Vanzelfsprekend hebt u nu goede voornemens. De kans is groot dat één van die voornemens iets met geld heeft te maken. Zoals bijvoorbeeld ‘zuiniger zijn’ of ‘meer geld opzij zetten voor de toekomst’. Prima! De vraag roept zich dan op hóe u dat in de praktijk van alledag vormgeeft. Het antwoord is eenvoudig: u kunt gaan beleggen.

Sterker nog: 2021 is hét jaar om te starten met beleggen. Zeker als u nooit eerder deze stap zette. We hopen hiermee de mensen, die nog nooit hebben belegd of niet eerder ‘de stap’ durfden te zetten, te overtuigen dat 2021 voor hen hét moment is om op déze wijze die goede voornemens kracht bij te zetten.

Aantal beleggers stijgt met 17%
Het aantal Nederlanders dat geld heeft belegd is in 2020 met ruim een kwart toegenomen. Er zijn nu 1,75 miljoen huishoudens die geld in onder meer aandelen en beleggingsfondsen hebben gestopt, blijkt uit onderzoek van het bureau Kantar. Het gaat om een stijging van 17% ten opzichte van vorig jaar. Toch stond er per november 2020 nog €390 miljard op de spaarrekening in Nederland. Zonde, want dat is echt teveel!

Waarom is 2021 hét jaar om te starten met beleggen?
Afgelopen jaar heeft de economie het nogal lastig gehad. Eigenlijk is dat een understatement. De coronacrisis en de economische gevolgen zullen u ook niet ontgaan zijn. Maar de verwachtingen voor 2021 zijn beter. Het coronavaccin komt er aan en dat levert hoop en positiviteit op. Als het even meezit, dan kunnen we in de zomer van 2021 al weer in zekere zin terug naar “Het Oude Normaal”.

Samengevat: positiviteit is over het algemeen een goed teken voor de beurskoersen. Natuurlijk zijn er ook andere factoren die de beurskoersen bepalen, maar u bent het ongetwijfeld met ons eens, dat we ook voor economisch herstel die positiviteit nodig hebben.

Oh, wat die andere factoren dan zijn? Wel… denkt u alleen maar eens aan de voortschrijdende technologische ontwikkelingen. Die gaan in hoog tempo door. Ze zijn helemaal van deze tijd! Dus, 2021 zou zomaar eens een goed beleggingsjaar kunnen worden. Veel deskundigen zijn het daar overigens mee eens. 2021 kan een prima beursjaar worden!

Toch gaan we hier meteen nuanceren….
Uit het voorgaande zou u de conclusie kunnen trekken dat juist (en alleen?) 2021 hét jaar is om te starten met beleggen. Ja, inderdaad (zoals gezegd): het is een goed moment maar eigenlijk bleken alle laatste jaren al goede jaren om te starten met beleggen. Dat zal de komende jaren bovendien niet anders zijn. Daar hebben we een aantal redenen voor:

  1. Rente op gewone spaarrekening is (nagenoeg) 0%
    Beleggen is al jarenlang een goede keuze omdat sparen al niets meer oplevert. De rente is nagenoeg 0%. U teert zelfs in als u uw geld op een spaarrekening laat staan. Deskundigen zijn het er over eens dat de rente (op gewone spaarrekeningen) in de komende jaren niet zal stijgen. Beleggen is daarom het logische alternatief.
  2. Beleggen is altijd voor de lange termijn
    Als u uw euro’s stort op een beleggingsrekening, dan kijkt u altijd naar de lange termijn. Zo wilt u bijvoorbeeld iets extra’s opzij zetten voor uw pensioen. Dat kan zelfs fiscaal gunstig in Nederland: u mag uw inleg aftrekken van de opgave inkomstenbelasting! Beleggers kijken dus minstens 10 á 15 jaar vooruit. Beleggen is geen korte termijn strategie, want… beurskoersen kunnen immers ook dalen op de korte termijn. Maar (en daar zijn deskundigen het ook over eens): over langere periodes stijgen beurskoersen altijd.
  3. Om te beleggen hoeft u geen beleggingsdeskundige te zijn
    In de laatste tien jaar is “beleggen” in Nederland voor iedereen zéér toegankelijk geworden. U hoeft helemaal niet dagelijks de beurskoersen te volgen. U hoeft niet elke dag Het Financieel Dagblad te lezen. U hoeft helemaal niet elke dag in te loggen om een analyse te maken. Welnee! Met een paar kliks opent u al een beleggingsrekening. U kiest zelf of samen met uw adviseur welk risicoprofiel bij u past en dan kunt u van start. Een professionele beleggingsorganisatie doet dan de rest. Het herbalanceren van uw portefeuille aan de ontwikkelingen op de beurs,  wordt voor u gedaan. Kortweg gezegd betekent dit dat continue uw ingelegde euro’s de grootste kans maken om naar méér euro’s te groeien.

2021 is dus hét jaar om te starten met beleggen. Maar, dat zal 2022 ook zijn. En 2023 en 2024. En… de jaren daarná! Zoals het ook al was in 2016. Of in 2017, 2018, 2019 of 2020. En, de jaren daarvoor. Beleggen is dus van deze tijd. Iedereen is een belegger! Het is de hoogste tijd om de stap te zetten.

Een gecertificeerd financieel planner helpt u om financieel vooruit te kijken en een passende financiële strategie te vinden die bij u past en de beste kans biedt om uiteindelijk uw doelen te bereiken! Neem vrijblijvend eens contact op!

Financieel vooruitkijken start met het opschrijven van voor jou belangrijke wensen en doelen nu en in de toekomst. Denk hierbij aan geld opzijzetten voor de studie van je kinderen, je hypotheek of andere schulden aflossen, verhuizen, eerder stoppen met werken, reizen, een vakantiehuisje kopen, een financiële buffer creëren, et cetera. Maar hoe bereik je, de voor jou, belangrijkste doelen met het geld dat je maandelijks overhoudt?

Plan van aanpak

Trek om te beginnen je uitgaven van je inkomsten af, wat resteert is je netto besteedbaar inkomen. Dit is wat je overhoudt om aan jouw financiële doelen te besteden. Uitgaande van een positief netto besteedbaar inkomen heb je verschillende mogelijkheden met je geld. Zoals sparen, beleggen of schulden aflossen.

De volgende stap is het plan van aanpak. Je kijkt naar de financiële middelen die nodig zijn om je doelen te bereiken. Om het vermogen voor je financiële doelen bij elkaar te krijgen, kun je naast schulden aflossen ook kiezen voor sparen of beleggen. Of natuurlijk een combinatie van deze drie. Waarschijnlijk heb je een duidelijke voorkeur voor een van de genoemde methoden. Het is belangrijk het effect van je keuze goed in kaart te brengen.

Waarom zou je sparen?

Stel, je loopt niet graag risico en wilt je doelen bereiken door te sparen, dan wordt dit een lastig karwei. Want alleen de inflatie al is hoger dan de huidige spaarrente. Dit betekent dat je geen vermogen opbouwt, maar elk jaar inteert op je spaargeld. Dit laatste zal nog meer het geval zijn als je spaargeld boven de vrijstelling van € 50.000 (of € 100.000 met je fiscale partner) uitkomt, waardoor je ook nog belasting moet betalen over je vermogen. De rekensom: spaarrente -/- inflatie -/- eventuele belasting, komt dan negatief uit.

Hierdoor is sparen voor het behalen van financiële doelen die verder in de tijd liggen momenteel minder geschikt. Voor het opbouwen en behouden van een financiële buffer om onverwachte uitgaven op te vangen is sparen wel de beste methode.

En waarom zou je beleggen?

Een goed alternatief voor sparen is beleggen. Het is mogelijk om defensief, neutraal of offensief te beleggen. Ieder profiel heeft zo zijn eigen rendement en risicoverwachting. Het is belangrijk te weten welk effect een hoog of laag rendement heeft op de kans om jouw doelen te behalen. Ook heel belangrijk is te bepalen bij welke mate van risico je nog rustig slaapt.

Leren van Einstein

Ken je de anekdote over de wetenschapper Albert Einstein? Gevraagd naar het achtste wereldwonder zou hij hebben gezegd dat dit het rente-op-rente-effect is. Niet vreemd, want de kracht hiervan is enorm. Om hiervan te profiteren is het zaak om het ontvangen rendement dat je ontvangt op de beleggingsrekening niet op te nemen. Hierdoor wordt over dit bedrag ook weer rendement behaald. Daardoor groeit het kapitaal niet in een vaste rechte lijn, maar volgens een steeds stijgende curve (licht exponentieel). Dit geldt niet alleen voor het effect van rendement in de vorm van koersstijgingen, maar ook voor bijvoorbeeld dividend op uw beleggingen. Voor het wonder van rente op rente zijn vier factoren belangrijk: tijd, rendement, inleg en kosten.

– Factor tijd
Hoe eerder je start met vermogen opbouwen via beleggen, hoe sneller je de doelen bereikt. Logisch natuurlijk, maar om te beseffen hoe groot dit effect is, vind je onderstaand een rekenvoorbeeld.

Stel, je hebt voor jouw doel een bedrag van € 250.000 nodig op 65-jarige leeftijd. Uitgaande van een verwacht nettorendement van 3 procent per jaar zal je, als je 25 jaar bent, 40 jaar lang € 270  per maand moeten inleggen om dit doel te bereiken. Wanneer je 45 jaar bent, zal je 20 jaar lang € 760 per maand opzij moeten zetten. En als je 55 jaar bent, leg je 10 jaar lang maar liefst € 1.790  per maand in.

– Factor rendement
Even belangrijk als de factor tijd, is het rendement dat je ontvangt op je geld.

Stel, we gaan uit van drie verschillende reële rendementspercentages van 1, 3 en 5% en een inleg van € 270 per maand, gedurende een periode van 40 jaar. Op basis van 1% rendement bouw je ongeveer € 160.000 op, bij 3% is dit zo’n € 250.000 en uitgaande van 5% is de verwachting ruim € 410.000.

– Factor inleg
Uiteraard speelt de hoogte van de inleg ook een rol. Hoe lager het verwachte rendement, hoe meer geld je moet inleggen om je doel te bereiken. Maar wat is nu slimmer: maandelijks inleggen of een bedrag in één keer inleggen? Hiervoor vergelijken we het eindkapitaal als je € 24.000 in één keer inlegt en dit 20 jaar laat staan met maandelijks € 100 inleggen over 20 jaar (totaal ook een bedrag van € 24.000 euro).

Stel, we gaan uit van een verwacht rendement van 5% netto per jaar. De opbrengst bij een inleg in één keer komt dan uit op ongeveer € 65.000 en uitgaande van een inleg per maand op ruim € 41.000.

De inleg van een hoog bedrag in één keer levert doorgaans een hogere opbrengst op. Dit is ook logisch, het volledige bedrag rendeert immers vanaf dag 1. Houd er wel rekening mee dat deze methode ook meer risico oplevert bij beleggen. Met name als je beleggingen flink in waarde dalen, direct nadat je bent gestart. Voor de meeste mensen zal gespreid beleggen emotioneel een beter gevoel geven. Bovendien heeft ook niet iedereen een dergelijk groot bedrag beschikbaar om in één keer mee te beleggen.

– Factor kosten
Onderschat de rol die kosten spelen bij het behalen van je financiële doelen niet. Rendementen zijn onzeker. Niet alleen bij beleggen, ook op de meeste spaarrekeningen kan de rente worden gewijzigd. Dat is in de afgelopen jaren wel duidelijk geworden. De enige zekerheid die je hebt zijn de kosten. Bij sparen is dit overzichtelijk en beperkt, bij beleggen is het ingewikkelder om inzicht te krijgen in de hoogte van de kosten.

Kies je strategie

Je weet nu meer over rendement en risico’s, waaronder inflatie en de invloed hiervan op het realiseren van je persoonlijke doelen. In veel gevallen is een combinatie van sparen, beleggen en aflossen op schulden de beste oplossing.

Een gecertificeerd financieel planner helpt je om financieel vooruit te kijken en een passende financiële strategie te vinden die bij je past en de beste kans biedt om uiteindelijk je doelen te bereiken!

Dit jaar heeft het kabinet veel plannen gepresenteerd die de economie door de coronacrisis heen gaan helpen. Maar traditioneel wordt op Prinsjesdag ook het belastingplan gepresenteerd voor het komend jaar. De aanpassing van de belastingheffing in box 3 is in een apart wetsvoorstel opgenomen. Zoals het Ministerie van Financiën zelf schrijft: ‘Al geruime tijd leeft de wens om de vermogensrendementsheffing beter aan te laten sluiten bij het werkelijk rendement’.

Het forfaitair rendement wordt niet alleen door de belastingplichtigen, maar ook door de Hoge Raad als te hoog ervaren. Een voorstel van de voormalig Staatssecretaris Snel, waarin men alleen de spaarders tegemoet kwam, is gesneuveld. Het kabinet heeft daarna aangegeven een tijdelijke oplossing te zoeken in de huidige systematiek. Het belasten van werkelijk rendement is voor het huidig kabinet het uiteindelijke doel, zo is te lezen in de Memorie van Toelichting. Vanuit het Verbond Financiële BeroepsOrganisaties (VFBO) onderschrijven we dit doel.

Uitwerking wetsvoorstel aanpassing box 3. Het voorstel wordt gepresenteerd in een overzicht:

Zoals te zien in het overzicht wordt het rendement op vermogen verhoogd naar 5,69%. Voor spaarrekeningen wordt een rendement van 0,03% gehanteerd, wat goed aansluit bij de werkelijkheid. Het probleem is dat veel beleggers, die kiezen voor een minder offensief beleggingsprofiel, het rendement van 5,69% op hun vermogen niet halen. Zeker niet als je rekening houdt met andere bezittingen in box 3. Bijvoorbeeld de vakantiewoning die je zelf gebruikt, de lening tegen 1,5% voor de aankoop van een woning door je kind en meer van dit soort voorbeelden.
Wat verandert er per 2021 in de box 3 belasting?

Een rekenvoorbeeld
Het heffingvrij vermogen wordt verhoogd van € 30.846, naar € 50.000 per persoon. Vervolgens wordt er over de volgende € 50.000 een fictief rendement op dat vermogen verondersteld van 1,9% (afgerond). Heb je meer dan € 100.000 per persoon, dan betaal je over het meerdere een fictief rendement van 4,50% (afgerond) en over het vermogen van meer dan een miljoen euro is het fictief rendement 5,69%. Wat betekent dit in de praktijk.

We zullen het in een paar voorbeelden vergelijken met de situatie in 2020.

Voorbeeld 1.
A en B hebben een vermogen van € 90.000, deels spaargeld en deels beleggingen. Hoeveel belasting betalen zij over dit vermogen?

Zij betalen in 2020 € 152 en in 2021 € 0.
Zou A geen fiscaal partner hebben en alleen aangifte doen, dan is het iets anders.
A betaalt in 2020 € 318 en in 2021 € 235.

Conclusie: de Nederlanders met een meer bescheiden vermogen gaan er zeker op vooruit.

Voorbeeld 2.
C en D hebben een vermogen van € 220.000. Dit bestaat in zijn geheel uit spaargeld, zij willen geen risico lopen. Hoeveel belasting betalen zij over dit vermogen?

Zij betalen in 2020 € 942 en in 2021 € 868.
Zou C geen fiscaal partner hebben en alleen aangifte doen, dan is het iets anders.
C betaalt in 2020 € 1.852 en in 2021 € 1.969.

Conclusie: de spaarders zijn nog steeds niet goed af. Het rendement dat wordt gerealiseerd op vermogen is nihil. Er is sprake van inflatie, dus het vermogen wordt minder waard. De heffing over dit vermogen is toch nog steeds aanzienlijk. Zonder partner wordt de belasting over dit vermogen zelfs hoger in 2021.

Voorbeeld 3.
E en F hebben een vermogen van 3,2 miljoen. Dit bestaat voor € 200.000 uit spaargeld en voor € 3.000.000 uit beleggingen. Hoeveel belasting betalen zij over dit vermogen?

Zij betalen in 2020 € 42.062 en in 2021 € 46.872.
Zou E geen fiscaal partner hebben en alleen aangifte doen, dan is het iets anders.
E betaalt in 2020 € 46.375 en in 2021 € 51.659.

Conclusie: de belastingheffing over grotere vermogens wordt flink verzwaard. Dit geldt zowel met als zonder partner. Het rendement van 5,69% is, zeker als je rekening houdt met kosten die de belegger betaalt over zijn vermogen, maar voor weinigen haalbaar. Het is jammer dat het advies van de AFM niet is overgenomen. Het forfaitair rendement over de beleggingen zou dan ca. 1% lager zijn in verband met deze kosten.

 

Wat betekent dit voor een integrale advisering aan de consument?
De nieuw voorgestelde belastingheffing over vermogen leidt er nog steeds toe dat consumenten die minder risico willen of kunnen lopen met hun beleggingen onevenredig zwaar worden belast.

Als klant E en F in ons laatste voorbeeld defensieve beleggers zijn, dan is het prognoserendement gemiddeld 2,5% op hun belegging. De spaarrekening levert op dit moment 0% rente op. Een rendement van 2,5% over € 3.200.000 is € 80.000. De te betalen belasting bedraagt € 46.900 (afgerond). Dat betekent een belastingdruk van bijna 59% op dit rendement.

Als we kijken naar het voorbeeld C en D dan is het rendement op de spaarrekening € 0 en is de belastingheffing tenminste € 866. Dit is een zware belastingdruk. Het vermogen loopt namelijk terug.

Moeten we hen adviseren meer risico te nemen? Hoe vul je dit in als het vermogen en het rendement hierop nodig is voor pensioenaanvulling, of voor aflossing van de eigenwoningschuld?

Moeten we adviseren de beleggingen onder te brengen in box 2? Als je dezelfde beleggingen in een BV aanhoudt heb je geen, of veel minder belasting. Sterker nog, die belastingheffing gaat echt omlaag. Over de eerste € 245.000 aan winst in de BV wordt 15% vennootschapsbelasting betaald.

Voor klant E en F is dat € 12.000. Als zij dan het rendement uitkeren aan zichzelf, betalen zij box 2 belasting. Dit is € 18.292 (26,9% over (80.000-12.000)). Bij elkaar opgeteld betalen zij € 30.292. Dat is beduidend minder dan in box 3.

Vanuit het VFBO blijven wij pleiten voor een belastingheffing op basis van werkelijk genoten rendement. Alleen op die wijze wordt de fiscale afweging niet langer leidend in de keuze van de belegger.

 

De forse koersdalingen op de beurzen zullen u niet zijn ontgaan. Natuurlijk kunnen wij geen voorspellingen doen over hoe dit zich verder zal gaan ontwikkelen, dus daar wagen wij ons dan ook niet aan.

Ja, het virus kan impact hebben op de economie en nee, dit viel niet te voorspellen. Dergelijke gebeurtenissen, met een negatieve weerslag op markten, horen bij beleggen. Dat is geen nieuw fenomeen, maar de aanleiding voor marktdalingen is altijd weer anders. In de afgelopen jaren waren aanleidingen voor dalingen bijvoorbeeld Brexit, handelsoorlog tussen China en V.S. en terroristische aanslagen.

Ervaring leert dat de meeste slechte beleggingsresultaten veroorzaakt worden door verkeerde emotionele keuzes: verkopen uit angst en aankopen uit hebzucht. Laat u daar niet door leiden.

Onze boodschap blijft zoals wij die altijd uitdragen: de haalbaarheid van uw vermogensdoel is niet afhankelijk van korte termijn resultaten, marktbewegingen of negatief nieuws. Met beleggingsrendement op de lange termijn op basis van een goed gespreide portefeuille heeft u de grootste kans op het behalen van uw doelen.

Heeft u vragen over wat de huidige situatie betekent voor het behalen van uw beleggingsdoelen? Neemt u dan contact op met uw financieel adviseur. Hij of zij kent uw financiële situatie goed en kan u het beste adviseren. Bijvoorbeeld waarom uw beleggingen nu verkopen geen goede keuze is. Of dat het voor u juist een kans is om op dit moment extra in te leggen. Heeft u geen financieel adviseur? Dan kunt u uiteraard ook contact met ons opnemen.

Sparen is de boodschap. Maar blijft het bij sparen alleen met de huidige lage rentestand? Beleggen is nu een goede optie. Volgens het CBS belegt slechts zo’n 15 procent van de Nederlanders in aandelen en obligaties, dus in een groep van 100 Nederlanders zijn er gemiddeld 15 beleggers. Dat is niet veel. Maar als sparen niets oplevert of zelfs geld kost, hoe kun je dan je kinderen financieel helpen?

Veel mensen leggen wel iets opzij voor de kinderen. Vroeger gebeurde dat veel in levensverzekeringen, tegenwoordig met een aparte spaarrekening. Maar met een spaarrente van 0 procent en een box-3 belasting die daar mogelijk aan knabbelt, kun je je afvragen of sparen de juiste weg is.

Waar sparen ouders voor
Veel ouders willen geld opzij leggen voor de studie van hun kinderen. Dat komt het meeste voor. Ze beginnen bij de geboorte van zoon- of dochterlief, door een bedrag per maand in te leggen op een aparte spaarrekening. Als hij of zij 18 jaar is, moet dit zijn aangegroeid tot een potje waar waarschijnlijk eerst het rijbewijs van betaald gaat worden, vervolgens schoolgeld of collegegeld en misschien ook nog maandelijkse leefkosten van het kind. Sommigen gaan zelfs nog verder en willen de kinderen ook wat geld meegeven voor hun eerste huis. Wat is dan handig?

Wie vanaf de geboorte van het kind maandelijks 100 euro opzij legt, geen rente ontvangt en gemiddeld 1 procent inkomstenbelasting in box-3 betaalt, heeft op de 18e verjaardag van het kind net geen 20.000 euro bij elkaar gespaard. Wie gemiddeld netto 3 procent rendement heeft per jaar heeft, komt al uit op zo’n 28.000 euro.

Hoe pak je dit verstandig aan?
Stap 1: Allereerst is het belangrijk om de doelen vast te stellen.
Wat wil je gaan betalen met het opgebouwde vermogen? Is dat inderdaad het rijbewijs? Is dat de studie? Is dat de eerste woning? Je zou dan de huidige gemiddelde kosten van het halen van een rijbewijs kunnen nemen. Volgens het CBR (dat de examens afneemt) kostte het halen van een rijbewijs in 2019 gemiddeld 2.400 euro. Wat zou dat rijbewijs dan kosten over 18 jaar? Dan moet je gaan rekenen met inflatie, hoeveel wordt het geld in die tijd minder waard? Niemand kan in de toekomst kijken, maar laten we zeggen dat de inflatie over de komende jaren gemiddeld 2 procent per jaar is. Dan kost het halen van een rijbewijs in 2038, over 18 jaar, geen 2.400 maar 3.400 euro. Dan is dat het spaar/beleggingsdoel van het rijbewijs. En zo kun je alle doelen, in de tijd gemeten, berekenen. Als dan helder is hoeveel geld wanneer nodig is, komt de volgende stap.

Stap 2: Bepaal je beleggingsfilosofie.
Hoeveel risico wil je lopen en hoeveel rendement heb je nodig? Bij het helpen van de kinderen ligt het doel doorgaans redelijk ver in de toekomst, zoals geschetst waarschijnlijk in ieder geval 18 jaar voor wie meteen bij de geboorte begint. Dat opent de weg om over beleggen te gaan nadenken. Beleggen is geld steken in aandelen, obligaties, vastgoed, in zaken die geld kunnen opleveren: koerswinst, dividend, rente, huur. Aandelen bewegen doorgaans sterker in koers dan obligaties, maar kunnen ook veel meer opleveren. Veel vermogensbeheerders rekenen met een gemiddelde opbrengst van aandelen tussen de 6 en 8 procent per jaar. Deze percentages komen vaker voor als je een langere periode belegt (zeg tien jaar), dan wanneer je maar een of twee jaar belegt. De aandelenmarkt is nu eenmaal grillig, met forse koersstijgingen en koersdalingen. Bij obligaties zijn die bewegingen veel minder, maar is ook het verwachte rendement lager. Het aardige van beleggen voor de kinderen is dat je dit door maandelijkse inleg langjarig kunt doen. Soms koop je beleggingen wat duurder aan (als de koersen zijn gestegen), soms wat goedkoper (als de koersen zijn gedaald). Dat maakt beleggen als methodiek om rendement te behalen voor de kinderen in principe geschikt.

Hoe u de verhouding aandelen/obligaties het beste regelt en hoeveel u dan maandelijks het beste in kunt leggen, kan een gecertificeerd financieel planner u prima vertellen. En dan kan hij of zij ook nog eens ingaan op het verschil van indexfondsen en gewone beleggingsfondsen. En hoe u de verschillende potjes eerlijk over de kinderen kunt verdelen.

Waar moet ik in beleggen? Gaat de rente stijgen? Krijgen we een recessie? Is het nu een goede tijd om in bitcoins te stappen? Of goud? Moet ik mijn huis verkopen? Het zijn allemaal vragen die beleggers bezighouden. Moet ik het financiële nieuws volgen? Of juist niet? Ook dat zijn vragen die voorbij komen. En, bestaat de gouden tip? Die ene tip waarmee je onmetelijke rijkdom kan vergaren?

Een vermogensbeheerder zei ooit eens: ‘Als ik de toekomst kende zou ik in dat ene bedrijf beleggen dat het meeste in koers zou stijgen. Alleen, ik weet de toekomst niet en dus koop ik 80 bedrijven (de aandelen in die bedrijven); ik moet spreiden.’ Niemand kent de toekomst. Ja, de rente staat laag, maar wie vorig jaar had gezegd dat de rente niet lager kon, is bedrogen uitgekomen. De toekomst laat zich niet voorspellen. Maar toch willen we geld verdienen in de toekomst, met beleggen bijvoorbeeld.

Wat is beleggen eigenlijk?
Is sparen ook beleggen? Beleggen is geld investeren in de economie zonder er zelf arbeid aan toe te voegen. Wie geld op een spaarrekening zet, verwacht rente en hoeft niets te doen. Wie aandelen koopt, verwacht dat het met de bedrijven in kwestie goed gaat en hoeft niets anders te doen dan af te wachten of de koers van het aandeel omhoog gaat en of er dividend wordt uitgekeerd.

Is beleggen hetzelfde als speculeren?
Dat zou niet zo hoeven zijn. Wie een ton heeft en dit belegt in één aandeel, die is aan het speculeren. Of iemand die al zijn geld in opties zet. Of in goud. Wat is speculeren? Daar is geen eenduidige definitie van te vinden. Wat het meest aanspreekt, is dat je met speculeren veel risico neemt en snel winst wilt hebben. Bij beleggen is de horizon veel langer en rustiger. Bij beleggen probeer je je risico zo klein mogelijk te maken. Dat doe je door te spreiden. Allereerst door te spreiden over de verschillende vermogenscategorieën. Traditioneel is er de indeling: aandelen, obligaties, vastgoed, liquiditeiten. Aandelen zijn dan eigendomsbewijzen in ondernemingen, obligaties zijn leningen aan bedrijfsleven en overheid, vastgoed betreft panden (vaak in de vorm van beleggingsfondsen) en liquiditeiten gaat gewoon om spaargeld.

Zijn er alternatieve beleggingscategoriën?
Categorie ‘alternatief’ is er in de loop der jaren bijgekomen, een allegaartje. Daar kunnen hedgefondsen inzitten, grondstoffen zoals goud of tarwe, forexbeleggingen (buitenlandse valuta’s) of, meer van de laatste tijd, cryptocurrencies. Ooit was dit de heilige graal van beleggen, door te spreiden tussen aandelen, obligaties, vastgoed en liquiditeiten kon je je risico beheersen en zo de kans op een redelijk rendement verhogen. Nog steeds is spreiden belangrijk, spreiden over beleggingsvehikels die liefst allemaal anders op economische bewegingen reageren, want dan zit je bijna altijd goed. Alleen, er zijn nu veel meer vehikels bijgekomen. Bij jongeren zie je nu vaak dat er slechts in een paar vehikels wordt belegd: Forex of Cryptocurrencies, lekker handig via het mobieltje gekocht en verkocht. In de hoop op snelle winst. Dat gaat dus meer richting speculeren. Bij ouderen zie je doorgaans nog de traditionele aanpak.

Beleggen is profiteren van economische ontwikkelingen, door geld te investeren in allerlei beleggingsinstrumenten. Wie spreidt, verkleint zijn risico en verhoogt zijn kansen.

Een gecertificeerd financieel planner kent de traditionele en moderne beleggingsinstrumenten en kan als een gids dienen. Dat is pas een gouden tip. Hij bestaat dus.

Een maand geen alcohol, een ‘Dry January’, maar wat gebeurt er daarna? Met geld is het precies zo. Veel mensen besluiten het in januari rustiger aan te doen met hun uitgaven. En daarna? Hierbij enkele tips om het hele jaar door slim om te gaan met uw geld.

Maak een mechanisme en geef ‘te weinig’ uit
Te weinig uitgeven? Hoe kan dat nou? Stel, uw maandelijks netto inkomen is 2.000 euro. En u geeft maandelijks 1.900 uit, dan geeft u dus 100 euro ‘te weinig’ uit, want uw bestedingsruimte is toch 2.000? Door het gebruik van pasjes zien we de portemonnee niet dunner worden, het geld is virtueel en wordt gemakkelijk uitgegeven. Het is dus heel eenvoudig om het hele bedrag uit te geven. De vaste lasten gaan er sowieso al af en het te besteden geld vloeit langzamerhand via de pasjes naar de diverse uitgaven. Een handige manier om dit te doorbreken is om een vast bedrag per maand automatisch te laten overboeken naar een spaarrekening. De eerste keer zult u dat nog merken, de volgende keer al niet meer. U bent er aan gewend geraakt. Als u dit een half jaar hebt gedaan, is het handig om te bekijken of u die maandelijkse overboeking naar uw spaarrekening misschien wel kunt verhogen.

Hoeveel moet er op die spaarrekening staan?
Veel mensen leven in de waan de van de dag. Gedurende de maand raakt het geld langzamerhand op en de teller staat begin van de volgende maand op nul. Als er dan iets mis gaat, de wasmachine gaat kapot of er moet een grote reparatie aan de auto plaatsvinden, waar haal je dan het geld vandaan? Soms betekent dit dat het gewoon niet kan. Soms ook dat mensen gaan lenen. En wie gaat lenen voor iets consumptiefs (dus iets wat op zich geen geld oplevert maar alleen maar kost) komt in principe terecht in een neergaande spiraal. Het geld van de lening moet niet alleen worden terugbetaald, er moet ook nog eens rente worden betaald. En er was al een tekort? Dat is vragen om moeilijkheden. Die u kunt voorkomen. Maandelijks een vast bedrag meteen opzij leggen, is een handige manier om een buffer op te bouwen. Vaak wordt gezegd dat een buffer vrijheid en een plezierig gevoel geeft. Een gezonde buffer voorziet u een half jaar in levensonderhoud. Stel dat uw budget 2.000 euro per maand is, betekent dit dat 6 maanden x 2.000 euro een buffer van zo’n 12.000 euro zou betekenen. Hiermee kunt u bepaalde financiële tegenvallers opvangen en hoeft u niet meteen te lenen.

Loop een extra rondje
De verleidingen om ons heen zijn groot. Het ene aanbod is nog mooier dan het andere en het geldt alleen vandaag, dus je bent gek als je het niet doet. Daar komt het zo ongeveer op neer als we door de gemiddelde winkelstraat lopen of op het internet rondstruinen. Wat doen ‘financieel slimme mensen’? Die kopen alleen wat ze echt nodig hebben. Als dat jurkje of dat kostuum in de aanbieding is (misschien wel de helft van de prijs), vragen ze zich twee dingen af: heb ik het nodig en word ik er gelukkiger van als het koop? Als ze het niet nodig hebben en ze worden er niet gelukkiger van, dan is zelfs een aankoop die eerst 200 euro kostte en nu nog maar 100 euro, een uitgave van 100 teveel. Loop dus een extra rondje, dat kost niets.

Handige tips voor januari en de rest voor het jaar:

Bekijk of u een vast bedrag maandelijks kunt sparen
Denk na over een buffer
Loop het extra rondje als u weer een aanbieding tegenkomt