De berichten over stijgende inflatie vliegen ons om de oren. Is het 5%? Is het 7%? Is het 15 of 20%? En wat is eigenlijk inflatie? En heb je er last van, of niet? Inflatie is, simpel gezegd, dat je geld minder waard wordt. Als de inflatie 1% per jaar bedraagt, moet je over een jaar € 1,01 betalen voor wat nu € 1,00 kost. Je kunt dus voor die ene euro niet meer alles kopen wat je gewend was: je hebt bij 1% inflatie per euro nog maar € 0,99 te besteden. Bij een hogere inflatie is dat dus (fors) minder. Dat is op zich niet zo gek.

Wanneer spreken we van inflatie?
We kennen al heel lang een beetje inflatie. In de hele twintigste eeuw was de inflatie gemiddeld 3,2% per jaar. Dat was geen vlakke lijn. Er waren uitschieters, zowel naar boven als naar beneden. Ruim honderd jaar geleden was de topper: de inflatie bedroeg in 1918 maar liefst 19,2%. Je had toen enorme voedsel- en woningtekorten. Drie jaar later, in 1921, daalden de prijzen enorm, met 13,4%. Toen had je dus een zware negatieve inflatie. Vaak zie je uitschieters naar boven of beneden bij extreme omstandigheden: de twee wereldoorlogen, maar ook de oliecrisis in de vorige eeuw waren belangrijke aanjagers voor de inflatie. En nu is wederom een oorlog hier de aanjager van…

En, hoe zit dat nu dan? Hebben we nu met extremen te maken? Het korte antwoord is: ja. We hebben met een crisis te maken waarvoor zoveel geld is gecreëerd waar geen echte bedrijvigheid tegenover staat, dat het geld wel minder waard moet worden. Al met al is er heel erg veel geld uitgegeven door de Nederlandse overheid over de periode 2020-2022 aan enige vorm van steun. En dat is geld dat er daarvoor niet was. Het is ‘uit het niets’ geschapen. Er staat geen enkele dekking tegenover in de vorm van goud of bedrijvigheid of nog iets anders van waarde. En dan trekken we de parallel met honderd jaar geleden. Is er nu voedselschaarste in Nederland? Nee. Is er sprake van een woningtekort? Ja. Zien we gekke ontwikkelingen bij huizen? Eh ja, er wordt nu vaak bij koopwoningen ruim boven de vraagprijs geboden….dat wijst op enorme schaarste. Maar het wijst ook op de aanwezigheid van geld, ofwel contant of in de vorm van een hypotheek. Is er nog iets anders schaars? Jazeker, er is een tekort aan personeel. En we weten het, als er ergens een tekort is, dan gaan de prijzen omhoog. Looneisen zijn dan ook fors. En wie meer verdient kan weer meer betalen, dus kan bijvoorbeeld meer bieden dan de vraagprijs voor een volgende woning.

Hoe kun je als consument goed omgaan met de inflatie?
Allereerst is het belangrijk te weten dat ‘de inflatie’ eigenlijk niet bestaat. Wel prijsstijgingen. Maar je eigen persoonlijke last van de inflatie heb je bij je bestedingen. Dat energie nu fors duurder is, raakt je in je portemonnee. Dat huizenprijzen stijgen, kan vervelend voor je uitpakken als je een huis wilt kopen. Maar is weer voordelig als je een huis verkoopt. Als je nu meer gaat verdienen, maar de prijzen van je boodschappen stijgen net zo hard, dan schiet je er niet zoveel mee op. Dus, belangrijk, maak eens een lijstje van tien dingen die je koopt, schrijf de prijs op en doe dat over drie maanden nog eens. Doe daar bijvoorbeeld je wekelijkse boodschappen als één bedrag tussen, je tankbeurt van de auto, de kapper, uitgaven die voor jou als consument belangrijk zijn. Herhaal dat een paar keer, zodat je vier kwartalen hebt met het effect op jouw uitgaven. Zet daarbij je netto salaris van januari 2022 tegenover dat van januari 2023, dus volgend jaar. Dan weet je of je er netto op voor- of achteruit bent gegaan.

Wat heb je aan al deze kennis?
Het geeft je inzicht in of je overhoudt of tekort komt, maar geeft bovendien een aardige start van een financieel plan. Een gecertificeerd financieel planner kan vervolgens met je aan het werk om grip te krijgen op je toekomst. En uitrekenen wat slim is om te doen om de inflatie, jouw persoonlijke inflatie, vóór te blijven.

Heb jij één of meerdere lijfrentes? Ben je op de hoogte van de mogelijkheden wanneer het door jou opgebouwde lijfrentekapitaal vrijkomt en je van dit kapitaal uitkeringen moet gaan aankopen? De hoogte van jouw uitkering hangt af van verschillende factoren en keuzes die je moet maken.

Belangrijke variabelen lijfrente
Belangrijke variabelen die van invloed zijn op de hoogte van jouw lijfrente, zijn de volgende:

  • Rente en rendement in opbouw- en uitkeringsfase;
  • Inflatie in opbouw- en uitkeringsfase;
  • Wettelijke regels en nog onvoorziene wijzigingen;
  • Productaanbod;
  • Realiseren van het door jou gewenste (inkomens)doel!

Opbouwfase
In de opbouwfase van jouw lijfrentekapitaal – het moment van afsluiten van het lijfrenteproduct tot het moment dat deze gaat uitkeren – kun je ervoor kiezen om dit kapitaal ‘risicoloos’ te laten groeien tegen de dan geldende spaarrente of om het kapitaal te beleggen. In het laatste geval zal het kapitaal toe- of afnemen afhankelijk van de koersen van de onderliggende beleggingen.

Beleggen gedurende de opbouwfase
Wanneer je kiest om te beleggen gedurende de opbouwfase, dan zijn er veel productaanbieders die life-cycle-beleggen adviseren. Binnen een life-cycle-product wordt de percentuele verdeling tussen aandelen, obligaties en liquiditeiten (de asset allocatie) automatisch en volgens een vast schema aangepast naarmate de looptijd verstrijkt. Hoe dichter de pensioendatum nadert, hoe meer het beleggingsrisico wordt afgebouwd. Dit vindt plaats door het percentage aandelen te verlagen en het percentage obligaties te verhogen. Dit klinkt mooi, maar de keuze tot regulier beleggen hoeft uiteindelijk niet voor een hoger lijfrentekapitaal te zorgen.

Uitkeringsfase
Wanneer je het eenmaal opgebouwde lijfrentekapitaal gaat omzetten in tijdelijke of levenslange uitkeringen, zul je opnieuw een belangrijke keuze moeten maken. Kies je voor een gegarandeerde ‘vaste’ uitkering gebaseerd op de op dat moment geldende marktrente óf een onzekere (naar verwachting hogere) variabele uitkering gebaseerd op de onderliggende beleggingsresultaten?

Garantie-uitkering
Kies je voor een gegarandeerde, vaste uitkering dan kun je gaan ‘shoppen’ met jouw lijfrentekapitaal en ervoor kiezen om dit onder te brengen bij de financiële instelling die jou de hoogste uitkering geeft. In de praktijk zien we dat tussen de verschillende productaanbieders grote verschillen zitten. Zoals gezegd speelt de hoogte van de rente op dat moment een belangrijke rol.

Voorbeeld
Stel je bent 67 jaar en je wilt voor het door jou opgebouwde lijfrentekapitaal van € 250.000 een uitkering aankopen voor een periode van twintig jaar. De ene productaanbieder biedt jou momenteel een (variabele) spaarrente van 0,7% – dit komt neer op een uitkering van € 13.439 per jaar – en een andere wil jou 1,51% vergoeden, ofwel € 14.573 per jaar. Al met al een verschil van € 1.134 per jaar. Over deze uitkeringen zul je nog wel belasting moeten betalen, netto houd je dus minder over. Een rente van 1,51% klinkt wellicht mooi, maar realiseer je dat de uitkering niet jaarlijks wordt aangepast aan de inflatie. Dit betekent dat de koopkracht van jouw uitkering elk jaar zal afnemen.

Uitkering op basis van beleggen
Tot enkele jaren terug werd vaak gekozen om de uitkeringen vast en gelijkmatig aan te kopen tegen een vaste rente. Doorbeleggen was minder populair. Door de huidige lage reële rente – ofwel de rentevergoeding minus de inflatie – lijkt doorbeleggen inmiddels logischer dan ooit. Ook biedt beleggen – en dan met name door middel van aandelen – een goede bescherming tegen hoge inflatie, mits wordt gekozen voor een lange termijn van uitkeringen.

Voorbeeld
Stel je bent 67 jaar en je wilt voor het door jou opgebouwde lijfrentekapitaal van € 250.000 een uitkering aankopen voor een periode van twintig jaar. Je staat open voor beleggen. Stel je kiest voor beleggen op basis van een neutraal beleggingsprofiel. Het verwachte rendement bedraagt 4,5%. Op basis hiervan kun je een uitkering tegemoet zien van € 19.219 per jaar. Het betreft hier echter een gemiddelde uitkering. In sommige jaren zal de uitkering hoger zijn en in andere jaren lager. De kans is echter zeer groot dat je over twintig jaar – ook in minder goede economische tijden – een gemiddeld hogere uitkering ontvangt, dan op basis van een garantierendement. Ook over deze uitkeringen zul je nog belasting moeten betalen.

Conclusie
Doorbeleggen van lijfrentekapitaal brengt uiteraard beleggingsrisico’s met zich mee. Wel is het belangrijk om te onthouden dat het waarschijnlijk de enige manier voor velen van ons is om het gewenste inkomensdoel te bereiken, waarbij beleggen op de langere termijn op basis hiervan waarschijnlijk meer opbrengt dan sparen. Daarnaast is het belangrijk om je te focussen op jouw doel, jouw stip aan de horizon, in plaats van op het middel: het lijfrenteproduct.

Een CFP-Professional is een deskundig en gecertificeerd financieel planner die jou graag helpt met het in kaart brengen van de voor jou best passende lijfrenteoplossing. Dit leidt er vervolgens toe dat ook jouw persoonlijke doelen dichterbij komen!

Veel mensen deinzen ervoor terug, beleggen is risicovol en dat willen ze niet. Lijkt op zich een logisch verhaal, of misschien toch niet? Wie ergens een pensioen heeft verzekerd bij de werkgever of zelf bij een verzekeringsmaatschappij, kan zich de vraag stellen: hoe doen zij dat? Zetten deze organisaties jouw geld op een spaarrekening? Maken ze dan wel rendement? Het antwoord hierop is ’nee’.

Pensioenfondsen en verzekeraars doen andere dingen met hun geld. Ze investeren in bedrijven en in vastgoed. Dat doen ze soms rechtstreeks (omdat ze groot genoeg zijn), maar ook voor een heel groot deel op de beurs. Dus: in aandelen en in obligaties bijvoorbeeld.

Lopen ze daarmee geen risico?

Jazeker wel, maar dat risico is berekend tot een passend risico. Als het regent en je moet de straat op, maar je gaat niet, dan zul je je doel niet bereiken. Maar als je een paraplu op doet of een regenjas aantrekt, word je misschien wel een beetje nat, maar je bereikt je doel wel. Je neemt een beredeneerd risico dat bij jou past. Je stelt je een doel voor ogen. Dat doen pensioenfondsen en verzekeraars ook, want ze kunnen niet eeuwig als een moederkloek op hun geld blijven zitten. Eens zullen zij dat kapitaal moeten uitkeren of die pensioenen moeten uitbetalen. Als je zelf belegt, ben je eigenlijk een soort pensioenfondsje in het klein.

Financiële doelen bereiken door te beleggen

Dat betekent dat als je een doel wilt bereiken, je je navigatie aan moet zetten. Dat wil zeggen dat je een financieel plan moet maken. Het ene doel kan zijn dat je over vijf jaar een wereldreis van € 25.000 wilt maken, over tien jaar je kinderen wilt laten studeren voor € 50.000 of over twintig jaar met pensioen wilt gaan en € 500.000 nodig hebt of een jaarlijks aanvullend inkomen van € 25.000.

Dat zijn allemaal financiële doelen die vragen om een slimme aanpak. Beleggen is het hele scala van aandelen, obligaties, vastgoed, alternatieve beleggingen en cash. Om jouw doel te bereiken bepaal je, hoe je ‘beleggingsmix’ eruit moet zien: iedere beleggingscategorie heeft zo zijn eigen kenmerken.

Aandelen bewegen nu eenmaal meer in koers dan obligaties, maar leveren doorgaans méér op, op de langere termijn. Bij een kortere termijn van beleggen (als je doel bijvoorbeeld over vijf jaar al is) passen aandelen wat minder. Dan zijn minder beweeglijke beleggingen juist weer handiger, ook al leveren ze minder op naar verwachting. Ja, je leest het goed: ‘naar verwachting’. De uitkomst is namelijk nooit zeker, maar kan wel met een bepaalde ‘waarschijnlijkheid’ worden benaderd. Daar zijn wiskundige modellen voor die een pensioenfonds gebruikt, maar die ook beschikbaar zijn voor jou als consument.

Vraag advies!

Een gecertificeerd financieel planner kan dit voor je uitrekenen. Hoeveel risico loop je nu eigenlijk? Is het veel of valt het mee? En wat betekent het eigenlijk als ik wat meer in aandelen ga beleggen? Heb ik dan een wat hoger rendement en hoef ik minder geld in te leggen? En de crux is dat de financieel planner ook mee kijkt naar de gewenste uitgaven en rekening houdt met inflatie en zo het juiste bedrag voor het gewenste doel kan uitrekenen. En als je daar dan weer de juiste belegging aan verbindt, heb je niet alleen een goede geldbelegging, maar ook een goed belegde boterham.

Zou het niet zonde zijn, als je iets NIET hebt gedaan in je leven wat je heel graag had willen doen? Ze zeggen wel eens dat het erger is om spijt te hebben van de dingen die je NIET hebt gedaan, dan van de dingen die je WEL hebt gedaan. Hoeveel mensen leven niet een leven dat voor hen is uitgestippeld, of omdat het zo hoort of omdat de hypotheek moet worden betaald? Hoeveel mensen zitten niet gevangen in hun dagelijkse sleur en kunnen daar op de een of andere manier niet uitbreken? Waarvan zou jij nou spijt hebben als je het niet zou hebben gedaan?

Het is nooit te laat om te veranderen

Nou ja, bijna dan. In ieder geval is het belangrijk om bij jezelf na te gaan hoe jouw ideale leven eruit zou zien. En vervolgens te bekijken hoe je dit kunt realiseren. Kan dat? Dat is een prachtig spel van optellen en aftrekken, vermenigvuldigen en delen, dat financiële planning heet. Het wordt ook wel eens ‘financial life planning’ genoemd, om te benadrukken dat de cijfertjes en rekensommen dienstbaar zijn aan een rijk leven. Een rijk leven in de zin van betekenis. Moet je daarvoor rijk zijn wat geld betreft? Ja en nee. Er kan meer dan je denkt, als je het maar goed organiseert.

Maak een levensplan

Financial life planning is als term bedacht in Amerika. George Kinder was een van de bedenkers. Hij maakte mensen ervan bewust door vragen te stellen over wat ze echt met hun leven wilden. De eerste vraag: Maak je levensplan. Stel je bent financieel onafhankelijk. Hoe zou je dan je leven leven? Hoe zou je je leven veranderen? De tweede vraag is al wat lastiger. Je komt bij de dokter en die zegt dat je nog maar vijf tot tien jaar te leven hebt. Wat zou je dan aan je leven veranderen? Bij deze vraag hoort, dat je financiële situatie is zoals die is, dus je kunt niet zomaar fors ‘uitpakken’ als je het geld niet hebt. Ga je dan van baan veranderen? Ga je minder werken? Ga je meer met je partner of je gezin doen? Ga je een droom laten uitkomen? En dan de derde vraag: De dokter komt langs, het ziet er slecht voor je uit, je hebt nog maar 24 uur te leven. Waarvan heb je spijt dat je het niet hebt gedaan?

Financiële planning draait om het leven van mensen

Sommige mensen denken wel eens dat financiële planning alleen om cijfertjes draait of voor de rijken is. Fout! Financiële planning draait om het leven van mensen, om jou te helpen je leven in te richten zoals jij graag je leven wilt leiden. Ja, daar heb je financiële cijfers voor nodig. Want hoeveel je nu uitgeeft en hoeveel je aan salaris of winst uit je onderneming krijgt, geeft wel aan wat er nu mogelijk is. Een gecertificeerd financieel planner leert je echter anders te kijken naar geld en helpt je in het struikgewas van regelgeving jouw levensboom te vinden. Die kan groeien zoals jij dat wilt. Zodat je er de vruchten van kunt plukken die jou een waardevol leven geven.

Veel mensen denken bij de term financiële planning vooral aan geld en cijfers. Jammer, want financiële planning gaat over zoveel meer. Het gaat namelijk in eerste instantie over jou en het realiseren van jouw (financiële) wensen en doelen voor de (nabije) toekomst. Het verwezenlijken hiervan draagt vervolgens weer bij aan jouw levensgeluk. En zeg nu zelf, wie wil er niet (nog) gelukkiger worden…

De kans is groot dat ook jij wensen en doelen hebt. Mogelijk droom je ervan om rijk te worden en te kunnen stoppen met werken, of om een camping te beginnen in Frankrijk, of om…nou vul zelf maar in. Jammer genoeg blijft het vaak bij dromen en worden deze niet omgezet in (levens)doelen. Jij zit waarschijnlijk – net als velen met jou – vast in een bepaald ritme waarin vooral sprake is van veel dagelijkse routinematige klussen. Denk hierbij aan opstaan, aankleden, eten, reizen, werken, aandacht besteden aan je partner en kinderen, tv-kijken of Netflixen en slapen. Hierdoor blijft er weinig tijd over voor zoiets belangrijks als nadenken over de eigen levensdoelen.

De stap van dromen naar doelen stellen is klein, maar moet wel genomen worden. Een financieel planner speelt hierbij een belangrijke rol. De taak van een financieel planner is om jouw dromen om te zetten in doelen en de financiële vertaalslag te maken. Uit veel onderzoeken komt naar voren dat het stellen van doelen gelukkiger maakt. Ook is het zo dat diegenen die hun doelen voor zichzelf opschrijven, een grotere kans hebben om deze te bereiken. Onderzoek wijst ook uit dat financiële planning onze – en dus ook jouw – geluksbeleving vergroot. Wauw, dat had je waarschijnlijk niet gezocht achter de term financiële planning.

Wat jij belangrijk vindt telt
Geluk brengt het beste in elk mens naar boven. Financiële planning helpt je om de sleutel tot een gelukkiger leven te vinden. Wat vind je nu werkelijk belangrijk in het leven en wat in de toekomst? Voor iedereen telt de dag 24 uur, een week 7 dagen en een jaar 365 dagen. Toch lijkt de een er wel in te slagen de beschikbare tijd te besteden aan zaken die voor hem van groot belang zijn en de ander niet. Misschien maak jij bijvoorbeeld veel overuren op je werk. Tijd die je wellicht liever besteedt aan je partner, kind of een hobby. Het zoeken naar de juiste balans in het leven is de ultieme uitdaging voor velen, waarschijnlijk ook voor jou. Geld speelt hierbij vanzelfsprekend een rol. Alleen vergeten we vaak dat geld een middel is en geen doel. Een middel om die dingen te kunnen doen die je echt belangrijk vindt. Bijvoorbeeld een dag minder werken in de week, om zodoende meer tijd met je gezin te kunnen doorbrengen. Misschien is ontslag nemen en een eigen bedrijf beginnen je grootste wens, maar heb je het idee dat dit financieel niet haalbaar is. Misschien ben je tevreden in je huidige werkomgeving, maar heb je wensen op andere gebieden. Uit onderzoek blijkt dat de meeste mensen tussen de twee en vijf doelen hebben. Hoeveel wensen en doelen heb jij?

Praktijkvoorbeelden
Al met al is financiële planning niets meer en niets minder dan het afstemmen van je financiën op jouw persoonlijke wensenlijstje. Hierna een top tien van veelgehoorde wensen en doelen van mensen. Staan een of meerdere van jouw wensen er ook bij?

  1. Huidige levensstijl voortzetten, ook na pensioendatum
  2. Meer tijd voor gezin, familie en vrienden
  3. Minder werken, andere baan, eerder stoppen met werken
  4. Financiële onafhankelijkheid
  5. (Klein)kinderen financieel ondersteunen
  6. Schuldenvrij door het leven gaan
  7. Eigen bedrijf starten
  8. (Vakantie)huis kopen
  9. Geld schenken aan goede doelen
  10. Emigreren

Klantervaringen
Hierna hebben wij een aantal reacties van klanten die ervaring hebben opgedaan met financiële planning verzameld:

  • ‘Mijn leven is verbeterd omdat ik een financieel planner heb ingeschakeld’.
  • ‘Het helpt mij om vanaf nu betere financiële beslissingen te nemen en om financieel vooruit te kijken en aan de slag te gaan met zaken die ik echt belangrijk vind in het leven’.
  • ‘In plaats van mijn tijd te verdoen met het blijven zoeken naar het beste financieel product, ben ik stil gaan staan bij wat echt belangrijk was voor ons’.
  • ‘Het heeft mij geholpen om de baas over mijn eigen financiën te worden, in plaats van andersom.’
  • ‘Door financiële planning kan ik nu makkelijker financiële tegenslagen opvangen.’
  • ‘Het zorgt ervoor dat ik voortaan niet langer financiële producten afsluit die ik eigenlijk niet nodig heb, niet bij mij passen of waar een beter alternatief voor bestaat.’
  • ‘Eindelijk financiële rust. Ik lig niet meer wakker van mijn financiën en ben niet langer bang dat ik in de toekomst onvoldoende geld heb om in mijn levensonderhoud te voorzien. Ook weet ik dat ik goed verzekerd bent tegen de financiële gevolgen van onder andere arbeidsongeschiktheid, ontslag of overlijden.’

Maar als financiële planning zoveel voordelen oplevert, waarom maken dan niet meer mensen er gebruik van?

‘Onbekend maakt onbemind’ is hier van toepassing. Het grote publiek weet niet wat het precies inhoudt en wat de voordelen ervan zijn. En ja, een deskundig (integraal) financieel adviesplan kost geld. Maar laten we eerlijk zijn: je diepste doelen realiseren en het vergroten van je geluksbeleving is niet in een bedrag uit te drukken; het is onbetaalbaar! De opbrengsten zijn zeker de kosten waard! Wil je weten wat financiële planning voor jou kan betekenen? Neem dan contact op met een CFP-professional, je bent dan zeker van een deskundig en integraal financieel advies.

Wat doe je als je vader of moeder dement wordt? Welke beslissing neem je over euthanasie als een lijden uitzichtloos schijnt? En hoe handel je als je partner in coma raakt? Het is zo een greep uit niet alledaagse en toch weer wel alledaagse zaken waar we allemaal mee te maken kunnen krijgen. Wat wil je dan vooral NIET?

Je wilt niet de verkeerde beslissingen nemen. Je wilt geen ruzie in de familie. Je wilt geen onduidelijkheid omdat je niet weet wat je moet. Bij een overlijden is het soms al lastig om boven tafel te krijgen wat de overledene precies wilde, omdat er geen testament is of omdat er geen aanwijzingen zijn gegeven wat er met de boedel moet gebeuren, laat staan als iemand nog wel leeft maar zelf niet meer handelingsbekwaam is. Wat moet je dan als partner, als kind of als familielid? Daarvoor is het levenstestament.

Wat leg je vast in een levenstestament?
Het is best ingewikkeld. Want bij een levenstestament moet je aan veel zaken denken. In eerste plaats: is er sprake van tijdelijk niet kunnen handelen of is het permanent? Als iemand in coma raakt of gehouden wordt, kan dat betekenen dat iemand na zijn ziekbed weer kan functioneren.

Er moet dus in een levenstestament een clausule worden opgenomen die een verwant of een adviseur de kans biedt om ‘beheershandelingen’ uit te voeren. Denk in dit verband dat de rekeningen betaald worden, dat de huur of de hypotheek doorloopt, zodat er geen financiële problemen ontstaan. Ook het huishouden moet doorlopen, misschien moet er hulp in huis komen om de kinderen te verzorgen of de zieke zelf, het zijn allemaal handelingen die ervoor zorgen dat het huishouden zo goed en zo kwaad als dat gaat kan blijven draaien.

Uitzichtloos en ondraaglijk lijden!
Anders ligt het met de permanente zaken: dementie bijvoorbeeld. Hoe stel je dementie vast? En, wat doe je als dit een feit is? Dan moet er een ‘draaiboek’ zijn met volmachten en aanwijzingen. Die volmacht kan inhouden dat de huur van het huis mag worden opgezegd of het huis verkocht, wanneer sprake is van permanente opname in een verpleeginstelling. Die volmacht kan ook verder financieel beheer inhouden. Gaan we nog een stapje verder: het leven is verder uitzichtloos en het lijden wordt ondraaglijk, wat mag er dan? Mag er sprake zijn van het staken van de medische behandeling, een ‘behandelverbod’, of mag er sprake zijn van actieve levensbeëindiging, euthanasie?

Praat erover!
Het praten over deze levensvragen tussen partners (en hun verwanten) is het eerste pluspunt. Dit schept de eerste duidelijkheid. Het vastleggen ervan in een ‘levenstestament’ de verdere duidelijkheid. Bespreek de zaken samen, met kinderen en verwanten, raadpleeg je huisarts (wil deze wel of niet meewerken, hij of zij moet in ieder geval op de hoogte zijn van de wensen) en laat een en ander coördineren door een gecertificeerd financieel planner, die je begeleidt naar de notaris. Dan vloeien alle relevante zaken samen: juridisch, fiscaal, financieel en persoonlijk.

Je kunt er al vroeg mee beginnen om je kind vertrouwd te maken met geld. Uit onderzoek blijkt dat kinderen die al jong hebben leren omgaan met geld, het later in hun volwassen leven financieel beter doen. Nu is het wel belangrijk om de financiële opvoeding van je kind te laten aansluiten bij zijn leefwereld en leeftijd. Tijdens de Week van het Geld (28 maart tot en met 1 april) wordt op school en in de media veel aandacht besteed aan hoe kinderen met geld kunnen omgaan. Zo is er bijvoorbeeld het dagelijkse geldjournaal.

Hoe jong begin je?
Dit verschilt per kind, maar zo rond de leeftijd van 3 jaar kun je al voorzichtig over geld beginnen. Dan is het belangrijk om je kind al iets van de waarde van geld mee te geven. Je kind zal misschien allerlei spulletjes willen hebben in de speelgoedwinkel. Het besef van de waarde van geld begint dan al bij opmerkingen zoals, dat je iets niet zomaar kunt meenemen, maar dat je het moet kopen, dat je niet alles kan kopen, dat je soms niet genoeg geld hebt, dat soort eenvoudige dingen.

Het NIBUD (Nederlands Instituut voor Budget Onderzoek) heeft een handige ‘financiële opvoedwijzer’ online staan. Die begint bij de leeftijd van 6 jaar. Vanaf die leeftijd krijgen kinderen meestal hun eerste zakgeld. Dat begint zo rond de € 1 per week. En dan is het belangrijk je kind daarin te begeleiden. Je zou kunnen vertellen wat je kind er mee mag doen en wat niet. Belangrijk is dat je kind spelenderwijs de waarde van geld leert kennen, maar ook dat je geld niet meteen hoeft uit te geven, dat je kunt sparen. Een klein spaardoel van een aantal weken is dan handig en overzichtelijk. Je kind zal rond deze leeftijd ook rekenonderwijs volgen, dat helpt verder bij het besef van waarde.

Tussen 6 en 12 jaar
In deze leeftijd zien we bijna overal dat zakgeld per week wordt gegeven. Het gaat een beetje omhoog van € 1 naar € 3. Dat zijn geen grote stijgingen. Wat vooral wordt aangeraden door deskundigen is om je kind contant geld te geven, zodat het ‘gevoeld’ kan worden. Uitgeven is op die manier iets fysieks en controleerbaars. Het wordt anders als je kind naar de middelbare school gaat. Veel wordt op school betaald met een pinpas. Het is dan ook slim om een paar jaar ervóór te beginnen met een pinpas, bijvoorbeeld vanaf de leeftijd 10 jaar. Je kind leert dan omgaan met iets wat-ie niet kan zien. Het thema van de Week van het Geld is ‘van DOEKOE tot DIGI’, dus van contant geld naar digitaal geld. Die overgang maakt je kind dus aan het einde van de basisschool en begin van de middelbare school mee. Vertel je kind vooral van veilig pinnen, veilig met de pincode om te gaan en het risico van contactloos betalen.

De middelbare school
De mobiele telefoon is niet meer weg te denken. Maak hier goede afspraken over. Wordt het een abonnement of prepaid? Wie betaalt wat? Je kind zal niet de eerste zijn die zich laat verleiden tot de aanschaf van apps, om iets te kunnen kopen of om te gamen. En zal ook niet de eerste zijn, die zich laat verleiden door online advertenties. In alles geldt: fouten maken mag, maar houd de schade wel beperkt. Hier kun je veel ellende voorkomen door samen met je kind naar de verschillende mogelijkheden te kijken en afspraken hierover te maken. De middelbare schooltijd is ook de periode dat je kind veel beter de zaken kan overzien: het is tijd om van het wekelijkse zakgeld naar een maandbedrag te gaan. Je kunt overwegen om apart kleedgeld te geven. Sommige ouders doen dat. En vergeet niet, dat je kind vanaf 13 jaar al wat uren mag gaan werken. Bewaak de goede balans tussen leven, werken en leren.

En dan…zelfstandig
Als je kind 18 jaar, is het zelfstandig. Hij of zij is zelf verantwoordelijk voor zijn geldzaken. Maar je kunt natuurlijk altijd helpen. Het zakgeld zal wellicht stoppen. De studiefinanciering doet zijn intrede en wellicht al een betaalde baan. Help je kind op weg in dat nieuwe financiële leven, door samen op regelmatige basis even te kijken naar zijn of haar financieel plan. Want dat is slim, net zoals je dat voor je zelf ook doet.

De regering is om, studenten moeten straks weer een basisbeurs krijgen en hoeven daarmee minder te lenen dan nu het geval is. Wanneer gaat het in? Wat betekent het precies? En hoe zit het met de studenten die net tussen wal en schip zijn gevallen en het meeste hebben moeten lenen?

Als het aan de regering ligt, wordt het leenstelsel vanaf het studiejaar 2023-2024 afgeschaft. Vanaf dat studiejaar krijgen studenten een basisbeurs . Die ze niet terug hoeven te betalen, als ze op tijd afstuderen. De hoogte van die basisbeurs laat zich volgens het Centraal Planbureau berekenen op € 108 per maand voor thuiswonende studenten en € 300 per maand voor uitwonende.

Let op, dat is een berekening, het uiteindelijke bedrag staat nog niet vast. Voor elke student komt er een basisbeurs, maar er is meer. Afhankelijk van het inkomen van de ouders komt er misschien ook een aanvullend bedrag. Daar komt bij dat de huidige OV-studentenkaart en de huidige voorwaarden waarop een student kan lenen waarschijnlijk zo blijven als ze nu zijn.

Het is een beetje zuur voor de studenten die na het afschaffen van de basisbeurs in 2015, hebben moeten lenen voor hun studie en nu met behoorlijke studieschulden zitten. Dat betekent niet alleen dat ze geld moeten terugbetalen, het bemoeilijkt ook hun start op de woningmarkt.

Als je een studieschuld hebt, kun je minder gemakkelijk een hypotheek krijgen. Gesproken wordt over compensatie van die studenten, die tussen 2015 en komend studiejaar 2022-2023 studeren en onder het leenstelsel vallen. De overheid trekt daar € 1 miljard voor uit. Rekening houdend met studentenaantallen rond 1 miljoen, zou dat een compensatie van € 1.000 per persoon opleveren. Veel studieschulden lopen in de tienduizenden euro’s, dus dat zet weinig zoden aan de dijk. Of de regering méér wil uittrekken ter compensatie is maar de vraag. Ook al zouden de aantallen studenten de helft zijn, dan nog is de compensatie in veel gevallen een schijntje. En daar komt bij: studenten die nog gaan studeren, in het komende studiejaar 2022-2023, hebben ook nog te maken met dat leenstelsel.

Voor ouders is het goed in kaart te brengen wat de huidige studieschulden van hun kinderen zijn, wat de eigen bijdrage kan betekenen voor kinderen jonger dan 21 jaar en hoe zij hun kinderen het beste financieel kunnen ondersteunen ook na hun 21e.

Een financieel plan reikt daarbij verder dan alleen de eigen situatie van de ouders, maar helpt ook de kinderen op weg naar een eigen toekomst. Een gecertificeerd financieel planner kan hierbij helpen om inzicht te krijgen en richting te geven. Zoek er een bij jou in de buurt en maak een afspraak.

Geld knoeit met ons hoofd. We gaan er vaak minder rationeel mee om dan we zelf denken. Doordat mensen ook emoties kennen is het moeilijk om puur rationele keuzes te maken en is het risico groot dat foute geld- en beleggingsbeslissingen worden genomen met alle nadelige gevolgen van dien.

We zijn allemaal mensen en we maken allemaal fouten. We zijn allemaal emotioneel en stappen ook veelal in dezelfde valkuilen. Dit doen we trouwens zeker niet bewust. Er vinden duizenden processen per seconde plaats in onze hersenen. Onbewust zijn er verkeerde afspiegelingen van de werkelijkheid, mogelijke vooringenomenheden die betere geldbeslissingen in de weg staan, soms zelfs saboteren. Korte termijn versus in de toekomst denken, nu of voor later plannen.

Mogelijke vooringenomenheden

Herken je een van de volgende mogelijk vooringenomenheden in jouw eigen (financiële) leven?

Geldillusie:
veel mensen willen heel graag hun financiële doelen realiseren, maar overschatten vaak sterk de mate waarin dit ook feitelijk lukt. Het hebben van een spaarrekening voor de kinderen, betekent niet automatisch dat er in de toekomst voldoende geld is, zodat de kinderen ook voldoende geld hebben om te kunnen studeren. Dat komt om te beginnen door de geldillusie. Hierbij gaan veel mensen ervan uit dat het geld van vandaag hetzelfde waard is als het geld van vorig jaar of de jaren daarvoor. Maar dat is natuurlijk niet zo. Er is immers inflatie. Dit betekent dat er in de toekomst vaak meer geld nodig is om een doel ook werkelijk te realiseren.

Verliesaversie:
uit onderzoek blijkt dat verlies ongeveer twee keer zoveel meer pijn doet dan winst genot geeft. Een winst van 5% op de beleggingsportefeuille voelt als 5%, een verlies van 5% voelt als een verlies van 10%. Omdat de meeste mensen vooral luisteren naar hun gevoel, betekent dit ook dat zij bij voorkeur ervoor kiezen om hun geld te parkeren op een (renteloze) spaarrekening.

Spijtaversie:
dit speelt een rol als het gaat om beslissingen in winst- en verliessituaties. Het verschil met verliesaversie is subtiel en het mechanisme is misschien het beste te begrijpen aan de hand van een voorbeeld.

Aan proefpersonen werd de keuze voorgelegd welke situatie zij liever zouden willen meemaken. In situatie A sta je in een rij voor het theater en krijg je te horen dat jij, omdat je de duizendste bezoeker bent, een bedrag van € 100 ontvangt. In situatie B sta je in een rij voor het theater en krijgt de persoon in de rij vlak voor jou € 1.000 omdat deze de honderdduizendste bezoeker is. Jij krijgt als troostprijs € 150. Verreweg de meeste personen kiezen voor situatie A, hoewel ze bij B een groter bedrag krijgen. Maar in situatie B wordt het plezier over het ontvangen van € 150 overschaduwd door de spijt dat jij niet iets eerder van huis bent gegaan. Spijtaversie wordt, naast verliesaversie, gebruikt om te verklaren waarom verliezende aandelen te lang worden vastgehouden. Een mens is moeilijk in staat om een besluit te nemen waar hij misschien spijt van krijgt. Het vooruitzicht van de spijt als de koersen toch weer gaan stijgen weerhoudt hem van een tijdige verkoop.

Mentaal boekhouden:
een voorbeeld hiervan is dat mensen hun inkomen verdelen in budgetten. Het is aangetoond dat diegenen die meer te besteden hebben minder letten op hun uitgavenpatroon, dan zij die minder inkomen en vermogen hebben. Het fenomeen van mentaal boekhouden verklaart ook het verschijnsel dat dezelfde mensen zowel een lot in de loterij kopen, als een verzekering afsluiten. Zij zoeken dus enerzijds risico maar dekken zich anderzijds tegen risico in.

Zelfoverschatting:
de meeste mensen blijken de neiging te hebben om zichzelf te overschatten. Doorgaans vindt de meerderheid zich beter dan het gemiddelde. Zelfoverschatting leidt tot meer psychologische fouten. Mensen overschatten het overzicht op hun uitgaven, ze overschatten hoeveel ze nog kunnen uitgeven. Ze overschatten het gemak waarmee ze een lening later kunnen terugbetalen. Ze overschatten de juistheid van hun voorspellingen en het vermogen om in de toekomst te kijken. Een voorbeeld hiervan is dat sommigen klanten denken geen advies of ondersteuning nodig te hebben, zij denken het zelf beter te kunnen dan de rest.

Waarom kijken velen van ons eigenlijk naar zichzelf door een roze bril?
Het antwoord is eenvoudig: omdat het functioneel is en het de betreffende persoon een gelukkiger mens maakt. Zelfoverschatting is een positieve illusie die helpt om het ego te beschermen.

Een CFP-professional beschermt jou zo goed als mogelijk tegen zelfoverschatting en andere financiële vooroordelen. Dit is mogelijk doordat deze adviseur jou directe feedback geeft. Hoe meer directe feedback een adviseur aan jou geeft, hoe beter jij jouw eigen kwaliteiten kan inschatten. Ken jezelf, zeiden de oude Grieken al. Dit alles leidt uiteindelijk tot een beter persoonlijk financieel advies.

Wil jij ook jouw financiële keuzes verbeteren en de psychologie van geld in jouw voordeel laten werken, in plaats van in je nadeel? Neem dan contact op met een CFP-professional.

De berichten over stijgende inflatie vliegen ons om de oren. Is het 5%? Is het 7%? Is het 20%? En wat is eigenlijk inflatie? En heb je er last van, of niet? Inflatie is, simpel gezegd, dat je geld minder waard wordt. Als de inflatie 1% per jaar bedraagt, moet je over een jaar € 1,01 betalen voor wat nu € 1,00 kost. Je kunt dus voor die ene euro niet meer alles kopen wat je gewend was: je hebt bij 1% inflatie per euro nog maar € 0,99 te besteden. Dat is op zich niet zo gek.

Wanneer spreken we van inflatie?
We kennen al heel lang een beetje inflatie. In de hele twintigste eeuw was de inflatie gemiddeld 3,2% per jaar. Dat was geen vlakke lijn. Er waren uitschieters, zowel naar boven als naar beneden. Ruim honderd jaar geleden was de topper: de inflatie bedroeg in 1918 maar liefst 19,2%. Je had toen enorme voedsel- en woningtekorten. Drie jaar later, in 1921, daalden de prijzen enorm, met 13,4%. Toen had je dus een zware negatieve inflatie. Vaak zie je uitschieters naar boven of beneden bij extreme omstandigheden: de twee wereldoorlogen, maar ook de oliecrisis in de vorige eeuw waren belangrijke aanjagers voor de inflatie.

En, hoe zit dat nu dan? Hebben we nu met extremen te maken? Het korte antwoord is: ja. We hebben met een crisis te maken waarvoor zoveel geld is gecreëerd waar geen echte bedrijvigheid tegenover staat, dat het geld wel minder waard moet worden. Al met al is er zo’n € 65 miljard uitgegeven door de Nederlandse overheid over de periode 2020-2022 aan enige vorm van coronasteun. En dat is geld dat er daarvoor niet was. Het is ‘uit het niets’ geschapen. Er staat geen enkele dekking tegenover in de vorm van goud of bedrijvigheid of nog iets anders van waarde. En dan trekken we de parallel met honderd jaar geleden. Is er nu voedselschaarste in Nederland? Nee. Is er sprake van een woningtekort? Ja. Zien we gekke ontwikkelingen bij huizen? Eh ja, er wordt nu vaak bij koopwoningen ruim boven de vraagprijs geboden….dat wijst op enorme schaarste. Maar het wijst ook op de aanwezigheid van geld, ofwel contant of in de vorm van een hypotheek. Is er nog iets anders schaars? Jazeker, er is een tekort aan personeel. En we weten het, als er ergens een tekort is, dan gaan de prijzen omhoog. Looneisen zijn dan ook fors. En wie meer verdient kan weer meer betalen, dus kan bijvoorbeeld meer bieden dan de vraagprijs voor een volgende woning.

Hoe kun je als consument goed omgaan met de inflatie?
Allereerst is het belangrijk te weten dat ‘de inflatie’ eigenlijk niet bestaat. Wel prijsstijgingen. Maar je eigen persoonlijke last van de inflatie heb je bij je bestedingen. Dat energie nu fors duurder is, raakt je in je portemonnee. Dat huizenprijzen stijgen, kan vervelend voor je uitpakken als je een huis wilt kopen. Maar is weer voordelig als je een huis verkoopt. Als je nu meer gaat verdienen, maar de prijzen van je boodschappen stijgen net zo hard, dan schiet je er niet zoveel mee op. Dus, belangrijk, maak eens een lijstje van tien dingen die je koopt, schrijf de prijs op en doe dat over drie maanden nog eens. Doe daar bijvoorbeeld je wekelijkse boodschappen als één bedrag tussen, je tankbeurt van de auto, de kapper, uitgaven die voor jou als consument belangrijk zijn. Herhaal dat een paar keer, zodat je vier kwartalen hebt met het effect op jouw uitgaven. Zet daarbij je netto salaris van januari 2022 tegenover dat van januari 2023, dus volgend jaar. Dan weet je of je er netto op voor- of achteruit bent gegaan.

Wat heb je aan al deze kennis?
Het geeft je inzicht in of je overhoudt of tekort komt, maar geeft bovendien een aardige start van een financieel plan. Een gecertificeerd financieel planner kan vervolgens met je aan het werk om grip te krijgen op je toekomst. En uitrekenen wat slim is om te doen om de inflatie, jouw persoonlijke inflatie, vóór te blijven.