatregel als eind 2019 ook eind 2020 zal gelden: geen kortingen op pensioenen als de dekkingsgraad boven de 90% blijft. Nu de rente nog steeds laag is en bedrijfsresultaten in veel gevallen aan de magere kant zijn, is het doorzetten van de versoepeling die in 2019 gold een prettige aangelegenheid. Tezamen met de maatregelen omtrent de AOW (66 jaar en 4 maanden in 2020 en 2021, daarna in stappen naar 67 jaar in 2024 en vanaf dat moment op basis van de levensverwachting) wordt het Nederlandse pensioenstelsel aangepast aan de eisen van de tijd. De uitwerking van het pensioenakkoord moet nog worden voorgelegd aan de diverse achterbannen.

En wat betekent dit voor je eigen financiële situatie? Wat betekent het als pensioentoezeggingen op en neer gaan? Wat moet je minimaal aan pensioen krijgen voor een prettig leven? Een gecertificeerd financieel planner kan dat zo voor je uitrekenen!

Pensioenfondsen zijn zwaar getroffen door de effecten van het coronavirus op de financiële markten. Pensioenfondsen beleggen hun geld in beursgenoteerde aandelen, in obligaties, in onderhandse leningen, in vastgoed, in alternatieve beleggingen, en noem maar op. Veel van die beleggingen hebben een waardedaling meegemaakt.

Op de effectenbeurzen daalden aandelen scherp, vastgoed krijgt met lagere taxaties te maken en andere beleggingen zijn mogelijk ook geraakt door de economische malaise. De hamvraag is dan: wat betekent dit voor mijn pensioen en kan ik er wat aan doen? Het is nog te vroeg om te zeggen of dit ertoe zal leiden dat pensioenen worden verlaagd. Pensioenfondsen houden wat dat betreft een slag om de arm. Voor mensen die nu al pensioen krijgen of dicht tegen hun pensioen aanzitten, betekent het wel dat forse waardedalingen niet op de lange termijn goedgemaakt kunnen worden. Geld is nu of op korte termijn nodig voor uitkeringen, geld dat nu vrij moet worden gemaakt tegen lage koersen. Mensen die nog twintig of dertig jaar van hun pensioen verwijderd zijn, hebben het voordeel van de tijd. Pensioenfondsen maken wel vaker crisis door en hebben dan tijd om te herstellen. Daar komt bij, het ene pensioenfonds is het andere niet. Beleggingsbeleid en financiële positie verschillen per fonds.

Wat is nu verstandig om te doen?
Laat een gecertificeerd financieel planner eens een berekening maken wat je netto nodig hebt voor je bestedingswensen als je met pensioen gaat. En laat deze planner vervolgens ook eens uitrekenen wat je nu al geregeld hebt. Welke pensioentoezeggingen je inmiddels hebt en hoeveel je nog kunt opbouwen. En wat het zou betekenen voor de bestedingswensen als dit pensioen 10% of 20% lager uit zou vallen? Ontstaat er dan een tekort? En zo ja, hoeveel?

Met dat inzicht kun je beslissen of het wenselijk of noodzakelijk is om wat extra geld opzij te leggen voor je pensioen. Een gecertificeerd financieel planner kan je dan ook nog eens helpen met de keuze wat in jouw situatie de beste weg zou zijn.